Zoek de verschillen in deze straat

Aan de Prinsestraat in Den Haag zitten veel zelfstandig ondernemers. Vorig jaar sprak nrc.next met hen. Dit jaar weer.

Consumenten geven veel minder geld uit door de crisis.

Galjaard, David

De Prinsestraat in Den Haag is een lange winkelstraat. Net buiten de harde kern van het centrum, in de Haagse wijk Hofkwartier. Hip en upcoming. Hier vind je geen grote ketens, maar particuliere zaakjes. De ondernemers zijn kapper, traiteur, slager. Of ze hebben een zaak in sieraden, bloemen, tassen, kleding, schoenen, lingerie.

Op de hoek, bij de ingang van de paleistuinen, staat een pand leeg. Hier zat tabakszaak Royal Dutch. Op de vensterbank nog een Delfts blauw kussend paartje, op de toonbank een gevulde asbak. De zaak is een jaar geleden verbouwd. Het concept werd aangepast: naast sigaretten ook cappuccino-to-go en een minigalerie voor Nederlandse designers. Maar het mocht niet baten.

Veel winkeliers in de Prinsestraat voelen de crisis. Ze verkopen minder, consumenten geven minder uit, zegt Joep Logjes. Hij runt het café Momfer de Mol vlakbij de Prinsestraat en is voorzitter van Hofkwartier Ondernemersbelangen. Mensen zijn bang gemaakt, vindt hij. „Terwijl het publiek dat hier komt niet minder te besteden heeft. Voor de meesten is financieel niets veranderd. Er is alleen angst. En daardoor zetten consumenten geld apart en geven ze minder uit.”

Drie jaar geleden was 30 euro uitgeven voor een onderbroek niets bijzonders. Maar toen het crisis werd, hielden klanten van lingeriewinkel Speelz ineens de hand op de knip. Na jaren van goede zaken liep de zaterdagomzet van ondergoed van Calvin Klein, Diesel en Replay en enkele kleine lingeriemerken in een mum van tijd terug: van gemiddeld 1.500 à 2.000 naar 300 euro. Vorige maand heeft Georgia Haritopoulou de zaak samen met haar compagnon moeten sluiten. Ook zij denkt dat mensen bang zijn gemaakt. „Vooral de berichtgeving op televisie is negatief.” Klanten vertelden dat ze het zo erg vonden dat we stopten, vertelt Haritopoulou. „Eigenlijk ironisch, ik dacht: had dan wat gekocht.”

Haritopoulou komt nog weleens langs de zaak. „Met pijn in het hart. Dit was mijn winkel. En nu zit ik in een zwart gat.” De etalage van het hoekpand is inmiddels beplakt met grote witte vellen. De buren runden ook een lingeriewinkel: Pussy Deluxe Store – Forbidden Lingerie. Maar om de zaak nieuw leven in te blazen, is de naam veranderd, in Glamorous by Sisters. Er hangt ook andere kleding in de rekken. Wat meer ingespeeld op de huidige trend, zegt de verkoopster. De aanloop van klanten valt volgens haar tegen. De vrouw wijst naar buiten, waar twee oudere mensen in de etalage van een juwelier kijken. „Niet echt onze doelgroep.”

De zelfstandig ondernemers in de straat en in de wijk organiseren geregeld activiteiten om meer publiek te trekken. „Juist in deze tijd belangrijk”, zegt Logjes van Hofkwartier Ondernemersbelangen. Zo hadden de winkeliers een keer sneeuw laten neerleggen „zodat je kon langlaufen”. Maar die actie wordt niet herhaald. Te duur, zegt Logjes. „Het kost elke ondernemer toch een paar honderd euro en dat hebben sommigen nu niet. Maar er zijn ook andere goede creatieve en goedkopere acties om publiek te trekken.”

Wat meer aanloop kan ook Robert Groothuis goed gebruiken. Hij opende deze zomer Ricchezza en verkoopt onder meer tassen, sieraden en kunst. De eerste maand liep het goed. „Veel toeristen en dagjesmensen.” Maar sinds twee maanden is de verkoop stilgevallen, vertelt hij. „Mensen kijken wel, maar kopen niets. Ze doen geen impulsieve aankopen meer.”

Als het binnen nu en een half jaar niet beter gaat, denkt hij erover om de tent misschien te sluiten. Hij vertelt dat in de afgelopen anderhalve maand vijf panden in de straat zijn gesloten. Bij de populaire winkelstraat de Denneweg is het volgens hem net zo’n drama: daar staan nu zeven panden te huur. „Voorheen waren er wachtlijsten.”

Niet iedereen in de Prinsestraat heeft last van de crisis. Twee deuren verder zit een kleine taartenzaak: Cake du Fortin. In de etalage een barbiepop met eetbare jurk en een taart in de vorm van een Louis Vuitton-tas. Eigenaresse Yvonne Fortin-Godoy houdt het hoofd naar eigen zeggen prima boven water. „Mensen blijven ook in tijden van crisis verjaardagen en bruiloften vieren. Ze willen er een memorabele dag van maken en daar hoort een mooie taart bij.”

Ze heeft de afgelopen zeven jaar veel winkeliers zien komen en gaan. Maar nu is het wel heel extreem: het lijkt bijna of ondernemers de crisis aangrijpen om failliet te gaan. Ze merkt op dat er het afgelopen jaar heel wat sushirestaurants in de straat zijn bijgekomen. Blijkbaar geven mensen liever geld uit aan eten dan aan bijvoorbeeld een nieuwe tas, zegt Fortin-Godoy. „Tja, als je al twee tassen in de kast hebt liggen, is de keus snel gemaakt.”

Ook Cim Froeling doet het goed. Zij heeft een damessneakerwinkel, No boys Allowed. Froeling draait nu al quitte, terwijl ze pas een jaar open is. De felgekleurde gympen van merken zoals Reebok, Nike en Converse verkopen prima, zegt ze. Vorig jaar zat hier nog een kledingwinkel, maar die eigenaar stopte ermee. Ook Froeling beaamt dat er de afgelopen tijd „zeker vijf panden zijn gesloten”. „Ik ben bijna de enige van dit blokje die nog open is.”

Aan de straat zelf ligt het niet. De meeste winkels worden direct weer verhuurd, ziet Froeling. Klopt, zegt Logjes. „Het is een populair gebied. Terecht, er zijn ook zat ondernemers die wél goed draaien.”

Het winkelpand naast No boys Allowed staat nu leeg – binnenkort komt hier een meubelzaak. Bloemenland Ambacht & Stijl zat al jaren in het pand en kreeg in 2007 een nieuwe eigenaar. Voor de deur stonden toen grote plantenbakken en hippe picknicktafels. Hoe de winkel failliet is gegaan, is onduidelijk. Het ligt meestal niet alleen aan de crisis dat een ondernemer over de kop gaat, zegt Logjes. „Vaak is het een samenloop van omstandigheden.”

    • Juliette Vasterman
    • Annemarie Kas