Vinvissen zingen toontje lager

Blauwe vinvissen, de grootste dieren op aarde, zijn sinds de jaren zestig steeds lager gaan zingen. Walvisonderzoekers die het verschijnsel opmerkten, denken dat het komt doordat hun aantallen weer toenemen nu de dieren sinds 1966 beschermd zijn. Dat schrijven ze in het jongste nummer van Endangered Species Research. Ze onderzochten meer dan 6.000 opnames van zingende blauwe vinvissen, afkomstig uit de hele wereld.

Walvissen en dolfijnen maken allerlei geluiden, maar alleen een paar soorten baleinwalvissen ‘zingen’. Hun roep volgt een duidelijk patroon, dat typisch is voor de soort. Bij de blauwe vinvis zingen voor zover bekend alleen de mannetjes. De zang van de solitair levende dieren is tot honderden kilometers onder water te horen. Het geluid heeft een sociale functie, maar het is onduidelijk welke – al wordt paarvorming het meest genoemd.

Walvisonderzoeker MarkMcDonald ontdekte bij toeval dat het geluid van de walvissen steeds lager wordt. Hij stelde ontvangers op voor de Amerikaanse westkust en constateerde dat hij het bereik van de apparaten elk jaar lager moest afstellen.

Met hulp van twee wetenschappers van het Scripps Instituut voor Oceanografie zocht hij andere meetreeksen op, waarna bleek dat ook de blauwe vinvissen in de andere oceanen geleidelijk steeds lager zijn gaan zingen. De afname is al meetbaar in de oudste opnames: uit de jaren zestig van de vorige eeuw. De meeste gegevens komen van de Amerikaanse westkust. Daar daalde de grondtoon van de zang van 21,9 Hertz in 1963 tot 15,2 Hertz in 2008. Ook de boventonen werden lager.

De onderzoekers vermoeden dat het te maken heeft met het einde van de jacht op de blauwe vinvis. Daarvóór waren er volgens hen zo weinig walvissen dat ze alleen via hoge zang konden communiceren – dan kunnen ze harder zingen, zo is de akoestische theorie. Toen de aantallen toenamen, daalde het geluid weer. De onderzoekers speculeren dat mannetjes liever laag zingen omdat dat suggereert dat ze groot zijn. bewijs voor deze theorie ontbreekt nog.