Student moet leren opschieten

Het hoger onderwijs moet beter presteren. Wie studenten tijdig laat afstuderen, krijgt meer geld. Raakt hogere snelheid aan de onderwijskwaliteit?

De trage student is de afgelopen decennia flink opgejaagd. De periode waarin hij – of zij – een studiebeurs ontvangt, is ingekort. En als hij in zijn eerste jaar te weinig studiepunten haalt, moet hij op veel universiteiten zijn opleiding staken.

Het jongste plan om het studietempo te verhogen, treft niet de trage student, maar zijn universiteit of hogeschool. Die krijgt vanaf 2011 van het Rijk alleen nog geld voor een student gedurende het aantal jaren dat er voor een opleiding staat voorgeschreven: vier voor het hbo, drie voor een universitaire bachelor en twee of één voor een master. „Dit is een stimulans voor kwalitatief hoogwaardig onderwijs en goede studiebegeleiding gericht op afstuderen”, schreef minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) deze week aan de Tweede Kamer. Pas als een trage student alsnog zijn diploma behaalt, krijgt de onderwijsinstelling nog een bijdrage van het Rijk, die ongeveer neerkomt op de vergoeding van een jaar onderwijs.

Een woordvoerder van de minister laat weten dat het niet om een bezuinigingsmaatregel gaat. „Het totale budget voor het hoger onderwijs blijft hetzelfde, zo’n 3,5 miljard. Wat verandert, is de manier waarop het geld verdeeld gaat worden. Universiteiten en hogescholen die erin slagen hun opleiding goed studeerbaar te maken, worden beloond met een groter deel van de koek.”

Op dit moment studeert een zeer kleine minderheid van de studenten af in de tijd die er voor een studie staat. Op de Universiteit van Amsterdam bijvoorbeeld rondde 22 procent van de studenten zijn bacheloropleiding af na drie jaar, aldus het jaarverslag over 2008. Na vier jaar was dat percentage gestegen naar 48. Op de Technische Universiteit in Delft had 6 procent van de studenten die in 2004 aan hun bachelor begonnen in 2007 zijn bul binnen. In 2008 was 20 procent binnen de bedoelde tijd klaar.

Plasterk heeft twee jaar besteed aan de uitwerking van zijn nieuwe financieringsmodel voor het hoger onderwijs. Bij de presentatie van zijn strategische agenda Het hoogste goed in november 2007 had hij al gezegd dat hij niet tevreden was over de wijze waarop universiteiten en hogescholen hun geld krijgen.

De totaalsom die Plasterks ministerie vrijmaakt voor hoger onderwijs, wordt naar rato verdeeld. De huidige verdeling maakt de universiteiten voor een belangrijk deel, 50 procent, afhankelijk van het aantal diploma’s dat ze verstrekken. Dat levert mogelijk een perverse prikkel op, vond zowel de minister als de Tweede Kamer. Een student die bijvoorbeeld zes jaar over een drie- of vierjarige bachelorstudie doet zonder die af te ronden, levert een universiteit of hogeschool niets op. Daarom is het financieel aanlokkelijk om zo’n student toch maar een diploma uit te reiken.

Het nieuwe plan van Plasterk kan ook zo’n persverse prikkel opleveren, zegt Tweede Kamerlid Jasper van Dijk (SP). „Hogescholen en universiteiten zullen langzame studenten minder appreciëren. Dit plan jaagt de instellingen op om een student geen vertraging te laten oplopen. Het moet allemaal snel, snel, snel. Het gevaar is dat dat de kwaliteit aantast.”

Volgens de woordvoerder van de minister zal het nieuwe bekostigingsmodel universiteiten en hogescholen niet verleiden hun opleidingen te vereenvoudigen. „De kwaliteit van het hoger onderwijs wordt in Nederland streng gecontroleerd. Als een opleiding niet op niveau is, bestaat de mogelijkheid zo’n opleiding stop te zetten.”

Gerard van Oosterwijk, voorzitter van de studentenvakbond LSVb, laat weten voorzichtig positief te zijn over het plan van de minister. „Als het tenminste een aanleiding vormt voor universiteiten en hbo’s hun onderwijs te verbeteren. Het moet niet zo zijn dat er alleen maar extra strenge regeltjes komen om studenten door hun studie te jagen. Bestuurswerk en studeren in het buitenland moeten mogelijk blijven.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Student moet leren opschieten (9 december, pagina 3) staat dat in 2008 20 procent van de studenten aan de Technische Universiteit Delft zijn bachelor in drie jaar haalde. Dat is niet correct. In 2007 slaagde 6 procent van de Delftse studenten op tijd (in drie jaar), in 2008 haalde nog eens 14 procent zijn bachelor, een jaar te laat.

    • Bart Funnekotter
    • Derk Walters