Rockende rebel McCartney ontroert en vervoert

Pop Paul McCartney. Gehoord: 9/12 Gelredome, Arnhem. *****

Was het een popconcert? Een rockconcert? Of een klassiek concert? Een drie uur durend optreden van Paul McCartney, waarin allerlei muzikale mijlpalen van de afgelopen vijftig jaar te horen zijn, overstijgt de gangbare criteria. Sir Paul kan alles – rock, pop, sentiment – en heeft de meeste van die categorieën nog zo’n beetje zelf uitgevonden ook.

Gisteravond, voor een publiek van 30.000 liefhebbers, van heel jong tot heel oud, liet de 67-jarige McCartney horen hoe groot de rol is die muziek in zijn leven speelt. Hij keek niet alleen terug naar successen uit het verleden. McCartney is een muzikant die nog dagelijks muziek creëert. Hij brengt iedere paar jaar een nieuwe solo-cd uit, en vindt tijd om een experimenteel duo te vormen met producer Youth – The Fireman – waar hij gisteravond ook twee nummers van speelde.

Daar stond hij, op een mooi breed podium, omringd door vier muzikanten, tegen een achterwand van nostalgisch aandoende Vox-versterkers. Hij koos drieëndertig nummers: uit zijn solo-werk, nummers van Wings en van The Beatles.

Het werd een duizelingwekkende reeks traktaties: van de opening Magical Mystery Tour, via Drive My Car, naar het aan zijn overleden vrouw Linda opgedragen My Love, het aan Jimi Hendrix opgedragen Let Me Roll It – waar een stukje Foxy Lady aan vastgeplakt zat – een intiem akoestisch Blackbird, naar de onverwoestbare trits Day In The Life, Hey Jude, Day Tripper en de toegift met daarin Lady Madonna, Yesterday en sluitstuk Sgt.Pepper’s Lonely Hearts Club Band, gekoppeld aan The End. En hij eerde niet alleen met woorden, maar ook door nummers van zijn Beatle-vrienden te spelen: Something van George Harrison en Give Peace A Chance van Lennon.

McCartney, slank en fit, speelde de legendarische liedjes nauwgezet, maar zonder overdreven respect, en als hij zijn spijkerjack wilde uittrekken, klemde hij zijn Höfner-bas gewoon tussen zijn benen, met de woorden: „Dit is de enige keer dat ik mij verkleed deze avond.”

Hij sloot de nummers af met een hartelijk ‘bedenkt!’ en liep op zijn zwart suede Beatle-laarzen van gitaar naar piano, naar mandoline, of naar een akoestische gitaar voor een sobere versie van bijvoorbeeld Here Today, zijn ode aan John Lennon.

Zijn stem klonk iets lager dan destijds, maar was drie uur lang in vorm, en trefzeker bij de hoge uithaal op het woord ‘life’ in Blackbird.

Tijdens al die nummers is het indrukwekkend te beseffen dat sommige liedjes getuige én omlijsting waren van scharniermomenten uit de recente geschiedenis: Blackbird ten tijde van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging; Give Peace A Chance in de hippietijd; Helter Skelter onbedoeld als ‘inspiratie’ van moordenaar Charles Manson en zijn sekte.

Paul McCartney heeft lang geleden onder de misvatting dat John Lennon de rebel van The Beatles was. Want de muzikale rebel was McCartney. Híj was het die aan de technische grenzen morrelde, vreemde geluiden onderzocht en een voor die tijd bizarre chaos in de nummers verwerkte. Intussen is die misvatting rechtgezet, onder meer door de vele publicaties over de revolutionaire opnametechnieken van McCartney.

Gisteravond was hij de rockende rebel: samen met zijn goed ingevoerde band van vier muzikanten, speelde hij een helse uitvoering van Helter Skelter, een imponerend suizend Back In The USSR en een lang en hard I’ve Got A Feeling, met als bekroning de knallende vuurexplosies tijdens Live And Let Die.

Ook waren er ontroerende momenten, bijvoorbeeld bij Something, van George Harrison. McCartney opende het lied in zijn eentje, op een ukelele die hij ooit van Harrison had gekregen. Hij begon in een iets te lollig ritme – maar daarna viel de rest van de band in en ontstond alsnog de smeltende melodie die Harrison het nummer ooit gaf. Op de achterwand waren beelden te zien uit de studio: Paul leunend tegen George’s schouder en een slaperig kijkende George met een tamboerijn op zijn hoofd.

Het publiek ondertussen toonde zich in alle opzichten devoot. Vooraan stonden fans met spandoeken met McCartney’s milieuslogan ‘Less meat = less heat’. En er was een echtpaar gekleed in T-shirts, met op de één ‘PA’ en op de ander ‘UL’. Op eigen kracht zong het publiek een a cappella-versie van Give Peace A Chance en was men onvermoeibaar bij de koorzang van ‘Ob-la-di, Ob-la-da’.