Sarkozy hamert op wederzijds respect

Het Zwitserse verbod op minaretten heeft het debat over ‘nationale identiteit’ in Frankrijk verscherpt. Gisteren leverde president Sarkozy zijn bijdrage.

Niet provoceren, maar assimileren. En of deze of gene moskee van een minaret mag worden voorzien, daarover beslissen Franse steden „van geval tot geval”. Geen referendum zoals in Zwitserland, maar ook geen vrijbrief.

Dat is één lezing van de boodschap aan de Franse moslims die president Nicolas Sarkozy gisteren via een ingezonden bijdrage in avondkrant Le Monde gaf. De scherpe lezing, vooral populair bij critici van de president. „We strijden al twintig jaar om islam en immigratie van elkaar te scheiden”, merkte sociologe Dounia Bouzar op, die de lange geschiedenis van Franse moslims in kaart heeft gebracht. „Maar Sarkozy spreekt in zijn eerste alinea over immigratie, en in de tweede over de islam.”

De globalisering zet identiteiten onder druk en maakt ze tegelijk belangrijker. Mensen, ideeën, kapitaal en koopwaar circuleren intensiever dan ooit, schrijft Sarkozy. Het Franse antwoord is een kruisbestuiving, een métissage van culturen. Frankrijk verandert, en de islam staat in de republiek vanzelfsprekend op gelijke voet met het christelijk en joodse geloof.

Dat is de gematigde lezing, verdedigd door zijn naaste medestanders. De exegese is in handen van Eric Besson, de minister van Immigratie, Integratie, Nationale Identiteit en Solidariteit.

Het was Sarkozy misschien beter uitgekomen als de reacties andersom waren geweest. Wanneer de scherpe lezing aansloeg bij het rechtse kamp en de gematigde boodschap zou worden begrepen door de oppositie en de in Frankrijk talrijke vertegenwoordigers van de gematigde islam.

Maar het debat over de nationale identiteit, dat de regering enkele weken geleden initieerde, is daarvoor te gespannen. Aanvankelijk legde minister Besson een direct verband tussen het debat over de nationale identiteit en een verbod op de boerka, waarop een parlementaire commissie studeert.

Daarna kwam de kritiek van de oppositie op de timing van het debat, dat op het lokale niveau grotendeels door prefecten, vertegenwoordigers van de staat, georganiseerd wordt. Het politieke belang van Sarkozy en zijn partij UMP is duidelijk. Drie maanden voor de in Frankrijk belangrijke regionale verkiezingen geldt ‘nationale identiteit’ als een aantrekkelijk thema voor centrum-rechts.

Maar toen kwam het Zwitserse referendum dat in het kleine buurland een verbod op de bouw van minaretten bracht. Het Franse debat werd scherper, het extreem-rechtse Front National zag voordeel gloren en premier François Fillon kwam er aan te pas om te onderstrepen dat een debat over de nationale identiteit niet alleen over islam en integratie gaat.

In deze omstandigheden was het opinieartikel van Sarkozy gisteren een gebeurtenis van politiek belang. Net als Fillon zoekt de president naar een evenwichtige toon: het woordje respect komt het meest voor. De Zwiterse kiezer en de Franse moslim: Sarkozy respecteert ze.

Het Zwitserse nee tegen nieuwe minaretten vergelijkt hij met het Franse en Nederlandse nee tegen de Europese Grondwet in 2005: voorbijgaan aan de boodschap zou neerkomen op minachting van de kiezer, en dat „loopt altijd verkeerd af”.

Maar moslims hebben evenveel recht op kerken. Mensen dwingen hun geloof „in kelders en schuren te praktiseren” getuigt niet van respect. Hij belooft „mijn islamitische landgenoten” dat hij „alles zal doen om te zorgen dat zij zich gewone burgers voelen”.

Maar Sarkozy oogst niet dezelfde lof als Fillon. Vanmorgen concluderen de commentatoren dat de president het debat over de nationale identiteit na een weekeindje rust toch weer vooral over de islam laat gaan. Het kan wel zijn dat hij het debat over de nationale identiteit in verband brengt met angst voor de globalisering. Hij spreekt van een „doffe bedreiging die de inwoners van de oude Europese naties” daardoor voelen van hun nationale identiteit. „We moeten er allemaal samen over praten, uit vrees dat dit gevoel, als het genegeerd wordt, uitloopt op een verschrikkelijke wrok.” Maar drie zinnen verder is hij weer bij de moslimimmigrant, die „respect moet hebben voor degene die hem ontvangt”.

Aanvoerder Jean-Marc Ayrault van de socialistische oppositie ziet in Sarkozy’s ‘brief aan de moslims’ nog een poging de valse start van het debat over de nationale identiteit goed te maken. Maar andere tenoren van de oppositie zijn minder welwillend. Jean-Luc Melenchon van de links-radicale Parti de Gauche ziet Sarkozy afglijden naar „stoffige Franse clichés”. En Marine Le Pen, aanvoerder van het extreemrechtse Front National, wil niets weten van de ‘kruisbestuiving’ die Sarkozy belooft.

    • René Moerland