Migrantenhaat bloeit in Mumbai

In Mumbai, hoofdstad van Maharashtra, strijken miljoenen migranten uit arme deelstaten neer. Dat voedt de oude gevoelens van vreemdelingenhaat.

Chauhan (36) is een gelukzoeker uit Uttar Pradesh, een deelstaat in het noorden van India. Omdat er in zijn dorp geen werk was, trok hij drie jaar geleden naar Mumbai, een van de grootste steden ter wereld. Hij staat achter een freesmachine in een werkplaats in Thane, een voorstad van de metropool. Zesduizend rupees (90 euro) per maand verdient hij. Niet veel, maar genoeg om zijn achtergebleven vrouw en kinderen te onderhouden, zegt hij.

Een eindje verderop staat Rohid (26). Hij heeft niets tegen Chauhan persoonlijk. Wel tegen migranten in het algemeen, zegt hij terwijl zijn vrienden toekijken. „Ze pikken banen in”, zegt hij. „Ze werken tegen lage lonen, maar de jeugd hier komt niet aan de slag.” Zelf heeft hij ook geen baan. Hij wil wel werken, zegt hij, maar niet voor een schamel loon. Tienduizend rupees (150 euro) is het minste dat hij vraagt.

De afgelopen decennia trokken miljoenen migranten zoals Chauhan naar Mumbai om te ontsnappen aan de armoede. Ruwweg de helft van het aantal inwoners (14 miljoen in de stad zelf, nog eens 6 miljoen in de agglomeratie) is elders geboren. Vroeger kwamen de meesten van het platteland van Maharashtra, de deelstaat waarin Mumbai ligt, uit het naburige Gujarat en verder weg uit het diepe zuiden van India. Tegenwoordig vormen Noord-Indiërs de hoofdmoot.

Migratie heeft de ‘Stad van Dromen’ groot gemaakt. Maar Mumbai herbergt ook een traditie van vreemdelingenhaat. Lange tijd hoorde je er niet veel over, maar nu is het thema terug – met dank aan Raj Thackeray, begenadigd cartoonist en fotograaf, maar vooral fervent voorvechter van het principe ‘eigen volk eerst’.

Raj (41) is een bewonderaar van Hitler. Niet wegens de Holocaust, maar omdat Hitler de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog hun nationale trots teruggaf. Maharashtra moet zijn trots ook terugwinnen, vindt hij. Daarom wil hij de deelstaat, zijn inwoners en zijn taal – het Marathi – ‘verheffen tot luisterrijke glorie’. Dat vermeldt het partijprogramma van Maharashtra Navnirman Sena (MNS), het ‘Nieuwe Leger van Maharashtra’, dat hij drie jaar geleden oprichtte.

Vorig jaar vielen jongeren van MNS migranten aan. Meestal was er een camera in de buurt. Want Raj weet hoe je publiciteit genereert. Zoals afgelopen maand. In het parlement van Maharashtra kreeg een tegenstander rake klappen. Hij legde de eed namelijk af in het Hindi, niet in het Marathi. Alle media brachten het – aangekondigde – incident prominent.

Raj heeft zijn streken niet van een vreemde. Hij is een neef van Bal Thackeray. Dat is de aanvoerder van Shiv Sena, het Leger van Shivaji, die zijn hele leven al heeft gestreden voor een glorieus Maharashtra, vrij van vreemde smetten. Iedereen in India kent hem. Een oude man inmiddels met grijze haren, 83 jaar, maar nog steeds met een venijnige blik in zijn ogen en een felle bindi (de stip die het derde oog symboliseert) op zijn voorhoofd.

Dankzij oom Thackeray kreeg Bombay in 1995 zijn huidige naam. ‘Mumbai’ was niet alleen een linguïstieke toegeving aan het Marathi. Veel meer nog symboliseerde het dat onverdraagzaamheid zijn schaduw wierp over de vroeger zo liberale stad, zeggen critici.

Waar neef Raj nieuwkomers uit het noorden in het vizier heeft, richtte Bal Thackeray zijn pijlen in de jaren zeventig al op migranten uit het zuidelijke Tamil Nadu. Later verlegde hij zijn schootsveld. Na de geruchtmakende afbraak door hindoe-extremisten van een moskee in Ayodhya, Noord-India, liep Shiv Sena eind 1992 voorop in de pogroms op moslims in Mumbai. Bal Thackeray domineert de hindoenationalistische agenda in Maharashtra.

Dat Raj voor zichzelf begon, is niet uit ideologische overwegingen. Het is meer een kwestie van persoonlijke ambitie. Lange tijd hoopte hij de leiding van Shiv Sena te zullen overnemen. Maar oom Bal koos voor zijn eigen zoon. Nu zitten de partijen elkaar dwars, en dat heeft consequenties. Bal Thackeray, die het rustiger aan wilde doen, ziet zich gedwongen zijn harde profiel opnieuw aan te scherpen. Twee weken geleden drongen, niet voor het eerst, aanhangers van Shiv Sena studio’s van een televisiezender binnen. Ze sloegen er de boel kort en klein wegens onwelgevallige berichtgeving. Dat wekte verontwaardiging. Maar deze week werd opnieuw een politicus van Shiv Sena gekozen tot burgemeester van Mumbai.

S. L. Parkar, vriend van Raj, is woordvoerder van de MNS. „Wij komen op voor de gewone man”, zegt hij. „Maharashtra is gastvrij maar de lokale bevolking mag niet het slachtoffer worden.”

Over de vechtpartij in het deelstaatparlement is hij kort. Het belaagde parlementslid, Abu Asim Azmi, lokte die zelf uit. Ook anderen legden de eed af in een andere taal dan het Marathi maar werden ongemoeid gelaten. Azmi moest zonodig intimideren door zijn voornemen pontificaal aan te kondigen. „We hebben hem een lesje geleerd”, zegt Parkar.

Azmi (54) is niet onder de indruk. Hij is een geslaagd migrant. Op z’n achttiende kwam hij vanuit Uttar Pradesh naar Mumbai om zijn vader te helpen. Nu bezit hij hotels en restaurants en stuurt hij uitzendkrachten naar de Golfstaten. Geheel onomstreden is hij niet: hij werd ooit beticht van fraude en van banden met onderwereldkoning Dawood Ibrahim. Maar hij is nooit veroordeeld.

Als Azmi onder bewaking zijn kantoor van de socialistische Samajwadi Partij binnenkomt, gaat iedereen staan. Hij pakt de grondwet. Daarin staat dat Hindi een officiële taal is van India. „Ik deed niets verkeerds”, zegt hij. „Raj zet de mensen hier voor schut. Alleen ongeschoolden trappen in zijn praatjes en geloven dat hij hen banen zal geven.”

Azmi is net terug van een bezoek aan Uttar Pradesh. Daar heeft hij migranten opgeroepen niet bang te zijn. „Iedereen kan hier komen werken. We zijn allen Indiërs, vrij te gaan en te staan waar we willen”, zegt hij. „Ik provoceer niet. Het is mijn plicht migranten te beschermen.”

Metaalbewerker Chauhan zegt geen bescherming nodig te hebben. Niemand valt hem lastig. Ook andere migranten zeggen zich niet bedreigd te voelen. Rohid noemt Raj Thackeray „een held”. Maar mensen in elkaar slaan, dat doen we hier niet, zegt hij.

    • Wim Brummelman