De onzin van energiebesparinkjes

Titel: Sustainable energy – without the hot airAuteur: David MacKay Uitgever: UIT Cambridge 2009; 372 pagina’s, gratis te lezen op www.withouthotair.com, of te koop voor 24,99 euro.

De mens gaat in bad, eet vlees, rijdt auto, kijkt televisie, vliegt, zit achter de computer, en wat al niet meer. Stel, je wil dat gedrag kunnen volhouden zonder nog langer olie, gas en kolen te verbranden – de basis van onze huidige industriële samenleving. Wat zou daar dan voor nodig zijn? Hoeveel windmolens, zonnepanelen, biobrandstoffen, waterkrachtcentrales, isolatiemateriaal vraagt dat precies?

Sustainable energy – without the hot air geeft daarop een verademend antwoord. Het is al het beste technische boek over energie en klimaat genoemd. Dat is vooral te danken aan auteur David MacKay, hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Cambridge in Groot-Brittannië. In een feitelijke, droogkomische stijl zet hij de belangrijkste energie vretende gedragingen van de gemiddelde Brit – die model staat voor de westerse burger – op een rij. Hij wisselt dat af met mogelijke oplossingen. Hoeveel energie verbruikt een Brit met autorijden? Wat is de potentie van windenergie in Groot-Brittannië? Hoeveel gaat er op aan vliegreizen? Wat kan zonne-energie bijdragen? Hoeveel kost het om goederen te produceren, verpakken en transporteren? Hoeveel zouden de Britten besparen aan broeikasgassen als ze allemaal vegetariër worden, zoals MacKay zelf is?

Door alles om te rekenen naar een en dezelfde eenheid (kilowattuur per dag per persoon) kan MacKay de verschillende posten van energieverbruik optellen, en afzetten tegen de groene opties. Hij biedt daarmee houvast in de stroom van cijfers die dagelijks door industrielobby’s, milieuorganisaties en politici over de burger worden uitgestort. Cijfers die niet altijd even betrouwbaar zijn.

MacKay maakt zijn berekeningen weliswaar met wat grove aannames, maar volgens hem maakt dat voor de uiteindelijke conclusie niet veel uit. En die is zorgwekkend. In theorie hebben de Britten misschien wel genoeg opties om hun energievraag geheel op eigen bodem te verduurzamen, maar in de praktijk dreigt er een schreeuwend tekort. Windmolens stuiten op veel weerstand, zonne-energie en golfslagkracht zijn nog te duur. Hoe gaat Groot-Brittannië dat doen? De opgave is gigantisch. En dat geldt voor de rest van de wereld net zo. Daarom maakt MacKay korte metten met de mythe dat elk beetje zal helpen. Als zestig miljoen Britten allemaal een klein beetje doen – spaarlampen plaatsen, apparaten uit als ze niet nodig zijn – dan is dat samen toch best veel, is het idee. Bunkum, schrijft MacKay. Flauwekul! Als alle Britten hun energieverbruik met 1 procent terugbrengen, gaat het totale verbruik ook met slechts 1 procent omlaag. Kortom, er zijn aardverschuivingen nodig in de vraag naar energie en het aanbod ervan.

MacKay, van huis uit theoretisch fysicus, bekijkt de mogelijkheden om de energievraag terug te brengen – betere isolatie van huizen, zuiniger apparaten, elektrische auto’s. Hij onderzoekt in hoeverre het mogelijk is duurzame energie van elders te halen – stroom uit zonneparken in de woestijnen van Afrika, biobrandstoffen uit Zuid-Amerika. Ook onderzoekt hij de mogelijkheden van kernenergie en van schone kolencentrales – waarbij de uitgestoten CO2 wordt opgevangen en ondergronds wordt opgeslagen. Weliswaar geen duurzame technologieën, maar misschien een tijdelijke oplossing.

MacKay schetst ten slotte zijn energieplannen voor Groot-Brittannië, Europa, Amerika en de rest van de wereld. „Voel u vrij om een plan op te stellen dat u meer bevalt”, schrijft hij. „Maar wees er zeker van dat alles goed optelt!” Voor MacKay is de grote vraag of er wel een plan bestaat dat in de praktijk gevolgd zal worden. De benodigde veranderingen zijn zo enorm. Wie zit daarop te wachten? De transportsector zal radicaal moeten veranderen. Idem dito de verwarming en koeling van huizen. Terwijl het brede publiek de neiging heeft om nee te zeggen tegen windparken, kern- en golfslagenergie. Hij vreest dat politici zullen kiezen voor halfslachtige maatregelen. „Ik maak me zorgen dat we niet van de fossiele brandstoffen afkomen, terwijl dat wel nodig is.”

    • Marcel aan de Brugh