Schalks dartelende duetten

Klassiek Christianne Stotijn (mezzo), Sophie Daneman (sopraan) en Joseph Breinl (piano). Gehoord: 8/12, Concertgebouw Amsterdam. ****

Zouden ze nog bestaan, de gezinnen met twee dochters met ‘nootkleurige haren’ – die samen dromerige duetten zingen zoals Brahms schetst in Die Schwestern? Laten we het hopen. Als een crisis werkelijk leidt tot meer huiselijkheid, moet het ook de huismuziek goed gaan.

Toch zijn muzikale salonsoireetjes van vervlogen tijden. Enigszins nostalgisch stemde daardoor gisteren de duettenavond die mezzo Christianne Stotijn met pianopartner Joseph Breinl en sopraan Sophie Daneman brachten in de Kleine Zaal.

Natuurlijk waren er de bekende, schalkse duetten van Mendelssohn, rijk aan in parallelle ‘keukenmeiden’-tertsen bezongen meivreugd en kalfjesgedartel. Onbekendere duetten van Reger boden duisterder sferen. Daneman en Stotijn konden hun stemmen er meer mee ontvlechten. Opmerkelijk: ook Goethes beroemde Abendlied (‘Über allen Gipfeln’) als Reger-duet. Tekstueel een curieuze keuze, muzikaal fraai avondlijk van stemming.

In de sololiederen kreeg Stotijns stem meer ruimte. Haar geluid bleek opnieuw het sterkst waar (Schumann) rapsodische en dramatische troeven moesten worden uitgespeeld. Stotijn is een meestervertelster, haar alt-achtige timbre heeft een dramatisch en krachtig karakter.

In volksere, en vettere, toonaarden werden Dvoráks aanstekelijke Moravische duetten gezongen. De zangeressen paarden zigeunerschwung aan raffinement, met vaak zo’n effectvolle minivertraging in de timing dat het balkanbloed borrelt. Humperdincks Abendsegen (Hänsel und Gretel) als toegift werd daarna gesmoord in de wufte flair van Purcells What can we poor females do? – retorisch een slim gekozen slotnoot.