Advies in zaak Hofstadgroep: 'Haat tegen meerderheid zaaien is ook strafbaar'

hofstadHaatzaaien tegen meerderheden is ook strafbaar. En een terroristische organisatie kan best bestaan uit een hoofdpersoon die met één andere persoon samenwerkt. Terwijl zo’n structuur niet met de andere deelnemers   hoeft te bestaan.  Dit adviseert advocaat-generaal bij de Hoge Raad Willem Vellinga vanochtend in de zaak tegen de Hofstadgroep.

De eerdere vrijspraak van de Hofstadgroep door het Hof Den Haag moet op deze punten, dus gedeeltelijk worden herzien, vindt hij. Lees hier het persbericht van de Hoge Raad. En hier het uitgebreide advies, een zogeheten conclusie, van de AG. Het arrest van het Hof Den Haag dat Vellinga in overweging 10 “moeilijk te doorgronden” noemt, is hier te vinden.

De uitspraak van de Hoge Raad wordt begin februari verwacht. De Hoge Raad hoeft het advies niet op te volgen, maar doet dat vaker wel dan niet. Als dat gebeurt kan dat tot hogere straffen voor de Hofstadgroep leiden.

Het Hof Den Haag sprak de verdachten in januari 2008  vrij van deelneming aan een terroristische organisatie, maar liet de veroordelingen wegens poging tot moord met handgranaten intact. Eén van de verdachten, Jason W. kreeg daarvoor 15 jaar. De groep was vooral bekend omdat Mohamed B., de moordenaar van Theo van Gogh, er leiding aan gaf.  De groepsleden ontmoetten elkaar regelmatig in zijn huiskamer, waren lid van een MSN-groep die “MuwahhidinDeWareMoslims” heette en voorzag elkaar van salafistische literatuur. Het Openbaar ministerie en de recthbank Rotterdam zagen in hen een terroristische groep gericht op haat zaaien, opruien en bedreigen met de bedoeling een islamitische staat in Nederland te vestigen. Het Hof Den Haag vond echter dat er meer sprake was van een netwerk dan van een organisatie. Daarvoor was meer ‘substantie’ nodig. Die moest gevonden worden in gemeenschappelijke regels en doelstellingen waardoor  “een zekere druk op de individuele leden kan worden uitgeoefend”.

Dat vind AG Vellinga allemaal niet nodig, nu hij nog eens flink in de Kamernotulen en jurisprudentie heeft gelezen. In overweging 29 zegt hij dat een “dermate strenge eis” zelfs expliciet door de Hoge Raad ooit is verworpen. Als er binnen de groep tussen een paar individuen sprake is van “enige structuur” in de samenwerking is dat al voldoende.

Niet minder stellig verwerpt hij de eis van het Hof Den Haag dat haatzaaien alleen strafbaar is wanneer zich dat tot kwetsbare minderheden richt. Het Hof had vastgesteld dat in de huiskamer van Mohamed B. zo’n beetje alle ‘ongelovigen’ het doelwit vormden. Daartoe rekende de Hofstadgroep ook moslims die van hun geloof geen politieke zaak wensten te maken, moslims die democratie verenigbaar met hun geloof vonden, evenals joden, christenen, boeddhisten, mensen van allerlei andere gezindten, atheïsten, agnostici, sceptici en vele anderen. En die enorme groep kon je toch “bezwaarlijk” als kwetsbare groep aan duiden, vond het Hof.

Vellinga leest helemaal niet in de wetsgeschiedenis dat de wetgever het zo beperkt bedoeld heeft. In overweging 51 concludeert hij dat het best kan zijn dat er “minder reden is strafrechtelijk op te treden ter bescherming van meerderheden dan ter bescherming van minderheden: meerderheden kunnen door hun getalsmatige omvang minder kwetsbaar zijn en kunnen zich door die omvang doorgaans beter teweer stellen. [...] Maar dat neemt niet weg dat ook het aanzetten tot haat tegen of discriminatie van een meerderheid van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van een meerderheid van mensen wegens hun ras etc. een ernstige bedreiging van de openbare orde kan vormen en daarom strafrechtelijke optreden aangewezen is.”

Wat vindt u? Moeten alleen minderheden tegen strafbaar ‘haatzaaien’ door justitie worden beschermd - of ook meerderheden?

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

    • Folkert Jensma