Veeboer heeft harde hand nodig

Morgen spreekt de Kamer over het antibioticagebruik bij dieren. Het is hoog tijd dat er een veterinaire autoriteit komt die paal en perk stelt, vinden Dik Mevius en John Degener.

De Nederlandse veehouderij is in vergelijking met andere Europese landen koploper op het gebied van het antibioticagebruik. Dat brengt een groot risico met zich mee. Bacteriën worden daardoor op grote schaal resistent tegen antibiotica. Dat probleem is extra groot als een dierziekte kan overspringen op mensen. Dat is het geval bij MRSA. MRSA is gevaarlijk voor verzwakte patiënten in ziekenhuizen.

Op 4 december zijn de resultaten van een groot onderzoek naar deze MRSA-bacterie gepresenteerd. MRSA komt bij bijna 70 procent van de varkenshouderijen voor en bijna 30 procent van de varkenshouders is besmet met MRSA. Dat geeft risico’s voor de varkenshouder zelf als deze een infectie oploopt door MRSA. In ziekenhuizen ontstaan extra problemen, omdat kostbare isolatiemaatregelen nodig zijn om besmetting van andere patiënten en personeel te voorkomen.

Uiteindelijk – en dat is het werkelijke gevaar van het overmatige gebruik van antibiotica – kan het gebeuren dat er geen werkzame antibiotica meer zijn om mensen en dieren te behandelen.

Het hoge antibioticumgebruik in de veehouderij is goed te verklaren. Veehouders maken een bedrijfseconomische afweging. De kosten van antibiotica zijn lager dan de kosten om ziekten te voorkomen door betere stallen en gezonder veevoer.

Het ministerie van LNV heeft als reactie op deze problematiek de diersector gevraagd actie te ondernemen. Vorig jaar is een convenant met de veehouderij getekend met een plan van aanpak om het antibioticumgebruik te verminderen. Het convenant is een belangrijke stap in de goede richting. Helaas zijn de resultaten moeilijk meetbaar, is de tijdslijn onduidelijk en zijn er geen sancties. Dit commentaar is onder andere geuit door Roel Coutinho, directeur Centrum voor Infectieziektenbestrijding van het RIVM.

Een ander kwetsbaar punt is dat in Nederland de dierenarts tevens diergeneesmiddelen verkoopt (hij is ‘apotheekhoudend’). Hij heeft dus een financieel belang bij een ruim gebruik van antibiotica. Het ministerie van LNV laat door onderzoeksbureau Berenschot analyseren wat de effecten zouden zijn als de dierenarts geen medicijnen meer mag verkopen. De eerste resultaten daarvan zullen rond de Kerst bekend worden. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat deze maatregel het gewenste effect zal opleveren. De economische druk voor de veehouder zelf blijft immers bestaan.

Daarom is een krachtiger maatregel nodig, te weten de oprichting van een Veterinaire Diergeneesmiddelen Autoriteit (VDA). Deze toezichthouder moet toezicht houden op alle voorgeschreven antibiotica bij dieren. Het gebruik zal periodiek publiekelijk worden gerapporteerd. De VDA, bestaande uit onafhankelijke experts, zal deze data moeten analyseren. Het is dan aan de VDA om de veelvoorschrijvers en veelgebruikers ter verantwoording te roepen. Uiteindelijk zal de VDA ook sancties moeten kunnen opleggen.

De sleutel voor het succes van al deze plannen ligt dus in een volledige transparantie van het antibioticumgebruik. Dit geeft dierhouders en dierenartsen de mogelijkheid om zich te toetsen aan het gemiddelde gebruik, het zogeheten benchmarken. Het antibioticagebruik zal een kwaliteitsparameter moeten worden voor de bedrijfsvoering. Een onafhankelijke VDA die de dierenarts ter verantwoording roept, kan hierbij niet ontbreken.

Prof. dr. Dik Mevius is verbonden aan het Centraal Veterinair Instituut in Lelystad en aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.Prof. dr. John Degener, verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, is voorzitter Stichting Werkgroep Antibioticum Beleid.

    • John Degener
    • Dik Mevius