Manipuleren hoef je die Grieken niet aan te leren

Iedereen weet dat Griekse statistieken nooit helemaal kloppen. Ook Brussel.

Waarom die opwinding, nu de cijfers dus onjuist blijken?

COPENHAGEN ENVIRONMENT PHOTO PACKAGE The ancient Greek Parthenon temple, atop the Acropolis hill overlooking Athens, is framed by a lightning bolt during a thunderstorm that broke out in the Greek capital, late 9 October 2006. Greece has experienced stormy weather since the weekend, with two regions now placed in a state of emergency because of flood-related problems that damaged homes and disrupted transport. AFP

In het negende belastingkantoor van de Atheense binnenstad legt directeur Dimitris Tsoukas zijn gratis krant aan de kant om uit te leggen hoe zijn kantoor dagelijks tussen 8 uur ’s ochtends en half twee ’s middags de belasting van 20.000 buurtbewoners afhandelt. En hoe wordt gewerkt aan verdere digitalisering, wat een machtig wapen kan zijn in de bestrijding van corruptie. „Al was het maar wegens de nepbonnen en nepstempels die rondgaan.” In een poging vervalste aangiftes te ontmaskeren „geven we de formulieren iedere maand een ander nummer”, onthult hij. Loonsverhoging zou volgens hem ook geen kwaad kunnen.

Je hoeft Grieken niet uit te leggen dat statistieken de werkelijkheid niet weergeven. Geen Griek was dan ook verrast toen de nieuw aangetreden minister van Financiën, Giorgos Papakonstantinou, in Brussel kwam melden dat het begrotingstekort dit jaar niet 6 procent is, zoals door de vorige regering was gemeld, maar meer dan het dubbele, bijna 13 procent.

„Natuurlijk was die 6 procent niet realistisch”, zegt Gikas Hardouvelis, topeconoom van EFG Eurobank, een grote bank in Griekenland. Hij zit in de commissie die namens de banken moet adviseren hoe de financiële rapportages transparanter kunnen. Hardouvelis werpt een denkbeeldig rapport over zijn schouder om te laten zien wat hij met de kwartaalcijfers van het Griekse bureau voor de statistiek doet. „Die verzinnen ze, nadat ze de jaarcijfers verzonnen hebben.” Waar vertrouwt hij dan op om een van de grootste banken van Griekenland goed te kunnen besturen? „Intuïtie.”

Ambtenaren kregen met verkiezingen op komst van hun politieke bazen opdracht de waarheid voor het Europese bureau voor de statistiek (Eurostat) te verzwijgen, vermoedt de econoom. Dat kan makkelijk, want de overheidsboekhouding is „zwaar verouderd”. Scholen en ziekenhuizen werken vaak alleen met een papieren kasboek. Apparatuur die is gekocht maar niet betaald, blijft in de boeken onzichtbaar, totdat de schuldeiser echt stennis begint te schoppen. „De opeenstapeling van uitgestelde betalingen gaat tot op het hoogste niveau.” Economische groei, dalende rentes en Europese subsidies maakten ontkenning vijftien jaar lang mogelijk, „nu haalt de realiteit ons in”.

Dinsdag besloot kredietbeoordelaar Fitch als eerste de kredietwaardigheid van Griekenland een slechter cijfer te geven. Standard & Poor’s en Moody’s overwegen te volgen. Dat betekent voor Griekenland duurdere kredieten en daardoor meer moeite om de staatsschuld te financieren. Het woord ‘staatsbankroet’ zingt rond in de financiële pers.

Griekenland heeft nu een staatsschuld van 100 procent van het bbp en de verwachting is dat die snel verder stijgt. De regering reageert geschrokken en verontwaardigd op „de negatieve houding die veel buitenlanders hebben aangenomen jegens de economie”. Het is volgens minister Papakonstantinou „naïef” te geloven dat de reactie van de markten een weerspiegeling is van hoe de Griekse economie er werkelijk voorstaat. Vorig jaar groeide de economie met 2 procent. Dit jaar is 1 procent krimp voorspeld. Banken presteren goed.

De verontwaardiging in het buitenland is huichelachtig, vindt Yannis Stournaras, hoofd onderzoek bij de stichting voor onderzoek naar de economie en industrie. Men had al lang kunnen weten dat die 6 procent begrotingstekort niet klopte. „Zij lezen toch ook Griekse kranten? Iedere maand komt een team van de EU poolshoogte nemen.” De gouverneur van de centrale bank beweert bovendien dat hij de juiste gegevens trouw en met grote regelmaat naar de Europese Centrale Bank (ECB) heeft gestuurd. „Ik geloof hem.”

Griekenland laat zich makkelijk casten voor de rol van zondebok. Het land met elf miljoen inwoners is een relatief kleine economie met een bepaalde reputatie. Na iedere machtswisseling tussen de twee grote partijen – de centrum-linkse PASOK en het iets rechtsere Nieuwe Democratie (ND) – constateert een nieuw aangetreden regering met pathos dat zij het land in een veel beroerdere staat heeft aangetroffen dan zij in haar stoutste verwachtingen had gevreesd. Toen in 2004 weer de ND aan de macht kwam, veranderde zij de boekhoudingssystematiek met terugwerkende kracht, om voorganger PASOK dwars te zitten en tegelijk ruimte te creëren op de begroting. Het effect van de herberekening was zo groot, dat Griekenland achteraf bezien niet aan de toetredingscriteria voor de euro bleek te hebben voldaan. De Grieken hebben zich de euro in gemanipuleerd, werd het beeld. Een leugenachtige reputatie, die hen nu in Brussel parten speelt.

„Volkomen onterecht”, zo windt Stournaras zich op. Hij vertegenwoordigde Griekenland voor de PASOK-regering in het Europese overleg ter voorbereiding op de monetaire unie. Griekenland was daarbij volgens hem „niet creatiever” dan andere landen. Stournaras: „Brussel heeft die nieuwe rekenmethode destijds zelf geaccepteerd. Daar waren ze tegen gewaarschuwd en dat hadden ze nooit moeten doen. Brussel liet ons daarmee zien geen strikte principes te hebben, zelf geen fatsoenlijke auditing te doen. Ze accepteren klakkeloos wat regeringen sturen.”

In chaos schuilen ook altijd kansen, zijn Grieken gewoon te denken. Naar schatting is nog aldoor eenderde van de Griekse economie zwart. De regering denkt dat de meeste winst te halen is in het bestrijden van belastingontduiking, die ongeveer gelijk zou staan aan 10 procent van het bbp. Notoire belastingontduikers zijn advocaten en artsen. De minister van Financiën heeft zijn verontwaardiging geuit over artsen die minder dan 2.500 euro opgeven bij de belastingdienst, maar het tegelijk breed laten hangen in een dure Atheense wijk.

Voorbeelden van kleine en grote fraude en corruptie somt iedereen moeiteloos op. Ministers met illegale huizen. Buren met dubbele huurcontracten: een voor de belastingen en een met de echte prijs. Om op de begraafplaats een gunstig plekje – vlak bij de poort – te krijgen moet de grafdelver worden omgekocht. Wie wil dat zijn zoon zijn dienstplicht niet op een afgelegen eiland hoeft te vervullen belt een politicus.

In de jongste corruptievergelijking van Transparancy International geeft 18 procent van de Grieken toe dat hij of een gezinslid afgelopen jaar smeergeld heeft betaald. Ter vergelijking: in het om zijn corruptie beruchte Roemenië is dat 14 procent, in Denemarken 1 procent.

De Europese fondsen die het land al decennia ontvangt (Griekenland is sinds 1981 EU-lid en tot nu toe netto-ontvanger) zijn vooral gebruikt voor infrastructuur, zoals wegen en gebouwen. Modernisering van de ‘zachte’ kant gaat trager. We zijn nog in transitie, zeggen de bewoners van het land, dat qua EU-integratie een grote voorsprong heeft op zijn buren Albanië, Macedonië, Bulgarije en Turkije.

Het is hoog tijd voor de Griekse regering om „moedig” zijn, zei ECB-president Jean-Claude Trichet. De situatie is ernstig, maar we fiksen het wel, probeert de Griekse regering de wereld te overtuigen.

    • Marloes de Koning