Rekenkamer: info van leger schiet tekort

De informatievoorziening aan de minister van Defensie over de paraatheid van zijn krijgsmachteenheden is nog steeds „onvoldoende betrouwbaar”.

Dat blijkt uit een vandaag gepubliceerd rapport van de Algemene Rekenkamer. Vijf van de acht militaire commandanten die door de Rekenkamer werden geïnterviewd, vinden dat informatie in zogenaamde ‘maandrapportages’ aan de minister „onvoldoende inzicht geeft in de mate waarin zij in staat zijn hun [...] taken naar behoren uit te voeren.”

Iedere maand ontvangt de minister vertrouwelijk schriftelijke rapportages over de toestand van de Nederlandse krijgsmacht. Volgens de Rekenkamer zijn de maandrapportages „de meest belangrijke bron van informatie over operationele inzetbaarheid” voor de minister. „Maar ze vertonen nog wezenlijke tekortkomingen en stellen de minister niet in staat zich op basis daarvan een volledig en juist beeld te vormen van de feitelijke situatie in die maand”, aldus het rapport.

Al in 2006 concludeerde de Rekenkamer dat de informatievoorziening niet op orde was. Defensie beloofde toen verbetering door te voeren, maar volgens de Rekenkamer is onvoldoende resultaat geboekt. De Rekenkamer onderzocht de gegevens tot en met 2008.

Binnenkort beslist het kabinet over een mogelijke voortzetting van de missie in Uruzgan na 2010. Bij het nemen van dit besluit speelt de paraatheid van de krijgsmacht een grote rol. Minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) zal moeten inventariseren of de krijgsmacht in staat is om opnieuw eenheden te leveren.

Defensie zegt zich „grotendeels” te herkennen in het rapport, maar vindt dat de Rekenkamer de maandrapportage te veel gewicht toekent. Een woordvoerder van Defensie zegt: „De minister laat zich ook informeren tijdens werkbezoeken en in gesprekken met commandanten. Hij beschikt dan ook over voldoende informatie om de krijgsmacht aan te sturen.”