Bewegingen in het duet van Brown naturel en invoelbaar

Dans Trisha Brown Dance Company. Gezien: 8/12, Breda. Inl.: www.trishabrowncompany.com ***

Onwillekeurig blijft de blik aan háár plakken, ook al doet de danseres tien minuten lang precies hetzelfde als de danser tegenover haar, zij het gespiegeld. Het verschil: hij kijkt recht het publiek in, zij blijft van de toeschouwer afgewend. Alsof ze een geheim heeft. Tijdens een bliksembezoek van haar Dance Company aan Breda geeft de Amerikaanse choreografe Trisha Brown met You can see us een lesje theater maken: suggereer iets, en je houdt de toeschouwer in de greep.

In het duet, dat Brown in 1996 maakte voor zichzelf en Mikhail Baryshnikov (Trisha en Misha), zijn de passen gezet op ruimtelijk galmende, zachte klanken. Ze komen eenvoudig en naturel over en zijn volkomen invoelbaar: als een arm op schouderhoogte losjes wordt weggezwaaid, draait het lichaam er vloeiend achteraan. Met een vrijwel constant, rustig tempo, ziet het er bijna comfortabel uit, alsof de toeschouwer zo zou kunnen meedoen.

You can see us onthult waaraan de Amerikaanse haar faam te danken heeft: ze kan met losse bewegingen een sterke vorm maken. In de jaren zestig en zeventig maakte Brown deel uit van de groep danspioniers die als ‘postmodern’ bestempeld zouden worden.

Zij is de vrouw van de anti-expressionistische dans, en staat in haar dansopvatting diametraal tegenover de demonstratieve lichaamsbeheersing van het klassieke ballet én de intussen ook academisch geworden ‘modern dance’ van Martha Graham.

Ook in de ‘klassieker’ Glacial Decoy uit 1979 zijn die kenmerken aanwezig. Brown speelt hierin met zichtbare en onzichtbare ruimte door bij elke opkomst van een danseres, ook één in de coulissen te laten verdwijnen.

Door de witte, tulen jurken en armdecoraties doet het abstracte groepswerk echter ook onweerstaanbaar denken aan het ‘ballet blanc’ uit het romantische ballet Giselle, waar witte, luchtige verschijningen op- en afgaan en als lokvogel dienen voor onfortuinlijke manspersonen.

De oudere stukken bieden mooi studiemateriaal voor de dansstudenten die op de voorstelling waren afgekomen. Het gloednieuwe L’amour au théâtre daarentegen maakt duidelijk waarom de Nederlandse danswereld niet op volle sterkte was uitgerukt om het eenmalige optreden van de Dance Company bij te wonen. De laatste jaren heeft Brown namelijk ‘last van muziek’ gekregen, met name van vocale muziek. In L’amour combineert zij werk van de Franse barokcomponist Jean-Philippe Rameau met een oneindige serie gymnastisch, soms vernuftig partnerwerk.

Desondanks gaat het al gauw vervelen, zeker als bij teksten infantiel wordt gemimed. Tegen de haarscherpe, gestileerde vormen van Rameau steekt Browns handelsmerk, de zachte beweging, slapjes af, en wat erger is: flauw en behaagziek. Dat belooft wat voor Browns regie van de Rameau-opera Pygmalion, volgend jaar in het Holland Festival.

    • Francine van der Wiel