Bankroet van Griekse staat is niet langer uitgesloten

Kan een lidstaat van de eurozone failliet gaan? Beleggers dachten doorgaans van niet, ook al is de rente op de staatsobligaties van landen als Ierland en Griekenland over het algemeen een tikkeltje hoger geweest dan bij die van Duitsland. Het is moeilijk voorstelbaar dat Frankrijk en Duitsland, laat staan de Europese Unie of de in Frankfurt gevestigde Europese Centrale Bank, een lidstaat van de eurozone het blok zouden laten ondermijnen. Maar een neerwaartse bijstelling van de kredietstatus van Griekenland heeft de alarmbellen doen rinkelen. Noch de euro noch de eurozone zijn wondermiddelen. Landen kunnen nog steeds bankroet gaan, hun schuldenlast kan nog steeds te hoog worden.

Sommige landen in de periferie van de eurozone zijn de huidige mondiale crisis ingegaan op een golf van optimisme. Ze hadden beleggingen aangetrokken, waren snel gegroeid en hadden hun lonen en vastgoedprijzen zien stijgen. Ze hadden het gevoel dat ze zich gingen aansluiten bij de hoofdstroom van Europa. En dat was ook de manier waarop de rest van de wereld tegen ze aankeek.

Maar de rente op de Griekse staatsobligaties is nu hoger dan bij die van Turkije, dat nog geen lid is van de eurozone. Het Griekse begrotingstekort is met zo’n 13 procent van het bruto binnenlands product (bbp) meer dan vier maal zo hoog als het maximum dat het Verdrag van Maastricht toestaat. De Griekse staatsschuld zal naar verwachting in 2011 zijn gestegen naar 135 procent van het bbp, meer dan twee maal het niveau dat ooit gold als het maximum om tot de euro te mogen toetreden. Het is de hoogste staatsschuld in de eurozone. Griekenland heeft ook een groot tekort op zijn handelsbalans, 8 procent van het bbp dit jaar. Het land leeft ver boven zijn stand.

En Griekenland is niet bepaald een uitzondering. Spanje en Ierland hebben ook dubbelcijferige begrotingstekorten. De problemen van deze landen zijn niet louter financieel van aard. De looninflatie in de goede jaren heeft ervoor gezorgd dat zij aan concurrentiekracht hebben ingeboet ten opzichte van Frankrijk en Duitsland, en door de kracht van de euro ook ten opzichte van de rest van de wereld. Maar devaluatie is geen optie. Harde aanpassingen zijn dus noodzakelijk, door te snijden in de kosten en de lonen.

Dit brengt politieke risico’s met zich mee. Kunnen deze landen die wel aan? Misschien. Maar de weg terug naar een evenwichtige en duurzame situatie zal lang en moeilijk zijn. Beleggers zullen zichzelf serieuzer moeten afvragen of een lidstaat van de eurozone bankroet kan gaan. En of dat een terugkeer van de lires en de drachmes zou kunnen betekenen.

    • Ian Campbell