Verhagen opent deur voor Servië

Minister Verhagen is om. Met steun van Nederland biedt de EU Servië een handelsakkoord en bij goed gedrag een ‘stabilisatie- en associatieakkoord’.

Na twee jaar dwarsliggen zegt Nederland als laatste lidstaat van de Europese Unie eindelijk ‘ja’ tegen Servië. Er kan nauwere samenwerking komen tussen dat land en de EU, zei minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) gisteren tijdens een vergadering met zijn collega-ministers van de Unie in Brussel. De deur is nog steeds niet helemaal open, maar een kier kan het nauwelijks meer worden genoemd. Ministers en diplomaten uit andere EU-landen reageerden gisteravond dan ook opgelucht. „Iedereen was Nederland dankbaar”, zei een diplomaat met een cynisch lachje.

Sinds 2007 was in Brussel geklaagd en gemopperd over de houding van Nederland tegenover Servië. Nederland eiste eerst, gesteund door België, dat Servië de van oorlogsmisdaden verdachte generaal Mladic zou uitleveren aan het Joegoslavië-tribunaal. Anders zou geen sprake zijn van een politiek en economisch samenwerkingsakkoord van de EU met Servië, waardoor het EU-lidmaatschap voor Servië dichterbij komt.

Onder druk van de andere EU-landen, die de pro-westerse regering in Belgrado graag wilden steunen, kreeg Servië het akkoord vorig voorjaar toch, maar alleen op papier: Nederland hield de ratificatie ervan door de EU-lidstaten tegen en blokkeerde de handelsvoordelen die in andere gevallen meteen gelden als zo’n akkoord aan een land wordt aangeboden.

De hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal, Serge Brammertz, kwam Nederland gistermiddag helpen. Als speciale gast tijdens de vergadering van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken zei hij dat Servië, dat graag lid wil worden van de EU, goed samenwerkt met zijn hof. Ook al is de belangrijkste verdachte Ratko Mladic nog steeds niet gearresteerd. „Wij kunnen niet méér aanklager zijn dan de aanklager zelf”, zei minister Verhagen na de bijeenkomst. En dus krijgt Servië nu ook met steun van Nederland eerst een handelsakkoord, met alle economische voordelen die daarbij horen, en als het over een half jaar nog steeds goed samenwerkt met het tribunaal in Den Haag, krijgt het een zogenoemd ‘stabilisatie- en associatieakkoord’. Dat geeft uitzicht op EU-lidmaatschap.

„Wij denken dat we de positieve krachten in Servië moeten stimuleren”, zei Verhagen gisteren – precies zoals zijn Europese collega’s het de afgelopen jaren ook zeiden. Nederland was in de EU steeds meer alleen komen te staan, zeker nadat België Verhagen had duidelijk gemaakt dat Servië het voordeel van de twijfel moest krijgen. Er moest, zoals een EU-functionaris het deze zomer zei, „een manier worden gezocht om Verhagen hieruit te redden”.

De uitweg voor Nederland was de afgelopen weken zorgvuldig voorbereid, onder leiding van EU-voorzitter Zweden. Belangrijk was het oordeel van hoofdaanklager Brammertz van het Joegoslavië-tribunaal. Die constateerde in zijn halfjaarlijkse rapport aan de VN-Veiligheidsraad vooruitgang bij de samenwerking van Servië met het tribunaal. Brammertz zei niet dat er ‘volledige samenwerking’ was. Maar voor Verhagen was het goed genoeg. Hetzelfde gold voor de regeringspartijen in de Tweede Kamer die Verhagen al vorige maand extra ruimte gaven.

En de eerdere eis van Nederland dat Mladic op het vliegtuig naar Nederland moest zitten? Volgens Verhagen zei Brammertz op de vergadering dat Servië alles deed wat het kon doen om de arrestatie van de nog voortvluchtige oorlogsverdachten mogelijk te maken.

Nederland is niet helemaal om. Over een half jaar rapporteert Brammertz weer. Als de samenwerking goed blijft, krijgt Servië het samenwerkingsakkoord met de EU. „Het is nog maar een klein stapje”, zei een diplomaat.

De VVD wil nog niets weten van ratificatie van het politieke en economische samenwerkingsakkoord zolang Mladic niet is uitgeleverd.

Verhagen heeft nu een nieuwe eis voor Servië: de formele aanvraag voor het EU-lidmaatschap. Daar moet Servië, vindt hij, „niet te haastig” mee zijn.

    • Petra de Koning
    • Mark Kranenburg