Aanbesteden thuiszorg 'onnodig'

Een meerderheid van de Tweede Kamer erkent dat Europese aanbesteding van thuiszorg tot nodeloze problemen leidt. Dat bleek gisteren in een debat over een initiatiefwetsvoorstel van SP-fractievoorzitter Agnes Kant.

Gemeenten moeten sinds 2007 volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) de huishoudelijke zorg aanbesteden. Onder invloed van de concurrentie daalden de tarieven en kwamen veel thuiszorgorganisaties in financiële problemen. Ook ontsloegen ze veel medewerkers, om die als goedkopere alfahulpen weer voor hetzelfde werk in te zetten.

Om een prijzenslag en verslechtering van de zorg tegen te gaan, wil Kant nu een wettelijk basistarief voor huishoudelijke verzorging en een eind aan de Europese aanbesteding.

Voor aanpassing van de WMO kreeg de SP-leider gisteren echter geen steun van de coalitiepartijen en de VVD. Zij hechten aan de sturingsvrijheid die de wet gemeenten gunt, en zien de financiële problemen in de thuiszorg als onderdeel van het ‘leerproces’. Gemeenten betalen inmiddels al flink hogere tarieven voor thuiszorg. Dat Europese aanbesteding tot veel rompslomp leidt, vond gisteren brede erkenning bij de Kamer. „Een graat in de keel”, aldus Kamerlid Van Miltenburg (VVD). Maar met de coalitiepartijen vindt ze dat het „beter is de aanpak te wijzigen dan de wet”. Gemeenten moeten dan thuiszorg niet inkopen alsof het schoonmaakwerk is, want dan geven ze zich op een concurrerende markt met strenge Europese regels. Wie thuiszorg echter inkoopt als zorgtaak, waarbij ook een oogje wordt gehouden op de cliënt, kan volstaan met een beperkter procedure.