Kamer blijft morren over verkoop HBU

De gedwongen verkoop van HBU blijft de gemoederen in de Tweede Kamer bezighouden. Gisteren pareerde minister Bos van Financiën de kritiek uit coalitie en oppositie.

Met een superieure les in Europese mededingingsregels maakte minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) gisteravond korte metten met het verzet van Kamerleden tegen de wijze waarop hij is omgegaan met de genationaliseerde banken ABN Amro en Fortis Nederland.

Het gaat om het complexe dossier van de gedwongen verkoop van onderdelen van ABN Amro aan Deutsche Bank, een onwrikbare eis van de Europese Commissie, en een extra kapitaalinjectie van 4,4 miljard euro door de Staat om de integratie van beide banken mogelijk te maken.

Weerspannige Kamerleden, met name De Nerée tot Babberich (CDA), Weekers (VVD) en Van Dijck (PVV), werden door Bos fijntjes op hun nummer gezet. Hij had te maken met de Europese mededingingsregels en die bieden, anders dan de regels voor staatssteun, geen speelruimte. „Het feit dat u vindt dat ik het recht heb om beroep aan te tekenen tegen de Commissie, betekent niet dat ik dat recht heb”, zei de minister.

Wel maakte Bos een gebaar aan De Nerée en Weekers door het oordeel van zijn juridische adviseurs aan de Kamerleden beschikbaar te stellen en de juridische mogelijkheid van een schadeclaim tegen de Commissie te onderzoeken.

Hiermee had Bos het politieke verzet van het CDA en de VVD gedemonteerd en kon hij de hoofdprijs binnenhalen: instemming met de vorming van de „gefuseerde top company” ABN Amro/Fortis Nederland.

Irritaties over het „probleemdossier” van de twee banken die ruim een jaar geleden in handen van de Staat kwamen, leefden bij alle Kamerleden. Twee weken geleden kondigde Bos aan dat hij 4,4 miljard extra kapitaal wilde verstrekken aan de staatsbanken en dat hij een akkoord had bereikt over de verkoop van twee onderdelen, HBU en IFN, aan Deutsche Bank. Door garanties op probleemleningen zou de staat hierop een een verlies kunnen lijden tot 1,1 miljard euro. Desondanks zou de bankenfusie door kostenbesparingen een positief resultaat opleveren.

De Kamer verzocht de Rekenkamer om deze berekeningen van Financiën te controleren. Na een bliksemonderzoek kwam de Rekenkamer tot de conclusie dat de strop op de verkoop van HBU en IFN aan Deutsche volgens een externe adviseur van Financiën 460 miljoen hoger kon uitvallen, tot een totaal van 1,6 miljard.

Het ongenoegen bij Kamerleden was groot. En de kritiek op de aanpak van Financiën zwol aan.

De ergernis richtte zich op drie punten, bleek gisteravond tijdens het overleg van Bos met de Kamer. Is de fusie van de twee banken de beste oplossing? Is er gezocht naar een alternatief voor de verkoop van HBU aan Deutsche Bank? En heeft Financiën zich voldoende verzet tegen de Europese Commissie, die afsplitsing van HBU in een zogenoemde remedy had bevolen?

De Nerée (CDA) ging het verst in zijn kritiek op de handelwijze van eurocommissaris Kroes (Mededinging). „De Commissie heeft misbruik gemaakt van haar bevoegdheden”, zei hij. Er was sprake van een „onrechtmatige daad”. Door de „knevelende deal” kon Deutsche Bank onder extreem gunstige voorwaarden kopen.

De Nerée eiste dat Bos juridisch alles in het werk stelt om de ‘remedy’ alsnog van tafel te krijgen. Ook moest onderzocht worden of de schade die de Nederlandse Staat door de gedwongen verkoop van HBU lijdt, op de Commissie verhaald kan worden. Kamerlid Weekers (VVD) stelde voor bij het Europese Hof in beroep te gaan en eiste helderheid over alternatieven voor de verkoop van HBU aan Deutsche. Van Dijck (PVV) wees de complete fusie af.

Bos speelde de empathische bewindsman. Ook hij had „chagrijn en frustratie” gevoeld en had het graag allemaal anders gezien.

Maar, riep hij in herinnering, toen de staat vorig jaar ABN Amro en Fortis Nederland uit de omvallende boedel van Fortis SA kocht, lag er al een deal om HBU aan Deutsche Bank te verkopen. Als beroep had moeten worden aangetekend, had Fortis SA dat toen moeten doen, maar die termijn hadden de Belgen laten lopen.

De strategie van Financiën was er, aldus Bos, vervolgens op gericht om tijd te rekken om te onderzoeken of een andere gegadigde gevonden kon worden. Toen een belangstellende voor onderdelen van Fortis Nederland [de Franse bank BNP, red.] uiteindelijk ervan afzag een bod uit te brengen, bleef alleen Deutsche Bank over.

Afzien van de fusie was geen optie, want dan zouden twee gemankeerde banken blijven bestaan.

De eis van de Commissie om onderdelen af te stoten, zei Bos, had te maken met marktconcentratie. De combinatiebank zou een te groot aandeel van de Nederlandse retailmarkt hebben. Dat was in 2007 het geval en in 2009 lag dat aandeel niet anders. Er was derhalve geen opening voor nieuwe onderhandelingen.

Het Europese recht bepaalt ook dat lidstaten zich in mededingingszaken (anders dan bij staatssteun) moeten houden aan Commissie-besluiten, dat uitstel niet mogelijk is en dat de Commissie de timing van de gedwongen verkoop in het geval van markconcentratie bepaalt. Bos: „De Commissie is bevoegd. Vonden we dat leuk? Nee.”