Servië van strafbank

Nederland heeft zijn verzet tegen de Europese aspiraties van Servië afgezwakt. Maandag heeft minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) ermee ingestemd dat het al lang liggende interim-akkoord over handel tussen de Europese Unie en de Balkanrepubliek per 1 januari kan ingaan.

Dit akkoord is een voorzichtige opmaat tot de zogeheten ‘stabilisatie- en associatieovereenkomst’, die op haar beurt weer het voorportaal kan worden voor onderhandelingen over toetreding van Servië tot de EU. Verhagen heeft deze eerste fase bijna anderhalf jaar tegengehouden. Volgens de Nederlandse regering was Servië niet rijp voor betere en structurelere betrekkingen zolang de voortvluchtige Mladic en Hadzic, die van oorlogsmisdaden worden verdacht, niet aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag zijn uitgeleverd.

Verhagen eiste al die tijd „volledige samenwerking” met het tribunaal, voordat hij zou toestemmen. Hoofdaanklager Brammertz meldde vorige week dat hij tevredener is over de wijze waarop Servië medewerking verleent, al is die nog niet vanzelfsprekend en onomkeerbaar. Die positieve boodschap was voor Verhagen aanleiding de deur op een kier te zetten.

Maar de minister houdt de druk wel op de ketel. Van een volledig akkoord met Servië kan pas sprake zijn als de hoofdaanklager geen enkele twijfel meer heeft over Belgrado.

Pas als Mladic en Hadzic in Scheveningen zijn, lijkt dat in de ogen van de Nederlandse regering het geval. Voor de minister is het feit dat dit Servische duo uit de Joegoslavische burgeroorlogen op vrije voeten is de belangrijkste hinderpaal voor verdere intensivering van de banden met het land. Niemand weet waar oud-generaal Mladic en voormalig president Hadzic van de republiek Servische Krajina – die verantwoordelijk worden gehouden voor respectievelijk de massamoord in Srebrenica en het bloedbad in Vukovar – zich ophouden. Maar Verhagen denkt dat Servië hoe dan ook te weinig doet om ze te laten oppakken.

Het is uiteraard goed dat de Nederlandse minister zich in deze twee laatste zaken heeft vastgebeten. Het is ook verstandig dat Verhagen daarbij Hadzic betrekt, anders zou hij de indruk kunnen wekken dat zijn inzet ook wordt ingegeven door het eigen vaderlandse trauma in Srebrenica.

Maar Verhagen moet wel oppassen dat hij er geen dubbele moraal op gaat nahouden. Zijn houding tegenover Servië, dat zich beter gedraagt maar geen wezenlijke handelspartner is, is namelijk een stuk fermer dan die tegenover Rusland, waar schending van mensenrechten juist een groeiend fenomeen is, maar dat met zijn olie en gas voor Nederland wel cruciale belangen vertegenwoordigt. De luide pressie die in Belgrado wordt geëtaleerd, moet niet te veel uit de pas lopen met de stille diplomatie die kennelijk in Moskou wordt beleden.

Bovendien moet Verhagen waken dat hij zich binnen de kring van zijn collega’s niet isoleert. Zolang er geen recht gedaan kan worden, blijft normalisering van de relaties met Servië belast. Maar het kan niet zo zijn dat hoofdaanklager Brammertz alleen het buitenlands beleid van de EU bepaalt.