Voerendaal is ziek van de geitenboerderij

Vanaf een boerderij op een Limburgse heuvel woei de Q-koortsbacterie uit over de provincie. Honderden mensen werden ziek.

Het is misschien wel de mooist gelegen boerderij van Nederland, geitenmelkerij Nuje Caris. Verheven op een heuvel in Voerendaal kijkt boer Ronnie Grooten, met duizend melkgeiten en driehonderd jonge geiten, uit over Zuid-Limburg.

Nuje Caris is een van de 55 geitenboerderijen in het land die besmet zijn met de Coxiella burnetii, de bacterie die bij mensen de Q-koorts veroorzaakt. ’s Werelds grootste uitbraak van deze ziekte trof dit jaar in Nederland al bijna 2.300 mensen, van wie enkelen zijn overleden.

Vanuit de hooggelegen geitenstal kon de bacterie zich dit voorjaar verspreiden over Zuid-Limburg. Honderden mensen werden ziek, soms zeer ernstig. 42 patiënten belandden in het ziekenhuis met long-, maag- of neurologische aandoeningen.

Nuje Caris is niet zomaar een geitenmelkerij. Het is ook een zorg- en vakantieboerderij. De internetsite roemt – zonder de besmetting te melden – de verblijfsmogelijkheden voor toeristen en vertelt hoe mensen met een verstandelijke beperking er een zinvolle dagbesteding hebben. Deze „hulpboeren”, zoals ze genoemd worden, voeren de geiten en houden de stal schoon. Alle vijftig hulpboeren raakten besmet.

Op de landelijke kaart van de Q-koortsepidemie kleurt Zuid-Limburg gevaarlijk rood. En daar is slechts één enkele boerderij voor verantwoordelijk: Nuje Caris – andere verdachte boerderijen zijn er niet in deze regio.

Nuje Caris heeft relatief veel mensen besmet. Laboratoriumonderzoek bevestigde 197 gevallen van Q-koorts in de omgeving. Dat is zonder de hulpboeren en de familie Grooten, die ook besmet is.

Met 250 bevestigde Q-koortsgevallen veroorzaakte Nuje Caris 11 procent van alle gevallen in Nederland dit jaar. Naar een verklaring voor de omvang wordt gezocht door de GGD Zuid-Limburg. Mogelijk is de hoge ligging van invloed. De wind heeft er vrij spel.

De Gezondheidsdienst voor Dieren, die namens de overheid de geitenboeren controleert, vond vorig jaar aan het einde van de zomer de bacterie in de melktank op de boerderij. De GGD kreeg dat niet te horen, de hulpboeren ook niet.

De Gezondheidsdienst voor Dieren zegt dat het volgens de landelijke richtlijnen destijds niet verplicht was om de bacterie in de melk te melden bij de gezondheidsdiensten.

Vervolg Q-koorts: pagina 2

Geen waarschuwing voor toeristen

GGD-arts Volkert Hackert bevestigt dat: „Maar of dat destijds zo verstandig was, daarover kun je achteraf twisten. Inmiddels zijn de regels veranderd. Het moet nu wel aan ons gemeld worden.”

De geitenboer informeerde zijn hulpboeren pas begin dit jaar, toen de bacterie bij een groot aantal drachtige geiten spontane abortussen – verwerpingen in landbouwtaal – kregen. Bij de abortussen komen de bacteriën in zeer grote hoeveelheden vrij. Ook de melk, urine en ontlasting is besmettelijk. De bacterie kan maanden tot jaren overleven in stof of zand, en zich door verwaaiing kilometers verspreiden.

Ronnie Grooten: „We wisten in 2008 nog niet precies wat de impact zou zijn van een besmetting. Daarmee is destijds dus niks gedaan. Maar toen begin dit jaar die geiten abortussen kregen, heb ik mijn dierenarts gebeld en de zorgstichting van de hulpboeren geïnformeerd.”

De Voedsel en Warenautoriteit, onderdeel van het ministerie van Landbouw, meldde de GGD in maart dat de bacterie op het bedrijf was. De GGD informeerde daarna het publiek dat er Q-koorts was in de gemeente Voerendaal (oppervlakte 31 vierkante kilometer), maar meldde de precieze locatie niet. Toeristen en dagjesmensen werden niet gewaarschuwd uit de buurt te blijven van Voerendaal.

Volgens GGD-arts Hackert, die belast is met infectieziektebestrijding, had het noemen van de naam van de geitenboer „geen extra waarde” bij de bestrijding van de Q-koorts. Hackert: „Heel Voerendaal en zelfs burgers uit andere gemeenten van Zuid-Limburg liepen risico. Zeer waarschijnlijk zijn de ziektekiemen uit de open geitenstal op stofdeeltjes door de westenwind meegevoerd. Ze zijn tot wel twaalf kilometer ver verspreid. Het uitrijden van mest is dus mogelijk niet de grootste boosdoener.”

Namen noemen van besmette bedrijven mag bovendien niet van Den Haag, zegt Hackert ook nog. Een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bevestigt het: „Dat is afgesproken tussen de ministers van VWS en Landbouw, om de privacy van de boeren te waarborgen.”

Beide ministers krijgen inmiddels van de Tweede Kamer en de GGD’s het verwijt de belangen van de geitensector te hebben laten prevaleren boven de volksgezondheid. Er is te laat en te laks opgetreden, waardoor mensen onnodig ziek zijn geworden, meldden deze krant en het tv-programma Zembla afgelopen weekeinde. Een kritiekpunt is dat er eerder een vervoersverbod voor geiten had moeten komen.

Ook Ronnie Grooten heeft niet zo lang geleden elders in Nederland geiten gekocht. Wanneer en van wie? Hij wil er niets over zeggen. Grooten: „Dan wijs ik met de beschuldigende vinger naar iemand die er misschien niets mee te maken heeft.”

Een week geleden bleek uit een nieuw onderzoek van de melk in zijn tank dat de bacterie er nog in zit. Zijn bedrijf is dus besmet, maar toch hangt aan de poort geen waarschuwingsbordje.

Iedereen die bij hem over de vloer komt, wordt wel gewaarschuwd niet in de stal te komen, zegt de geitenhouder. Grooten heeft naar eigen zeggen alles gedaan wat hij moest doen.

De geiten zijn nu ingeënt. Dus heeft Grooten goede hoop dat er komend voorjaar minder of geen ‘verwerpingen’ zijn. Maar garanties, nee die kan hij niet geven.

Ook de stal is nog steeds niet winddicht. Waarom niet? „Dan krijgen die beesten niet voldoende lucht. Daar zijn kostbare investeringen voor nodig.”

Het voorstel van deskundigen om drachtige geiten in besmette bedrijven te ruimen, wijst Grooten niet af, op voorwaarde dat hij „goed gecompenseerd” wordt. Bij hem zijn zeshonderd geiten drachtig. „Ik vraag me wel af of het probleem dan voorbij is. En hoe kom ik aan nieuwe, bacterievrije geiten?”

In het Atrium-ziekenhuis in het naburige Heerlen melden zich intussen nog steeds patiënten die ziek zijn van de bacterie uit het bedrijf van Grooten. Het zijn geen acute, maar chronische gevallen. Tientallen patiënten hebben nog steeds veel last, vooral van vermoeidheid. Honderden staan nog onder controle.

Zo iemand is Trudy Brands (61) uit Heerlen. Ze wandelde graag in Kunrade, niet ver van de boerderij van Grooten. In augustus lag ze negen dagen in het ziekenhuis, doodziek. „Het had niet veel gescheeld. Ik reageerde nergens meer op.” Ze heeft haar conditie nu, maanden later, nog niet terug.

Een schadevoeding wil ze niet van de geitenboer. Brands: „Ook voor hem is het moeilijk. Maar ik hoop wel dat hij openstaat voor ons leed, en dat hij snel maatregelen neemt. Zoiets mag niet meer gebeuren.”

    • Joep Dohmen