Klimaatdoel bereikt zonder list

Nederland blijkt te voldoen aan de klimaatdoelen die zijn afgesproken in Kyoto. En dat komt niet door listigheden, stelt minister Jacqueline Cramer.

In NRC Handelsblad van 28 november stond een artikel van redacteur Karel Knip onder de kop ‘Listigheden bij een klimaatbelofte’. Nederland en Europa zouden weliswaar de ambitieuze klimaatdoelen halen, maar vooral door het afkopen van emissies in ontwikkelingslanden. Met creatief boekhouden dus. Maar de feiten tonen aan dat Nederland de doelen zélf haalt, dankzij krachtig beleid.

Eén blik op de Milieubalans 2009 van het Planbureau voor de Leefomgeving leert dat Nederland al enige tijd minder broeikasgas uitstoot dan in 1990. In deze statistieken zijn broeikasgassen als lachgas en methaan omgerekend in CO2- equivalenten.

De koele cijfers: in 2008 stootte Nederland 205 megaton CO-2 equivalenten uit. Dat is 3 procent onder het niveau van 1990, toen de uitstoot 213 megaton bedroeg. De piek in de uitstoot lag in 1996: 234 megaton.

Sindsdien is een daling ingezet, die zich ook in tijden van economische voorspoed doorzette. Crisis of geen crisis, de uitstoot daalt al jaren gestaag. Trek je die lijn door, dan voldoet Nederland ruimschoots aan de Kyoto doelen.

Dit geldt trouwens voor de 15 oude EU-lidstaten. Europa is het enige blok in de wereld dat dit voor elkaar krijgt. Een unieke prestatie.

Onze reductie aan broeikasgassen is volledig te danken aan binnenlands beleid. Ter illustratie wijs ik op de ontwikkeling van een aantal andere broeikasgassen dan CO2 , die ook in de uitstootcijfers verrekend zijn. De industrie stoot in vergelijking tot 1990 70 procent minder fluorhoudende gassen uit. Industrie en landbouw stoten 40 procent minder lachgas uit. De afvalbranche en de landbouw stoten 32 procent minder methaan uit. Deze prestaties zijn voor het grootste deel voor het uitbreken van de crisis geboekt en zijn dus niet te danken aan een ‘meevallertje’ door de economische crisis. Ze weerspiegelen innovaties en besparingsmaatregelen die mede te danken zijn aan stimulerende maatregelen van het kabinet.

De crisis lijkt eerder een averechts effect op duurzaamheid te hebben. Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht voor 2009 een extra daling van de uitstoot door het teruglopen van economische bedrijvigheid. Maar deze daling is minder drastisch dan je op basis van de ernst van de crisis zou mogen verwachten. Dat komt doordat duurzame investeringen in bijvoorbeeld windparken en energiebesparing achterblijven.

Knip stelt dat een groot deel van onze klimaatprestaties gehaald wordt door projecten in het buitenland. Inderdaad, Nederland realiseert emissiereducties in het buitenland, maar die houden we buiten onze nationale cijfers. In de bovengenoemde getallen zijn deze reducties niet meegerekend. Nederland maakt in de praktijk maar zeer bescheiden gebruik van dit zogenoemde Clean Development Mechanism (CDM). Voor de komende jaren is er gemiddeld 7 megaton CO2-reductie in het buitenland voorzien, die we beschouwen als aanvulling op onze eigen klimaatdoelen.

Critici doen deze vorm van klimaatbeleid af als ‘nepcredits’ of klimaatzwendel. Die kritiek was in de eerste jaren na Kyoto misschien nog wel terecht. Maar onder andere op aandringen van Nederland zijn de criteria inmiddels aangescherpt. Het CDM blijkt een prima en effectief middel om CO2- reducties te realiseren. Maar dan wel als aanvullende maatregel, niet als aflaat voor nietsdoen in het eigen land.

Het halen van de Kyoto-doelen is een mooie prestatie waar wij trots op kunnen zijn. Laten we deze prestatie doortrekken en in Kopenhagen een ambitieuze klimaatbelofte doen die een passend antwoord is op de enorme uitdagingen waarvoor we staan.

Dr. Jacqueline M. Cramer (PvdA) is minister van Ruimte en Milieu.

    • Dr. Jacqueline M. Cramer