Iran: studenten weer de straat op

Voor de tweede achtereenvolgende dag hebben duizenden Iraanse studenten gisteren in Teheran gedemonstreerd tegen de regering van president Ahmadinejad. Agenten van de Baseej-veiligheidsdienst verspreidden hen met stenen en traangas.

De betogingen van maandag, toen tienduizenden studenten in Teheran en andere steden de straat opgingen in weerwil van waarschuwingen van het gezag, en gisteren onderstrepen dat de Iraanse autoriteiten er niet in slagen een einde te maken aan de politieke onrust. Die heerst sinds de omstreden herverkiezing van Ahmadinejad in juni. Studenten vormen een belangrijk deel van het verzet tegen het islamitische bewind.

De hoogste Iraanse aanklager, Gholam Hossein Mohseni Ejehi, waarschuwde gisteren dat verdere protesten niet zullen worden getolereerd. „Tot dusverre hebben we ons toegeeflijk getoond”, zo zei Ejehi volgens het officiële persbureau IRNA. „Van nu af aan zullen we geen genade kennen voor iedereen die tegen de nationale veiligheid handelt.”

Ejehi liet doorschemeren dat de regering oppositieleider Mir Hossein Mousavi zou kunnen vervolgen. Mousavi, een van de in juni verslagen presidentskandidaten, werd gisteren urenlang in zijn kantoor belegerd door mannen in burger op motorfietsen, de uitrusting van de Baseej.

Maandag werden volgens de autoriteiten 200 betogers in Teheran gearresteerd, van wie inmiddels ongeveer tachtig weer zouden zijn vrijgelaten. Het is niet bekend of buiten de hoofdstad ook betogers zijn opgepakt. Meer dan honderd activisten en min of meer prominente oppositiepolitici zijn al tot gevangenisstraffen veroordeeld op beschuldiging van een complot om de regering in een ‘fluwelen revolutie’ ten val te brengen. Vijf beschuldigden zijn ter dood veroordeeld. ( AP, Reuters, AFP)