Hoop versus hel

‘Kopenhagen’ is vreselijk. Het splitst de mensheid in twee kampen: het ene kamp is verontrust, kan er niet genoeg van krijgen en wil verder, verder met een betere mensheid. De andere weet dat het weer niks wordt in Kopenhagen en dat het leven gewoon verder gaat. Daartussen zit niet zoveel. Voor matige bevlogenheid is hier weinig ruimte.

Maar om te beginnen is het vreselijk. Ik was zelf op de laatste conferentie, twee jaar geleden, op Bali. Er waren tienduizend mensen. Nu worden het er twintigduizend. Het overgrote deel zijn vertegenwoordigers uit het niet-gouvernementele leven en consultants uit de biomilieusector. Ambtenaren en politici zijn een minderheid. Media zijn overal. Het is een jaarmarkt van gadgets, van grote woorden, van integere momenten inzake een betere wereld. Op Bali kwam Al Gore vanuit Oslo, waar hij net zijn Nobelprijs voor de vrede had opgehaald, rechtstreeks binnengevlogen om een daverend, meeslepend, charismatisch betoog te houden. Een appèl aan de wereld, hoop versus hel en wat een talent van welsprekendheid was het. ‘We want more’, klonk het toen en dat gaat nu ongetwijfeld ook weer gebeuren.

De politiek manoeuvreert er op zo’n jaarmarkt een beetje tussendoor. Ministers duiken op in zaaltjes en leggen verklaringen af: vijftig miljoen extra voor zus, honderd miljoen voor zo. Met een beetje geluk gaat het in het grote spektakel niet verloren. Met handige sms- en twittermassage krijg je de flashmob in je zaaltje, en wie weet nog een nazit met CNN.

Je wilt op dit type bijeenkomsten niet cynisch worden, maar een verzuchting dat wereldverbetering meestal niet het beste in mensen boven haalt, is soms moeilijk te onderdrukken.

Tot het vaste ritueel in de aanloop naar zo’n groot bezweringsritueel hoort ook het zogeheten tegengeluid: broeikasgas als complot van linkse wetenschappers, antikapitalisten en oliekapitalisten. Daar is ook altijd materiaal voor te vinden.

Ten eerste zijn wetenschappers soms ook ruziemakers en ten tweede gaat het bij de gevolgen van de uitstoot van broeikasgassen om prognoses voor de komende vijftig tot honderd jaar. Dat onttrekt zich per definitie aan zekerheid, laat staan aan precieze risicoanalyse met bijbehorende cijfers. Voor al diegenen die denken dat het toch niks wordt met ‘Kopenhagen’ en het leven ook na Kerst gewoon verder gaat, zijn het overigens geruststellende geluiden: zie je wel, ze weten het allemaal nog niet zo zeker.

Is hier tussen de bevlogenen en de cynici nog veel ruimte? Ze doen aan beide kanten van het dispuut behoorlijk hun best die ruimte zo klein mogelijk te maken, maar die ruimte is er wel. Ten eerste is het niet overdreven om te constateren dat er wel erg veel aanwijzingen uit verschillende hoeken zijn dat er grote schade ontstaat wanneer iedereen alles maar op zijn beloop laat. Ten tweede maakt afhankelijkheid van olie en gas ouderwets kwetsbaar ten opzichte van dubieuze olie- en gasstaten. Ten derde is beperking van de uitstoot in relatie tot het bruto mondiaal product ook weer niet zo duur dat je daarvoor het risico zou willen lopen. Het gaat misschien om zo’n 1 tot 1,5 procent van ieders bnp – geen afschrikwekkend bedrag voor een verzekeringspremie.

Kunnen echte maatregelen van zo’n mondiaal festijn als ‘Kopenhagen’ worden verwacht? Waarschijnlijk niet. Het gaat hier om zulke ingrijpende gedragsveranderingen dat zelfs nationale regeringen zoiets al niet zo gemakkelijk voor elkaar kunnen krijgen, laat staan een niet-bestaande mondiale regering. Voor een zeer verontruste klimatoloog als de NASA-chef James Hansen is het probleem zelfs veel te groot voor democratische besluitvorming en compromis: „Vergelijk het met de kwestie van de slavernij of het probleem van het nationaal-socialisme – je kunt toch niet zeggen: laten we de slavernij met vijftig of met veertig procent afschaffen?” Erg grote woorden zijn het, en veel bevlogenen zijn er niet vies van.

Is dat vreselijke ‘Kopenhagen’ derhalve zinloos, een duur festijn van ijdele bevlogenheid?

Nee, zeker niet. Natuurlijk kraait in Kopenhagen de victorie niet echt. De hele economische vooruitgang en welvaart van de laatste tweehonderd jaar zijn gebouwd op fossiele brandstoffen en niet-bestaande wereldregeringen veranderen zoiets niet. Veranderingen worden aangejaagd door gebeurtenissen – schokkende, ingrijpende gebeurtenissen. Zoals een oorlog in het Midden-Oosten met een abrupte breuk in de olietoevoer. Of een grote natuurramp als Katrina. Of anarchie in Rusland. Dit soort onvoorspelbare dingen zet vertrouwde patronen op zijn kop. En meer dan dat: ze geven ineens gelegenheid tot alternatieven. En daar zit de werkelijke waarde van agendaomvormers als ‘Kopenhagen’. We leren en passant wat zonne-energie kan betekenen, wat je bespaart met een dagje minder vlees, met een elektrische auto. Het zijn de dingen die aldus vanuit het rijk der onvoorstelbaarheden geleidelijk aan een plekje veroveren in de werkelijkheid van ons aller voorstellingsvermogen. VN-evenementen kunnen van ons geen radicaal andere mensen maken. En dat is trouwens een geruststellende gedachte. De meeste mensen willen dat type Saulus-Paulus-omwentelingen in hun leven ook helemaal niet, alle passie en charisma van Al Gore-on-stage ten spijt.

Dat de eindigheid van fossiele brandstoffen en de vermoedelijke risico’s iedereen toch geleidelijk aan in een ander raamwerk schuiven, is echter winst. Wordt dus vervolgd – volgend jaar in Mexico City. Op naar de dertigduizend deelnemers.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/knapen