Een Grieks precedent

Schieten de landen van de eurozone Griekenland te hulp? Dat is de vraag nu dit land in grote financiële problemen is geraakt. Met een tekort van bijna 13 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en een staatsschuld die afstevent op 125 procent van het bbp, staat Griekenland er beroerd voor. Kredietbeoordelaar Fitch verlaagde gisteren de Griekse staatsschuld tot een waarde van BBB+. De twee andere grote bureaus, Moody’s en Standard & Poor’s, overwegen een dergelijke stap.

Dat heeft grote gevolgen. Door de afwaardering dreigen Griekse staatobligaties per 2011 hun status als onderpand voor leningen van de Europese Centrale Bank aan de banksector te verliezen. De rente op de Griekse schuld is sterk gestegen, wat de financiering van het begrotingstekort moeilijker en vooral duurder maakt. Een neerwaartse spiraal dreigt.

De regering-Papandreou heeft nu al te maken met groeiende sociale onrust, en de noodzakelijke zware bezuinigingen zijn nog niet eens doorgevoerd. De partners in de eurozone zijn het vertrouwen in Griekenland volledig kwijt. Papandreou onthulde kort na zijn aantreden, twee maanden geleden, dat het begrotingstekort over 2009 het dubbele was van wat de vorige regering had gemeld. Dat gesjoemel was een herhaling van 2003. Toen bleek bij een regeringswisseling dat het begrotingstekort in 2001 6 procent had bedragen en niet de 3 procent die het land aan de EU had gemeld. De Griekse toetreding tot de euro bleek achteraf te zijn gebaseerd op een statistische fraude.

Geen wonder dat andere landen aarzelen om te hulp te komen. Daar komt nog een belangrijke overweging bij. In het Verdrag van Maastricht, dat de grondslag vormt voor de muntunie, staat de no- bail-out-clausule. Daarin is vastgelegd dat lidstaten niet verantwoordelijk zijn voor elkaars financiële problemen en elkaar niet te hulp mogen schieten. De gedachte was dat landen die hun financiën op orde hebben, niet het slachtoffer mochten worden van hun lotsverbondenheid.

Duitsland liet deze regel vorig jaar kortstondig varen, omdat de kredietcrisis een kritieke omstandigheid was die steun mogelijk toch zou rechtvaardigen. Al was het maar uit eigenbelang, omdat een uitholling van de euro door een bankroet van een van de deelnemende landen alle overige eurolanden zou schaden. De huidige Griekse problemen hebben echter weinig van doen met de kredietcrisis, ze zijn van eigen bodem. Financiële steun aan Griekenland zou een gevaarlijk precedent zijn. Het stabiliteitspact, dat prudente overheidsfinanciën voorschrijft, is al meermalen grootscheeps geschonden. De no-bail-out-clausule is de enig overgebleven waarborg.

Er zijn meer eurolanden met een wankele huishouding die in de toekomst mogelijk afstevenen op een financieel debacle. Griekenland is relatief onbeduidend, maar als Italië straks hetzelfde overkomt? Duidelijk moet worden dat Griekenland verantwoordelijk is voor zijn eigen puinhoop en die zelf zal moeten opruimen. Anders is het hek van de dam.