Zo, even mijn hart luchten bij de psycholoog

Hulp zoeken bij psychische problemen is geen taboe meer. Mensen praten er gemakkelijker over.

Voor welke problemen gaan ze naar de psycholoog?

Zomaar een voorbeeld. Dat onze teamgenoot gespannen was, hadden we al gemerkt toen ze middenin een wedstrijd boos was weggelopen. Een paar dagen later vertelde ze na de hockeytraining waarom: het liep niet lekker op haar werk. Tot mijn verbazing zeiden twee andere teamgenoten tegen haar: waarom ga je niet met iemand praten, een psycholoog ofzo? Dat hebben wij ook gedaan en het helpt echt.

Hè, hadden zij allebei in therapie gezeten? Ik wist niet eens dat ze problemen hadden. Enigszins schoorvoetend voegde ik daaraan toe dat ik in geen enkele vorm van therapie was. En dat volgens mij ook niet nodig had. Nou, zeiden mijn teamgenoten: wacht maar af. Als je rond je dertigste een probleem hebt is dat helemaal niet erg, dan heb je straks in elk geval geen last van een midlifecrisis.

Hulp zoeken bij een psychisch probleem lijkt geen taboe meer. Steeds meer mensen gaan naar een psycholoog – en ze praten er makkelijker over. In 2007 maakten 84.000 mensen gebruik van een eerstelijnspsycholoog (degene naar wie de huisarts je doorverwijst bij psychische problemen). Vorig jaar waren dat er 90.000. En dit jaar zal dat aantal weer stijgen, met 10 tot 15 procent, blijkt uit cijfers van de Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen (LVE). De grootste groep is tussen de 30 en 45 jaar. En 90 procent van hen is met gemiddeld zeven sessies geholpen.

Met wat voor soort problemen komen al deze mensen bij de psycholoog terecht? In de top-3 van de LVE staan: depressies en angsten, interpersoonlijke problemen (dus tussen mensen) en problemen met aanpassing en verwerking. De directe aanleiding voor de klachten zijn vaak relaties en werk. Een grote risicogroep is dan ook de vrouw van rond de dertig. Mijn hockeyvriendinnen, zeg maar. Ze hebben het druk: baan, relatie, kinderen en een sociaal leven graag.

Maar dat is al een tijdje zo: de vrouwenbladen hebben het er al jaren over. Dus vanwaar de aanhoudende stijging van hulpzoekenden?

Er is in elk geval één simpele oorzaak: de vergoeding van de kosten voor psychologische hulp. Sinds 1 januari 2008 zijn de eerste acht sessies bij een eerstelijnspsycholoog opgenomen in de basisverzekering voor ziektekosten. En vaak zitten er nog eens vier sessies in de aanvullende verzekering. „Huisartsen verwijzen daarom makkelijker door”, zegt Dick Nieuwpoort, directeur van de LVE.

Een gevolg is dat een aantal mensen sinds vorig jaar ook voor één of twee gesprekken langsgaat bij de psycholoog. Dat is voldoende om hun hart te kunnen luchten. Geen wonder dat het twee jaar geleden opgerichte psychologieblad Mind Magazine in het laatste nummer schrijft dat ‘Nederland massaal in therapie is’. Mind Magazine werd indertijd opgezet „omdat je aan je voelsprieten merkt dat psychologie een enorme vlucht neemt”, zei hoofdredacteur Renie van Wijk bij de lancering. En: „Wij willen persoonlijk en positief zijn. Dus: je bent oké, maar het kan nog beter.”

Volgens het blad heeft intussen 40 procent van de Nederlanders ervaring heeft met psychische hulp. Dat kan een coach, therapeut of psycholoog zijn. „De stap is makkelijker omdat het onderwerp bespreekbaar wordt gemaakt door tv-programma’s als Oprah en bladen als Mind Magazine en Happinez”, zegt psycholoog Frits Bosch.

Vergoed of niet, je gaat ook niet naar de oogarts als je zicht nog prima is. Dus blijft de vraag: wat is de onderliggende oorzaak van de vraag naar psychische hulp?

Dat is de complexiteit van de samenleving, zegt hoogleraar klinische psychologie Jan Derksen: „We moeten al van jongs af aan keuzes maken. Er worden dus meer eisen aan de persoonlijkheid gesteld, waardoor het ego meer belast raakt. Bovendien zijn de ideologieën die hielpen ons gedrag te bepalen, weggevallen.”

Derksen heeft ook nog een praktijk als eerstelijnspsycholoog. „We hebben tien psychologen in onze praktijk, maar we kunnen het werk niet aan. Het is slechts een kleine plattelandsregio, maar het aantal mensen dat zich jaarlijks nieuw aanmeldt, is opgelopen tot zeshonderd.”

Het is niet alleen de complexiteit van de samenleving, zegt hij, we zijn ook simpelweg meer met onszelf bezig. „We leven in een tijdperk dat we heel goed aan ons eigen belang denken. We zijn met z’n allen narcistischer.”

Een andere oorzaak is dat mensen een steeds grotere verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid voelen. Het begint al op de werkplek, waar het niet vreemd is om een mentor te hebben of even langs de coach te gaan, zegt Monique Klompé. Zij is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeidsdeskundigen, coaches die mensen in hun werk helpen bij het verwezenlijken van hun doelen. „Er komen elk jaar zo’n honderd arbeidsdeskundigen bij in Nederland. Er is dus steeds meer vraag naar hun diensten.”

Nu we makkelijker hulp zoeken, praten we er ook makkelijker over. Dat merken de psychologen ook. Psycholoog Hans Kamsma: „Er komen steeds meer mannen en dan weten we: het taboe verdwijnt. Ik merk het ook omdat mijn werkwijze is veranderd. Tot een paar jaar geleden moest ik de cliënt er eerst van overtuigen dat het goed was dat hij was gekomen. Dat hoeft nu niet meer.” Frits Bosch: „Vroeger zetten mensen hun fiets nog wel eens aan de overkant van de straat, en niet recht voor onze praktijk.” Jan Derksen: „Mensen zijn goed geïnformeerd. Sommigen zeggen bij het eerste gesprek: ik wil graag cognitieve gedragstherapie voor mijn angststoornis.”

Dat het taboe is doorbroken, is in elk geval in mijn hockeyteam wel duidelijk. Sterker nog, mijn teamgenoten hielden na de training een wervend betoog voor therapie.

‘Je leert jezelf beter kennen.’

‘De psycholoog is iemand anders dan je moeder of je vriend. Die hebben je ook al geadviseerd, maar dat is toch anders.’

‘Waarom zou je niet gaan? Het kan geen kwaad.’

‘Heerlijk, je kunt drie kwartier lang over jezelf praten.’