Brits-Frans voorstel is vooral rituele loutering

Met hun gezamenlijke brief proberen Sarkozy en Brown vooral wonden te helen. Dat was nodig na de strijd tussen beide landen om hoge Europese posten.

De Franse president Nicolas Sarkozy en de Britse premier Gordon Brown gedragen zich als echte Europeanen. Onder elkaar voelen ze zich niet zo Europees en benadrukken ze onderlinge verschillen. In gezelschap van niet-Europeanen realiseren ze zich wat ze gemeen hebben, en kunnen ze de rijen sluiten.

Van dit mechanisme hebben Sarkozy en Brown afgelopen weken een sterk staaltje laten zien. Tot vorige week vochten zij als straatkatten om binnen de Europese Unie de hoogste, meest prestigieuze posten in de wacht te slepen. Ook onderhandelden ze keihard over financiële regulering. Nu de posten zijn verdeeld en er een compromis is over Europees banktoezicht, is het tijd voor eensgezindheid. Vandaar dat Brown en Sarkozy elkaar vandaag in Brussel ontmoeten, als ze daar toch zijn voor overleg. Wat meer indruk maakt, is een opiniestuk van beide leiders die vanmorgen in The Wall Street Journal werd gepubliceerd.

Hierin pleiten zij voor meer mondiale financiële hervorming en, aangezwengeld door de G20. Sarkozy en Brown stellen vast dat Europa de rest van de wereld de weg wees naar effectieve crisisbestrijding: meer internationale economische samenwerking. Waren het niet de Europeanen die de G20 oprichtten? Was het niet de EU die in dit nieuwe forum fiscale stimuleringsmaatregelen voorstelde als middel de crisis door te komen? Die pleitte voor het afschaffen van belastingparadijzen, excessieve bonussen en andere uitwassen van de mondiale economie die de belastingbetaler zo duur zijn komen te staan? Verderop schrijven Sarkozy en Brown dat één van de hervormingen die in hun ogen prioriteit heeft, een „belasting op bonussen” is.

De brief leest als een catharsis, een soort rituele loutering. De Frans-Britse steekpartijen van afgelopen weken hebben de betrekkingen tussen beide landen beschadigd en het imago van een verdeeld Europa pijnlijk geaccentueerd.

Vervolg Bonusplan: pagina 15

G20 bliksemafleider voor ruzies in EU

Eerst zei Brown dat hij met de benoeming van de hoge Europese buitenlandvertegenwoordiger, Catherine Ashton, de „allerbelangrijkste post in Europa” in de wacht had gesleept. Zij zou binnen de Commissie ook besluiten kunnen stoppen „die niet in het Britse belang” zijn.

Een week later sneerde Sarkozy dat het „Anglo-Amerikaanse financiële model, veroorzaker van de crisis, had verloren” nu een Fransman eurocommissaris Interne Markt én Financiële Regulering wordt. Hij herhaalde dit vorige week toen EU-ministers een akkoord bereikten over Europees banktoezicht.

Vroeger, zeggen laconieke Brusselgangers, maakten Europese landen oorlog op het slagveld. Nu doen ze hetzelfde aan de vergadertafel. Dat is toch vooruitgang?

Maar het bijleggen van Europese ruzies is lastig. Daarom prijzen Brown en Sarkozy het Franse ideaal van een „rechtvaardig, gecontroleerd kapitalisme, in lijn met de waarden van families en kleine bedrijven: hard werken, verantwoordelijkheid, integriteit en eerlijkheid”. En promoot de brief de bonusbelasting die de Britse minister Darling gisteren nationaal introduceerde, en wordt Europa geportretteerd als een economisch powerhouse. De brief is bewust gericht aan de Amerikaanse zakenelite. Mensen die ‘anders’ zijn dan Europeanen.

Veel macro-economen vinden de G20 een ad-hoc-orgaan dat vooral aan symboolpolitiek doet. Belastingparadijzen zijn niet afgeschaft, bankiersbonussen gaan omhoog. Veel Europese leiders wantrouwen de G20, want de Britten doen er voorstellen die lijnrecht ingaan tegen Europees beleid dat hun niet zint.

De G20 als bliksemafleider voor intra-Europese conflicten – dat had niemand nog bedacht. Maar als burgers zich vooral Europees voelen buiten Europa, waarom zou dat dan niet ook voor hun leiders gelden?