De sub-bas van Britney Spears

Dubstep ontstond in kleine clubs in Oost-Londen.

Op cd’s van popmuzikanten en van hiphoppers duiken nu dubstepkenmerken op.

Twee dj’s staan achter hun draaitafels, de vloer van Paradiso trilt, de lage tonen lijken langs je broekspijpen omhoog te kruipen. Elektronische klanken schieten als bliksems langs een duister klinkende achtergrond. Het ritme knispert.

Het is vrijdagnacht, het dubstepfeest van feestorganisatie Oi! is uitverkocht. Het publiek springt op en neer, klimt op het podium, en duikt er vanaf alsof er een punkconcert aan de gang is.

Dubstep is een Britse dancestroming: goeddeels instrumentaal, met schokkerige ritmes en donkere soundscapes. Het opvallendste kenmerk van deze muziekstijl zijn de extreem diepe bassen. De ‘subsonische’ bastonen zijn adembenemend, maar geven ook een aangename, bijna fysieke sensatie van wiegen en deinen.

Dubstep bestaat al een jaar of tien en maakt dit jaar een opmerkelijke doorbraak: het obscure genre, dat ontstond in kleine clubs in Oost-Londen, dringt nu door in de ‘gewone’ popmuziek. In de hitparades, op cd’s van popmuzikanten en van hiphoppers duiken dubstepkenmerken op.

Voordat hun optreden als dj begint, zitten de dj’s Benga en Skream beneden in de kleedkamer. Benga en Skream zijn allebei al een jaar of acht actief als dj en als muzikant, en hebben het ontstaan van dubstep van dichtbij meegemaakt. Ze zijn tevreden over de recente muzikale ontwikkeling. „Wij volgen niet de mainstream; de mainstream volgt ons”, zegt Skream, 23 jaar en afkomstig uit de wijk Croydon, Zuid-Londen.

„Het heeft even geduurd”, zegt Benga, 22 jaar, ook uit Zuid-Londen. „Maar mensen zijn inmiddels aan onze stijl gewend, dus nu kan dubstep ook doordringen in gewone popmuziek. Onze muziek is duister en raar. Maar ons publiek is net zo oud als wij; het heeft respect voor het feit dat wij afwijkende muziek maken.”

Een paar weken geleden trilde de vloer van Paradiso net zo hard, toen was het tijdens het optreden van de Britse band The XX. The XX is een gitaarband met omfloerste zangpartijen, en ook hier zijn subsonische bassen te horen. Liedjes van The XX, als ‘Fantasy’ en ‘Night Time’, krijgen live een aan dubstep ontleende sub-bas, om, zoals zangeres Romy Croft in interviews vertelt, het publiek een tranceachtige sensatie te geven.

Ook bij het concert van Massive Attack, vorige maand in de Heineken Music Hall, dreunden de lage tonen. In een recent interview in de Britse krant The Guardian, vertelden Robert Del Naja en Daddy G, de voormannen van Massive Attack, dat ze voor hun nieuwe cd, die volgend jaar zal verschijnen, samenwerken met dubstepgrootheid Burial. Del Naya zei: „De manier waarop Burial alles in lagen opneemt, de drums en bijgeluiden, is revolutionair. Ook Kode9 is heel goed. Die dubstepkids zijn verbijsterend. Wij willen deel uitmaken van die beweging.”

De opmars van de sub-bas in de popmuziek begon in 2007 toen Britney Spears het nummer ‘Freakshow’ opnam, met een voor die tijd ongekend diep blubberig basgeluid. Afgelopen zomer bereikte de door Skream gemaakte dubstep-remix van de single ‘In For The Kill’ van de Britse zangeres La Roux de tweede plaats van de Engelse hitparade. Vergeleken met de originele, synthesizerpopversie van het nummer, was Skreams interpretatie kaal, met een hoofdrol voor spookachtige geluidsflarden. Voor tot dan toe onbekende Elly Jackson, alias La Roux, werd deze versie van ‘In For The Kill’ een doorbraak.

Inmiddels heeft Skream remix-verzoeken van Katy Perry en The Noisettes afgewezen. „Remixen zijn niet goed voor je geloofwaardigheid. Ik maak liever het geheel: nummer schrijven, spelen, produceren. Dan is het tenminste helemaal van jezelf. Bij een remix kun je niet echt aanspraak maken op het succes, het staat altijd op naam van een ander.”

Dubstep kwam tien jaar geleden voort uit Britse ritmische dancestromingen als drum-’n-bass en grime, en kan zich in allerlei verschijningsvormen presenteren: instrumentaal of met samples van stemmen; met een stevig hiphopritme, of met een spaarzame beat waar priegelige ritme-motiefjes doorheen spelen. Volgens Skream is die veelzijdigheid een reden dat dubstep juist nu op veel plekken aanslaat. „Bovendien wordt in de clubs tegenwoordig afwisselender gedraaid dan eerst. Je hoort een mix van genres, waarin iedereen wel iets van zijn gading tegenkomt.”

Dubstep heeft een tempo van ongeveer 140 beats per minute (bpm). Die snelheid komt overeen met hiphop van Amerikaanse rappers als Ludacris en Busta Rhymes, en dat is de reden dat ook daar tegenwoordig met dubstep wordt geflirt. Zo heeft Benga meegewerkt aan de nieuwe cd van rapster Eve, in het nummer ‘Me ’n My’, en bracht de Wu-Tang Clan deze week een cd uit met dubstepvarianten op hun eigen nummers, ‘Enter the dubstep’.

Ook hier is de diepe bas terug te horen. De vraag is of die bas nog altijd dieper zou kunnen, Benga grijnst: „Ik denk dat de grens bereikt is. Anders hoor je alleen nog maar ‘ggggg’. Dat wil je ook weer niet.”