Stuur politietrainers naar Afghanistan

De strijd in Afghanistan valt militair niet te winnen. Nederland moet het roer omgooien en de politie aldaar gaan trainen, vindt Mariko Peters.

Wie ‘Afghanistan’ zegt, zegt: meer troepen. En dat terwijl een politiek probleem om politieke oplossingen vraagt. De Talibaan kunnen militair niet verslagen worden en zij vormen in de ogen van de meeste Afghanen ook niet het grootste probleem. Zij bekommeren zich eerder om het gebrek aan verzoening tussen de facties die de afgelopen decennia het land in puin gooiden. Ze eisen verschoning van het politieke toneel en het administratieve apparaat dat door krijgsheren wordt gedomineerd. Ze willen dat er een einde komt aan de criminaliteit, straffeloosheid en het daarmee gepaard gaande klimaat van onveiligheid. De Talibaan spinnen garen bij de ontevredenheid onder de bevolking over de corruptie van de regering en het gebrek aan legitimiteit van Karzai. Ondertussen is de voortdurende en nu uitdijende Amerikaanse troepenaanwezigheid ook een bron van groeiend antiwesters sentiment aan het worden. Maar de nieuwe strategie van Obama gaat voorbij aan de politieke oorzaken van het Afghaanse veiligheidsprobleem.

De crisis waarin Afghanistan zich nu bevindt en de indringende oproep aan het adres van Nederland om er te blijven, vraagt om meer urgentie en duidelijkheid dan het kabinet nu laat zien.

Nederland moet het parlementaire njet dat – gelukkig – over een voortgezette grootschalige militaire aanwezigheid in Afghanistan is uitgesproken, complementeren met een besluit over wat Nederland wél kan doen. Waarom staart het kabinet zich blind op militaire opties binnen de NAVO en kiest het niet voor een forse bijdrage aan de Europese politietrainingsmissie in Afghanistan, Eupol? Dat levert een constructieve bijdrage aan zowel de veiligheids- als de ontwikkelingsagenda en vermijdt de valkuilen van aansluiting bij de risicovolle militaire strategie van Obama.

De huidige politiemissie in Afghanistan kampt chronisch met honderd vacatures die opgevuld moeten worden om de geplande missieomvang van 400 te halen. De Nederlandse marechaussee beschikt over één van de beste opleidingscentra van Europa voor uitzending van politietrainers. Waarom ook niet de leiding over die missie nemen? Nederland is een gewaardeerde partner die veel kennis van het land heeft opgebouwd en bovendien nog altijd internationaal aanzien geniet waar het op rechtshandhaving en rule of law aankomt.

Nederland kan ook voor de beveiliging van de missie zorgen. Eupol komt nu nauwelijks de poort uit omdat het voor de beveiliging moet aankloppen bij de NAVO, die daar in haar planning niet op ingericht is. Nederland zou er ook aan kunnen bijdragen dat de politiemissie zich uitbreidt, zoals nu in Kosovo gebeurt. In dat klein landje krijgt de EU 2.700 politietrainers, rechters, aanklagers en douanebeambten op de been, waaronder mobiele teams. Dit is het soort missie waar de EU goed in wil zijn en waar Afghanen van dromen. De EU zou dit moeten kunnen leveren, maar diplomaten in Kabul trekken zich de haren uit het hoofd als de knulligheid van de Europese trainerbevoorrading ter sprake komt. Veel zeuren en leuren in hoofdsteden levert op zijn best handjesvol trainers op, ook uit Nederland, voor korte uitzendperioden. Uit ongeduld met het Europese gedraal zetten de Amerikaanse planners enkele jaren geleden zelf een grootschalig trainingsprogramma voor de Afghaanse politie op. In zes tot acht weken worden honderden welhaast ongeletterde Afghaanse boerenjongens in uniform gehesen, met een geweer omhangen en na wat paramilitaire driloefeningen met een hongersalarisje naar een veldpost geschoven. De desertieaantallen zijn schrikbarend hoog. Het betrouwbaarheidsgehalte schrikwekkend laag en normale politievaardigheden, handhaving van de lokale openbare- en rechtsorde zijn non-existent. Toch is dat soort community policing het belangrijkste ordehandhavend instrument waar iedere postconflictsituatie om smeekt. En waar, waarachtig, de Afghaanse bevolking het meest om vraagt.

Politietrainers zijn schaarser dan legertrainers, en hun uitzending is ook moeilijker. Maar waar militaire oplossingen niet blijken te werken moet dit taaie handwerk wel ter hand worden genomen. De vraag is nu niet of Nederland trouw is aan Obama of de NAVO, maar hoe we van zinvolle betekenis kunnen zijn voor Afghanistan. De morele verplichting daartoe is zwaar, nu wij als internationale gemeenschap zo hebben zitten wroeten in de recente Afghaanse geschiedenis.

Vandaag debatteert de Kamer weer over Afghanistan. De militaire strategie heeft niet gewerkt, politieke alternatieven zijn voorhanden. Het kabinet moet laten zien dat Nederland een positieve bijdrage kan leveren voor de Afghanen die een functionerende rechtstaat willen.

Mariko Peters is Tweede Kamerlid voor GroenLinks.

    • Mariko Peters