Knots

Zou het aan de feestdagen liggen? Dat ik ineens allemaal knusse woorden hoor? Het meest knusse woord is natuurlijk ‘knus’ zelf. Ik heb al iemand met glinsterende ogen horen verklaren: „Ik ga gewoon de héle kerst lekker knus naast die kerstboom zitten!”

Andere knusse woorden zijn (en hier kunnen natuurlijk individuele verschillen bestaan): jottem, joepie, knurft, ratjetoe, snufferd, bups (‘met de hele bups’), en knots (in de betekenis van ‘gek’). Het woord ‘knots’ is groot gemaakt door de jeugdserie De familie Knots (familie Knots, familie Knots, familie Knòòòts, ke-nots, ke-nots), 1980-1984.

Vorige week werd het woord ‘knots’ nieuw leven ingeblazen, en wel door een man van de politiebond. Hij had het over de wel erg gulle declaratiecultuur die onder politiechefs was ontstaan, en zei uit de grond van zijn hart: „Het is werkelijk van de knotse.”

De ‘van de’-constructie kenden we voorheen voornamelijk van ‘van de gekke’, soms ook gespeld als ‘van de gekken’. Als je verontwaardigd bent omdat de supermarkt helemaal geen oliebollenmix meer heeft terwijl het nota bene december is, dan kun je roepen: „Maar dat is toch van de gekke?”

Als variatie hierop heb ik ook wel eens gehoord: „Het is van de ratten besnuffeld.” Maar echt wijdverspreid is dat nooit geworden.

De uitdrukking ‘van de gekke’ vindt haar oorsprong in de cutting-edge-comedy-serie Pipo de Clown (1958!–1980!), omdat Klukkluk de indiaan (nou ja, indiaan… blanke man met vlechten) dat om de haverklap zei. Inmiddels vindt niemand het meer Klukkluktaal, maar serieuze taal die je nu eenmaal nodig hebt als je verontwaardigd bent. „Vorig jaar stuurde ik driehonderd kerstkaarten. Driehonderd. En weet je hoeveel ik er terug kreeg? Vijf! Het is van de gekke.”

Om de ‘van de’-constructie te gebruiken met het woord ‘knots’ was helemaal nieuw. Hulde dus aan de man van de politiebond, die in deze duistere decemberdagen op uiterst knusse wijze zowel een hommage bracht aan Klukkluk als aan de gehele familie Knots. „Van de knotse.” Laten we proberen ’m erin te houden.

paulien cornelisse

    • Paulien Cornelisse