Op elektriciteit besparen ze een hoop, nu nog op CO2-uitstoot

Denemarken heeft de naam een milieuvriendelijk land te zijn.

Toch valt op die reputatie behoorlijk wat af te dingen.

A combination picture shows different globes as a part of an installation in downtown Copenhagen December 6, 2009. Copenhagen is the host city for the United Nations Climate Change Conference 2009, which lasts from December 7 until December 18. REUTERS/Pawel Kopczynski (DENMARK ENVIRONMENT) REUTERS

Ga langs bij Jens Lyhne, en je begrijpt waarom Denemarken bij de klimaatopwarming zo’n grote reputatie heeft. In zijn woonkamer en keuken knetteren twee houtkachels. Hij heeft ook een zonneboiler voor warm water. In zijn tuin draait een windmolen. Op zijn huis, gelegen tussen de uitgestrekte akkers bij Hurup Thy, liggen zonnepanelen op het dak. Lyhne wekt al zijn energie zelf op. En alles ‘groen’. Zijn er zoals hij veel Denen dan?

Twijfel op zijn gezicht. „Ik ben een beetje een nerd als het op energie aankomt”, zegt Lyhne, die van beroep anesthesist is en de leiding heeft over de intensive care in een groot ziekenhuis. Zoals hij is de doorsnee Deen niet, zegt hij.

En dat laten de cijfers ook zien. Een Deen stoot méér broeikasgas uit dan bijvoorbeeld een Nederlander. Het was in 2006 gemiddeld 13,0 ton CO2-equivalent voor de Deen en 12,7 voor de Nederlander (hierin zijn andere broeikasgassen zoals lachgas en methaan omgerekend naar CO2). Die boodschap, van het Europese Milieu Agentschap in Kopenhagen, is ontnuchterend. Hoe zit het dan met die groene reputatie van de Denen? Klopt dat beeld dan niet?

Morten Møller van het Deense Energie Agentschap in Kopenhagen vraagt het zich ook af. Die reputatie heeft volgens hem te maken met de windmolens waar het land vol mee staat. Die vertekenen het beeld dat de buitenwereld heeft. Het klopt dat die windmolens heel wat CO2-uitstoot schelen, zegt hij. Maar de uitstoot is door de groei van het autoverkeer net zo hard weer toegenomen. Ook de Deense varkensstapel is fors uitgebreid en varkensstront bevat methaan, een broeikasgas dat twintig keer zo krachtig is als CO2.

Of de wereld dat verhaal te horen krijgt in Kopenhagen, waar de vijftiende klimaatconferentie van de VN gaande is? Møller laat op zijn kantoor in Kopenhagen de pr-folders zien die verspreid zijn. Ze gaan over de successen van Denemarken. Dat het land al 20 procent van zijn stroom opwekt via windenergie. Meer dan welk land ook. Dat de Deense economie de afgelopen veertig jaar is blijven groeien, terwijl de uitstoot van broeikasgassen gelijk is gebleven. Normaal staat economische groei gelijk aan meer industrie, meer auto’s, meer apparatuur in huis, kortom, meer CO2-uitstoot. Maar niet in Denemarken, al veertig jaar niet.

„Wij hebben zeker onze sterke punten”, zegt Peter Rørmose Jensen van het Deense statistiekbureau in Kopenhagen. „Maar cijfers kun je selectief kiezen.” Met collega’s heeft hij de uitstoot van broeikasgassen in Denemarken in kaart gebracht, van de periode 1990 tot en met 2007. Wat blijkt? Als je de Kyoto-regels toepast, is de jaarlijkse uitstoot min of meer gelijk gebleven (70 miljoen ton CO2-equivalent). De uitstoot door de scheep- en luchtvaart hoeft volgens het Kyoto-verdrag niet meegeteld te worden. Juist de Deense scheepvaart is met rederijen als Maersk erg groot. Als je de scheepvaart wel zou meetellen, komt er aan CO2-uitstoot voor Denemarken jaarlijks liefst tweederde (47 miljoen ton) bij.

Er valt meer af te dingen op de Deense reputatie. Denemarken heeft zijn uitstoot de afgelopen decennia in absolute omvang gelijk weten te houden; toch ligt het ver achter op de afspraken uit het Kyoto-verdrag. Het moet zijn uitstoot voor de periode 2008-2012 hebben teruggebracht tot 55 miljoen ton, een reductie van 20 procent ten opzichte van het ijkjaar 1990. Dat haalt het bij lange na niet, want het stond in 2008 nog op 64 miljoen ton. Daarom is het, net als ook Nederland, fors gaan investeren in klimaatprojecten in ontwikkelingslanden en in Oost-Europa. Tot nu toe 160 miljoen euro. De besparingen op CO2-uitstoot die daar worden behaald, mogen meegeteld worden in de nationale doelstellingen. Daardoor gaat er nog eens 3,2 miljoen ton af. Nog steeds niet genoeg om het Kyoto-doel te halen.

Het voorbeeldige Denemarken verdient in werkelijkheid die reputatie niet? Inderdaad, zegt ook Preben Maegaard, directeur van het Nordic Folkecenter, een onderzoeksinstituut voor duurzame energie in Hurup Thy. Volgens hem worstelt het land net zo hard met klimaatproblemen als veel andere landen. „Of zelfs harder.” Neem de landbouw. Nooit is er een plafond gesteld aan de groei van de varkensstapel. „Op elke Deen (er zijn 5 miljoen Denen) zijn er nu drie varkens.” Het aandeel van de landbouw in de totale uitstoot van broeikasgassen is relatief groot, 15 procent. In Nederland, ook een land met een grote veestapel, is dat 9 procent.

In één opzicht kan Denemarken wel een voorbeeld voor de wereld zijn, zegt directeur Maegaard. Namelijk bij elektriciteit. Hij heeft het dan niet alleen over de vele windmolens, maar vooral over de toepassing van zogeheten warmtekrachtkoppeling, ofwel wkk. In de meeste landen wekken centrales alleen elektriciteit op. Bij dat proces komt veel warmte vrij, maar daarmee wordt nog aldoor niks gedaan. Die warmte verdwijnt de lucht in. Niet in Denemarken. Daar wordt de warmte opgevangen en gebruikt om water te verwarmen.

Dat warme water gaat via een goed geïsoleerd leidingnet naar, inmiddels, anderhalf miljoen huishoudens en gebouwen, die ermee worden verwarmd en er hun baden mee vullen. Wkk-installaties gebruiken de brandstof efficiënter dan de standaard gas- en kolencentrales en stoten 30 tot 40 procent minder CO2 uit. In 1985 telde het land een handjevol wkk-installaties. Dat zijn er inmiddels 670. Ze leveren 80 procent van de warmte in Denemarken, en de helft van alle stroom.

De succesvolle toepassing van deze techniek is dan ook de belangrijkste reden dat Denemarken zijn uitstoot de afgelopen decennia gelijk heeft weten te houden, en niet heeft zien stijgen.

Nu het klimaat een veel prominentere rol opeist, beseft de Deense regering dat er meer moet gebeuren. Daarom zijn er ambitieuze maatregelen getroffen. Vanaf volgend jaar mogen alle nieuw gebouwde huizen en kantoren in Denemarken nog maar driekwart van de energie verbruiken vergeleken met de norm op dit moment. In 2015 mag dat nog maar de helft zijn, in 2020 nog maar een kwart.

    • Marcel aan de Brugh