Waanzin van gevatte bitch

Het toneelstuk van Heleen van Royens De Gelukkige Huisvrouw moest erg worden.

Dat lukt niet. De harde vrouw die gek wordt, krijgt bij Isa Hoes een warmere tint.

Op de rode loper in Gouda, bij de première van De gelukkige huisvrouw, staat Heleen van Royen met haar dochter. De schrijfster, op wier roman dit toneelstuk is gebaseerd, praat uitgebreid met de televisieploegen. De dochter staat er zwijgend naast en kijkt ongelukkig. Ze is veel groter dan haar moeder, meer het postuur van haar vader, en gekleed in een baljurkje dat de schouders bloot laat.

Doordat de schouders zo groot en rond zijn, en omdat het zo fris is, lijken ze nog bloter. Staat ze daar in Gouda op een rode loper te blauwbekken. En dan heeft ze zo’n moeder, die steeds in de belangstelling staat met haar frivole seksleven en haar psychoses. Een moeder die deze avond niet tegen haar dochter heeft gezegd: „Trek een jas aan, kind. Zo vat je nog kou.”

En dan gaat het toneelstuk ook nog over een Gooische vrouw die lijdt onder haar harde moeder. Isa Hoes speelt de vrouw die na de geboorte van haar zoon in een psychose raakt. Het aantrekkelijke van De gelukkige huisvrouw is voornamelijk de geestige, grove, harde wijze waarop de vrouw zich uitdrukt. Vooral als het over haar beestachtige bevalling gaat werkt dat heel verfrissend. Over het ziekenhuis: „Er lopen hier meer nazi’s rond dan in The Sound of Music.”

Dick van den Heuvel heeft een sterke bewerking gemaakt, door de vrouw haar verhaal aan de psychiater te laten vertellen terwijl ze tegelijkertijd alles weer in scènes beleeft. De andere personages doemen hierbij op als waanbeelden in haar geest.

Het kan ook nog andersom zijn: terwijl de vrouw in haar psychose zit, praat ze steeds met een denkbeeldige psychiater, als helder houvast. Zo worden de theatrale middelen – de door elkaar lopende tijden en het gebruik van dubbelrollen – ook treffende middelen om de waanwereld van de vrouw uit te beelden.

Reinier Tweebeeke maakte een passend abstract decor: een achterwand van 244 witte dozen, als verbeelding van de weggestopte herinneringen, en daarvoor een vierkant van licht als gevangenis, met de lichtstralen als tralies.

Die gevatte Gooische bitch die de greep op de werkelijkheid verliest; dat heeft wel wat. Hoes speelt haar geloofwaardig, met de opgeruimde toon van een onverantwoord meisje. Daaronder voel je de waanzin. De harde persoonlijkheid van de vrouw krijgt bij Hoes een wat warmere, meisjesachtige tint.

Later word het serieuzer en larmoyanter, het eindigt in een flauwe psychoanalytische sessie waarin een verstoorde vaderrelatie en zelfs een geërfd oorlogstrauma naar boven komen. Vanaf het moment dat de vrouw in een gekkenhuis belandt, krijgt Hoes het ook moeilijk. Thuis en in het ziekenhuis was ze nog zo lekker op dreef, maar nu is het stil en moet ze drama scheppen. Het moet erg worden.

En dat lukt niet. Alles blijft zo leeg. Hoes kan de herinnering aan Hadewych Minis, die de rol negen jaar geleden op indrukwekkende wijze invulde, niet verdringen. De koude schouders van de dochter van Heleen van Royen deden me meer.

Theater

De gelukkige huisvrouw, door V&V producties.

Tournee t/m 3 april. Inl: www.theaterhits.nl.**