Commandant van Bagdad vervangen

De Iraakse premier Nouri al-Maliki heeft gisteren de hoogste legercommandant in Bagdad vervangen in verband met de zware bomaanslagen op regeringsgebouwen in Bagdad waarbij dinsdag circa 120 mensen om het leven kwamen. In een toespraak op de televisie riep hij de bevolking op „geduldig en standvastig te zijn”. Zijn actie en oproep werden gezien als poging om de woede onder burgers en politici te sussen over het falen van de veiligheidsdiensten en Maliki zelf als opperbevelhebber.

Al-Qaeda-in-Irak eiste gisteren de verantwoordelijkheid op voor de aanslagen. In een communiqué dat werd gepubliceerd op sympathiserende websites meldden de sunnitische extremisten dat de aanslagen waren gericht tegen „de bolwerken van kwaad en holen van afvalligen”. Ze waarschuwden dat ze „vastbesloten zijn om de pijlers van de regering te vernietigen”. De aanslagen waren de derde in een reeks tegen regeringsgebouwen die in augustus begon.

Maliki verwees gisteren opnieuw naar buitenlandse steun voor de daders, onder wie de autoriteiten behalve Al-Qaeda ook aanhangers van het vroegere Ba’athistische regime zien. Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken specificeerde dat het om „een grote hoeveelheid hulp” van „Syrië, Saoedi-Arabië of een ander land” gaat. Irak beschuldigt Syrië ervan te weinig te doen om buitenlandse extremisten op doortocht naar Irak tegen te houden en Ba’athisten die er hun toevlucht hebben gezocht in te tomen. Hierdoor zijn de onderlinge relaties de laatste maanden sterk bekoeld.

Syrië heeft evenals in oktober met kracht ontkend hulp te hebben verleend aan de daders. Ook een Ba’athistische woordvoerder in Syrië ontkende dat aanhangers van Saddam Hussein achter de aanslagen zitten. Iraakse en Amerikaanse militairen in de grensstad Rabya zeiden gisteren de laatste maanden niets te hebben gemerkt van of gehoord over in Irak infiltrerende Ba’athisten. (Reuters, AFP, AP)