Deel Kamer wil onderzoek naar aanpak dierziekten

De Tweede Kamer is in grote lijnen tevreden over het besluit om geiten te doden die besmet zijn met de Q-koortsbacterie. Hiermee wil de overheid voorkomen dat de ziekte komend voorjaar opnieuw veel mensen treft. Wel wil een aantal Kamerleden onderzoek naar het beleid dat de afgelopen jaren is gevoerd, met het oog op mogelijke wijzigingen in de aanpak van dierziekten. Vanmiddag debatteert de Kamer met minister Verburg van Landbouw (CDA).

„Er moet een volstrekt onafhankelijk onderzoek komen naar de besluitvorming van de afgelopen twee jaar”, zegt Kamerlid Waalkens (PvdA). Cruciaal is volgens hem het toezicht op de Voedsel en Waren Autoriteit, dat nu berust bij zowel Landbouw (LNV) als Volksgezondheid (VWS). Landbouw heeft de overhand. „We moeten af van die gedeelde verantwoordelijkheid. Als het om volksgezondheid gaat, moet het ministerie van VWS hoofdverantwoordelijke zijn”, zegt Waalkens.

Van de coalitiepartners steunt de ChristenUnie het voorstel voor onderzoek, maar het CDA ziet er geen reden toe. Kamerlid Ormel (CDA) vindt dat er betere communicatie moet komen tussen dierenartsen en ‘reguliere’ medici. „Dat zijn nu twee aparte werelden”, zegt Ormel, zelf dierenarts, „maar virussen trekken zich daar niets van aan en springen over van dier naar mens.” Hij ziet na Q-koorts de volgende dreiging al komen: „Het Nijlvirus is inmiddels in Italië opgedoken en dierenartsen waarschuwen ervoor. Ik vraag me af of artsen dat oppikken.”

De SP steunt de voorstellen van Waalkens. „Het toezicht moet weg uit de belangenbehartiging”, zegt Kamerlid Van Gerven, zelf huisarts. „Uit rapporten van de GGD Brabant blijkt dat ze zijn tegengewerkt. Dat is onacceptabel. Daarvoor draagt het ministerie van LNV de verantwoordelijkheid.”

De geitenhouders hebben gemengde gevoelens. „We zijn gelukkig dat er maatregelen genomen worden die eraan bijdragen dat minder mensen ziek worden”, zegt Jan van Lokven, voorzitter van de vakgroep melkgeitenhouderij van landbouworganisatie LTO Nederland. „Maar dat we dieren kwijtraken, doet zeer.”

Hij bestrijdt dat ruiming eerder had moeten gebeuren, want er was nog te veel onbekend. „Het had alleen sneller gekund, als we besloten hadden alle geiten te ruimen.”