Zonder hulp uit eurozone zal het heel zwaar worden

De afwaardering door kredietbeoordelaar Fitch dreigt Griekenland in een spiraal van verslechterende overheidsfinanciën te brengen. Wie schiet te hulp? Een analyse.

Een eeuw geleden stond Turkije bekend als de ‘zieke man van Europa’, maar anno 2009 gaat die kwalificatie eerder op voor de oude rivaal Griekenland. Gisteren stegen op de financiële markten de verzekeringskosten op Griekse staatsschuld naar 212.000 euro per 10 miljoen euro Griekse schuld voor de eerstvolgende vijf jaar. Daarmee werd de schuld voor het eerst als riskanter beoordeeld dan die van Turkije.

De directe reden was de afwaardering van Griekse schuld door het kredietbeoordelingsbureau Fitch tot BBB+. Dat is ongewoon laag voor een land dat de euro als munteenheid heeft. Ook de andere grote bureau’s, Moody’s en Standard & Poor, hebben Griekenland op de nominatie staan voor een afwaardering tot een soortgelijk niveau.

De boot is aan sinds de nieuwe Griekse regering twee maanden geleden onthulde dat het begrotingstekort dit jaar geen 6 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedraagt, maar meer dan het dubbele (bijna 13 procent). Het is niet de eerste maal dat er met de overheidsfinanciën is gesjoemeld.

In 2004 bleek, eveneens bij een regeringswisseling, dat het Griekse begrotingstekort in 2001, toen het de euro in mocht voeren, helemaal geen 3 procent was geweest – het maximum toegestane tekort om te mogen toetreden. Het bedroeg destijds in werkelijkheid meer dan 6 procent.

Het vertrouwen in de Griekse overheid is dan ook helemaal weg. Of het tekort volgend jaar kan worden teruggedrongen, zoals de Europese Commissie en Griekenlands partners in de Raad van Ministers van de EU hebben geëist, is hoogst onzeker. Nu al is er sprake van stijgende sociale onrust, en de bezuinigingsoperatie moet nog beginnen. Het land zal volgend waarschijnlijk 55 miljard euro moeten lenen op de kapitaalmarkt, en dat is voor een kleine economie (40 procent van de Nederlandse) als de Griekse een enorm bedrag. De staatsschuld zal waarschijnlijk stijgen tot 125 procent van het bbp, met lengte het hoogste percentage van de eurozone.

De afwaardering van de kredietbeoordelaars komt hard aan, en kan mede ingegeven zijn door hun voornemen om de recente kritiek dat zij bij de kredietcrisis te laat reageerden, voor te zijn. De reactie op de financiële markten was gisteren en vanmorgen hoe dan ook veelzeggend. Het renteverschil tussen Griekse en Duitse tienjaars-staatsobligaties ging omhoog naar 2,21 procentpunten, en dat is het grootste gat sinds de kredietcrisis dit voorjaar in hevigheid afnam. De rente op Griekse tweejaarsobligaties ging ongekend snel omhoog met meer dan een half procentpunt. De Griekse aandelenbeurs kelderde gisteren met 6 procent, en banken hadden het extra zwaar te verduren.

Een complicerende factor is dat Griekse staatsschuld zijn status als onderpand in de eurozone dreigt te verliezen. Banken mogen staatsobligaties in onderpand geven bij de Europese Centrale Bank (ECB), in ruil voor cash. Dat is onderdeel van de normale monetaire operaties in de eurozone. Maar de ECB hanteert daarbij wel een minimumeis: onderpand moet een rating hebben van minstens A-. Nu is, onder invloed van de kredietcrisis, deze eis vorig jaar tijdelijk verlaagd, tot BBB-. Dat betekent dat Griekse staatsobligaties toch mogen worden gebruikt. Maar de ECB heeft al aangegeven de zaken eind volgend jaar te normaliseren. En dat zal tot gevolg hebben dat Griekenland en haar banken een belangrijk middel tot het verkrijgen van liquiditeiten wordt ontnomen. Griekse staatsobligaties worden er nóg onaantrekkelijker door, hun koersen dalen en de effectieve rente stijgt verder. En dat maakt de staatsschuld weer duurder om te financieren.

Zo dreigt Griekenland nu in een spiraal terecht te komen van verslechterende overheidsfinanciën. Zonder financiële hulp van de andere eurolanden (lees: Duitsland) zal het zeer moeilijk worden. Maar of die assistentie komt is zeer onzeker. Het vertrouwen dat de Grieken zich voortaan zullen gedragen heeft daarvoor te veel deuken opgelopen.

    • Maarten Schinkel