De vreselijke ziekten van het CDA

Ab Klink, dat lijkt me veruit de gezelligste, meest werkschuwe, maar daarom des te relaxter minister uit Balkenende IV.

Hij is zoals bekend van volksgezondheid. Eigenaardig woord natuurlijk als je denkt aan paddo’s, rookverbod, elektronisch patiëntendossier, baarmoederhalskanker, Mexicaanse griep, 34 miljoen vaccins en de Q-koorts. Die laatste kwaal schijnt hij nu in samenwerking met Gerda Verburg (Landbouw) te moeten behandelen, van wie het tenslotte ook de schuld is. Net als Ab – van wie je het soms vergeet– is Gerda van het CDA, en in die hoedanigheid, zou je kunnen zeggen, medeveroorzaakster van alle ziektes die met te veel beesten in één stal te maken hebben.

Het CDA is de beschermheilige van de Nederlandse boer. Hef morgen het CDA op, en overmorgen is het platteland weer helemaal van ons, stadsmensen. Schone, strakke, onomgewoelde weilanden, nergens meer stank (‘jongens, wat ruikt het hier heerlijk naar gier, echt het gevoel dat je buiten bent’), bescheiden groepjes koeien, stieren en kalveren omdat de veestapel is teruggebracht tot een decoratief aantal, en aan de horizon alleen nog een paar representatieve Friese en Saksische boerderijen, en misschien nog ergens een losse stolp: ter herinnering aan een voorbije cultuur.

Het is mooi geweest. Zoals je het feodale tijdperk hebt gehad, en de eeuwen van het klooster, en de pruikentijd – zo had je ooit ook de dagen van de landmannen, die ’s ochtends een dier molken, ’s middags haver zaaiden en ’s avonds gelijk met de kippen ongewassen in de bedstee stapten, want de volgende morgen moesten ze vroeg weer datzelfde dier melken. Altijd een beetje onhygiënisch geweest, dat leven, maar in de stad dacht iedereen dat het onontbeerlijk was vanwege het voedsel, dus de boer hij ploegde voort.

Maar we weten toch allang dat het onzin is dat elk land een eigen boerenstand zou moeten hebben? Dat is net zoiets als wanneer elke Amsterdammer z’n veranda als groententuin zou moeten inrichten om ’s avonds voor zichzelf een bord warm eten te kunnen opscheppen. Om te beginnen zouden we in Europa toch bij toerbeurt een land kunnen aanwijzen dat telkens voor een jaar of twee de landbouw voor z’n rekening neemt? Nederland natuurlijk niet. Nederland is veel te klein – naar verhouding komt het ‘platteland’ in Nederland ongeveer overeen met wat ze elders een nationaal park noemen.

De Nederlandse boer zou waarschijnlijk allang vanzelf zijn uitgestorven, als hij niet op het idee was gekomen om steeds meer beesten in één hok te stouwen en op die manier, zonder veel omkijk, heel rijk te worden. Niks tegen natuurlijk, als hij de boel intussen maar schoon had gehouden. Maar na een poosje sijpelden de ziektekiemen, de infectiebronnen, de sluipende parasieten, de bacteriën van ontstoken slijmvliezen en de giftige bacillen van drachtige wijfjes de lichtstal uit en ons platteland binnen, dood, verderf, onheil en de vreselijkste ijlkoortsen verspreidend omdat de veehouders niet bij tienduizend geiten per hok wilden ophouden, maar pas bij twintigduizend.

Allemaal christelijke ziekten, want allemaal christelijke boeren die lid zijn van het CDA. In de Middeleeuwen kregen joden de schuld van de pest, nu weten we dat christenen ons de Q-koorts (dit jaar 2.300 zieken, zes doden) hebben bezorgd.

Kan Klink dit probleem aan? Dat gelooft natuurlijk niemand. Gerda Verburg is om te beginnen niet eens zijn medewerkster, maar eerder zijn tegenspeelster: every inch boerin onder haar politieke schaapskleren. Ze wil nu al niet vertellen waar je morgen besmet kunt worden, heeft Coutinho van het RIVM een spreekverbod opgelegd, en belóóft alleen nog maar dat ze deze week met ‘nieuwe maatregelen’ komt. En u en ik de hele dag maar afwachten in die lijkenlucht

Waar blijft in dit door dieren geterroriseerde land de Stichting Wakker Mens?

Jan Blokker