Lege schappen, pallets spullen in de gangpaden

Het lijkt wel of de schappen bij de HEMA steeds slechter worden bijgevuld. En werknemers zijn ontevreden. Komt het door de nieuwe eigenaar, Lion Capital?

Nederland, Den Haag, 20 augustus 2008, Hema, " voortaan ook vaste lage prijzen voor gebak " vestiging Den Haag centrum, warenhuis Hema door de Britse investeringsmaatschappij Lion Capital , gekocht van Maxeda, het moederbedrijf van de Hema, V&D, praxis en de Bijenkorf / Lion Capital, dat zijn hoofdkantoor in Londen heeft, is een grote investeerder in de consumentenmarkt. Het is onder meer eigenaar van de Orangina Group dat het gelijknamige frisdrankmerk en Schweppes in Europa op de markt brengt. / Maxeda is de voormalige Vendex KBB groep. / Britse private-equityfirma Lion Capital / foto; Peter Hilz Hilz, Peter

De Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam, beter bekend als de HEMA, is volgens het European Brand Management Institute één van de populairste merken van Nederland. Maar klanten van de HEMA morren steeds vaker. Over lege schappen. Of pallets vol spullen in de gangpaden, die de winkels aan de Aldi doen denken – inclusief de lange rijen voor de kassa’s. Wat is er aan de hand bij de publiekslieveling? „Simpel: er zijn te weinig mensen om al het werk te doen. Alles moet steeds goedkoper”, zegt een HEMA-medewerker die niet met zijn naam in de krant wil.

Geen van de werknemers die in dit artikel voorkomen, wil bij naam genoemd worden. Het is een lastige tijd voor hen, zo blijkt. Vorige maand is de winkelketen begonnen het werk op de vestigingen opnieuw in te delen. De nieuwe functies hebben een iets andere inhoud dan de oude, er moeten allerlei extra opleidingen worden gevolgd. Van iedereen in de administratie, het magazijn en de schoonmaak verdwijnt de functie zelfs – door modernisering van het werkproces zijn dit geen volledige functies meer. Het overgebleven werk mogen de verkopers erbij gaan doen. En door een nieuw tijdstip van bevoorrading moeten mensen op andere uren werken.

„Reorganiseren past bij de voortdurende professionalisering van de HEMA”, legt bestuursvoorzitter Ronald van Zetten uit in zijn rommelige werkkamer in Amsterdam-Zuidoost. En nee, zegt hij, de reorganisatie heeft níéts te maken met de overname van de HEMA door de Britse investeerder Lion Capital, nu ruim twee jaar geleden. „Dat heeft de strategie niet veranderd. Die is al jaren dezelfde: betrouwbare, betaalbare kwaliteit, waar we design aan hebben toegevoegd. En daarbij proberen we de prijzen altijd laag te houden.”

Maar inderdaad, die lage prijzen bereikt de HEMA volgens Van Zetten door „steeds efficiënter te werken”. Sinds een jaar is het distributiesysteem volledig geautomatiseerd. Het bedrijf stuurt zijn inkopers op pad naar Azië, want: „We zijn voortdurend op zoek naar mogelijkheden om scherper in te kopen.”

Al vóór de overname door Lion Capital, toen het bedrijf in handen was van private-equitybedrijf Maxeda, draaide de HEMA als één van de eerste winkelketens in Nederland de duimschroeven aan bij zijn leveranciers. De betalingstermijn die het bedrijf zichzelf gunt, ging van dertig naar zestig dagen. En leveranciers moesten een paar procent van hun rekeningen afstaan, bij wijze van marketingbijdrage.

Maar de noodzaak tot scherp prijzen is wel toegenomen door de overname. Want bij die overname is het bedrijf – op de inmiddels bekende private-equitymanier – opgezadeld met hoge schulden. Investeerders als Lion Capital houden van ‘efficiënt’ gefinancierde ondernemingen. Ondernemingen dus waar eigen vermogen grotendeels wordt ingeruild voor leningen van banken en de investeerder zelf. In 2008 had de HEMA een eigen vermogen van 34 miljoen euro. De schuld was opgelopen tot ruim 1 miljard euro.

Door deze torenhoge schuld profiteert het bedrijf optimaal van belastingaftrek. Van Zetten: „Het is niet mijn keuze om het zo in elkaar te steken. Dat hebben de heren van Lion Capital bedacht. Maar het is volkomen legaal. En feitelijk niet anders dan de praktijken van andere grote bedrijven, die ook allemaal mensen in dienst hebben om zo voordelig mogelijk langs de fiscus te komen.”

Door diezelfde hoge schuld maakte de HEMA vorig jaar ondanks een forse omzetstijging 15 miljoen euro verlies. Dat komt door de kosten van de financiering: 114 miljoen euro. Die kosten zullen dit jaar waarschijnlijk niet lager liggen, zodat het bedrijf in zijn volgende jaarverslag waarschijnlijk nog grotere schulden zal laten zien. Maar, zegt Van Zetten: „De HEMA loopt geen énkel risico dat het niet aan zijn verplichtingen aan de banken kunnen voldoen.” En: „Met de omzet gaat het heel goed.”

Omzet is de kurk waarop de HEMA drijft. Niet voor niets is daarom alles binnen het bedrijf erop gericht die omzet zo hoog mogelijk op te stuwen. Op het hoofdkantoor wordt elk filiaal nauwgezet vergeleken met alle andere vergelijkbare filialen. De slecht scorende winkels – daarbij wordt gekeken naar omzet per gewerkt uur – worden aangezet tot harder werken. Op een eenvoudige manier: hun wordt minder manuren toegekend. Dat betekent daarna dus met minder mensen hetzelfde werk doen.

Voor het probleem van de lege schappen worden verschillende verklaringen aangedragen. Van Zetten zegt dat het vernieuwde distributiesysteem nog moet worden verfijnd. Meer dan de helft van de collectie wisselt ten minste één keer per jaar. Het bedrijf wil niet met resten uit de oude collectie blijven zitten.

In het moderne systeem moeten de schappen bovendien echt leeg zijn als de nieuwe collectie arriveert: dan hoeft het personeel die producten alleen maar neer te leggen. Dus berekent het systeem per winkel wanneer die oude artikelen niet meer geleverd hoeven worden, om het tot de aankomst van de nieuwe collectie uit te kunnen zingen. En ja, „dat gaat natuurlijk weleens mis”, zegt Van Zetten. „Het uitgangspunt is dat de klant niet misgrijpt, maar het is niet altijd te vermijden. Het systeem is nog niet fijnmazig genoeg.”

Maar werknemers wijten het leeg blijven van schappen ook aan de hoge werkdruk. „Overdag is er eigenlijk geen tijd om de schappen na te lopen en aan te vullen”, zegt een medewerker uit een HEMA in de Randstad. „Dat was al zo, en met deze reorganisatie wordt het alleen maar erger.”

De HEMA zelf noemt het een meer efficiënte inzet van mensen. Het bedrijf wil bijvoorbeeld dat de schappen niet meer tussendoor worden gevuld, maar wanneer er geen klanten zijn: voordat de winkel open is of juist erna. Werknemers moeten dus worden ingeroosterd op eerdere of latere uren. En overdag zijn er minder werknemers in de winkel.

Deze ontwikkeling is begrijpelijk vanuit het winkelbedrijf, maar pakt voor veel werknemers minder goed uit. Bij de HEMA werken van oudsher veel vrouwen in deeltijd, die thuis bijvoorbeeld de zorg hebben voor kinderen. Met al het geschipper in tijd dat daarbij hoort. Behalve voor en na sluitingstijd, verwacht de HEMA óók dat zij komen werken wanneer het druk is. En minder op vaste werktijden.

Dat was vroeger ook wel zo, maar minder en altijd in goed overleg. Volgens een aantal werknemers is dat nu veranderd. Zij voelen zich onder druk gezet. „We krijgen te horen dat het zware tijden zijn en dat we hart voor de zaak moeten hebben”, zegt een werknemer.

Bestuursvoorzitter Van Zetten aarzelt even voordat hij toegeeft dat het gevolg van de ontwikkelingen inderdaad is dat er nu minder mensen per vestiging zijn. En inderdaad, zegt hij, er wordt een groter beroep gedaan op de flexibiliteit van de werknemers.

Dat mensen moeten wennen aan de nieuwe situatie begrijpt hij, hij noemt dat „transitiepijn”. Maar hij benadrukt dat het bedrijf daar niet licht over denkt. En dat er zo veel mogelijk rekening gehouden wordt met de wensen van medewerkers. „Ik kan niet uitsluiten dat er in geen enkel filiaal ooit een verkeerd woord valt, maar wij doen niet aan intimidatie van onze werknemers.”