Hirsch Ballin wil casino niet kwijt

Holland Casino mag niet te groot worden, maar het gokbedrijf van de Staat moet wel een wapen zijn tegen illegale kansspelen. Een lastig dilemma.

Een mooie gelegenheid om uit te gaan. Zo profileert Holland Casino zich sinds jaar en dag. Maar steeds minder mensen weten hun weg te vinden naar de veertien vestigingen van het gokbedrijf, waarvan de overheid de enige aandeelhouder is. De winst is de afgelopen drie jaar met miljoenen afgenomen, onder andere door de economische recessie en het rookverbod. Om meer bezoekers te trekken ziet Holland Casino zich naar eigen zeggen genoodzaakt een grootschalig entertainmentbedrijf te worden met hotels, theaters en clubs. Maar dat staat haaks op de doelen van het staatscasino, namelijk het beschermen van kwetsbare mensen tegen gokverslaving en het tegengaan van criminaliteit.

Het is een complex dilemma: aan de ene kant moet Holland Casino terughoudend zijn en zich beperken tot zijn kerntaken, aan de andere kant moet het een aantrekkelijk alternatief bieden om het illegale aanbod tegen te gaan. De overheid heeft al meerdere keren aan Holland Casino laten weten dat uitbreiding tot een entertainmentbedrijf niet de bedoeling is. Nederland voert immers een restrictief kansspelbeleid.

PvdA en VVD willen Holland Casino privatiseren. De liberalen pleiten hier al langer voor, omdat het gokbedrijf zich op die manier verder kan ontwikkelen. Regeringspartij PvdA stelde gisteren voorafgaand aan het debat in De Telegraaf dat de overheid het casino moet afstoten omdat het genoodzaakt is uit te breiden én tegelijk een staatsmonopolie is. Kamerlid Lea Bouwmeester (PvdA): „Daar wringt de schoen. Als overheid moet je geen aandeelhouder willen zijn in een entertainmentindustrie.” Maar Holland Casino zal niet worden verkocht, zei minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer over het kansspelbeleid.

PvdA, SP en GroenLinks hebben harde kritiek op Holland Casino. Zij vinden dat het zich te veel richt op entertainment. Gekscherend noemen zij het casino „het Las Vegas aan de Maas”. Maar waar de SP tegen privatisering is, ziet de PvdA de verkoop als onvermijdelijk. Tot vreugde van VVD’er Fred Teeven: „Dit is realistisch. Om een casino levensvatbaar te laten zijn, moeten we het in staat stellen uit te groeien tot een entertainmentbedrijf.”

Holland Casino heeft een staatsmonopolie, sinds 1975 heeft het de enige casinovergunning in Nederland in handen. Dat was een bewuste keuze van de overheid: het aanbod van casinospelen door één vergunninghouder, Holland Casino, moet een legaal, betrouwbaar en goed gecontroleerd spelaanbod garanderen. Als het aan PvdA en VVD ligt, moet de vergunning overgaan naar een (of meerdere) private aandeelhouder(s). De nog op te richten, onafhankelijke Kansspelautoriteit moet controleren of Holland Casino de spelregels naleeft. Is dat niet het geval, dan kan de overheid een ander bedrijf aanwijzen om voor een verantwoord spelaanbod te zorgen.

Zowel een meerderheid van de Tweede Kamer als Hirsch Ballin ziet niets in deze constructie. „Het monopolie is er niet voor niks”, legde de minister tijdens het debat uit. Daardoor kan de overheid een vinger aan de pols houden en tegelijkertijd gokverslaving tegengaan. In het toelaten van private exploitanten op de markt ziet Hirsch Ballin geen voordelen voor het huidige kansspelbeleid. „Als we Holland Casino privatiseren roepen we, ook vanuit Europeesrechtelijk oogpunt, meer problemen over ons af dan we oplossen.”

Hirsch Ballin liet gisteren weten dat de landsadvocaat op zijn verzoek bekijkt welke nevenactiviteiten Holland Casino mag aanbieden. Binnen enkele weken wordt zijn advies verwacht. De minister gaf zelf alvast een voorschot: „Mensen gaan naar het casino voor hun plezier, dus een sombere context verwacht ik niet van Holland Casino. Er mag best drank geschonken worden en er hoeft geen doodse stilte te heersen. Maar er is een duidelijk verschil tussen achtergrondmuziek en een concert.”