Uitspraak 43: Bedreiger ambulance gaat in hoger beroep maar krijgt strengere straf

Een omstander bedreigt en hindert ambulancepersoneel. Het  Gerechtshof legt een hogere straf op, hoewel het OM daar niet  om vroeg.
De Zaak. Twee ambulancemedewerkers doen aangifte wegens  bedreiging met geweld. De rechtbank legt een taakstraf op 60  uur of  30 dagen cel als de taakstraf niet wordt uitgevoerd. En  een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een  proeftijd van twee jaren plus een schadevergoeding. De verdachte gaat in hoger beroep. Hij vindt dat  niet bewezen is wat  hij precies zou hebben geroepen. Het OM eist in hoger beroep  dezelfde (taak)straf.
De feiten. De verdachte, een man van 34 jaar, was betrokken bij  een ruzie op straat. Daarbij viel een ernstig gewonde. De ambulanceverpleegkundigen komen in een hectische situatie, die ze   als grimmig en later als bedreigend beschrijven. Er waren ongeveer tien omstanders die bedreigingen riepen. Ze besluiten de  gewonde niet op straat te helpen, maar schuiven hem in de auto  en rijden met nog geopende zijdeur ‘versneld’ weg. De omstanders schoppen en slaan tegen de ambulance. Later, in de aankomsthal van de Eerste Hulp, herkennen zij één van de omstanders die zich agressief gedroeg. Deze man wordt aangehouden.
Wat is er zoal naar de ambulancemedewerkers geroepen?
„Als je nu godverdomme niets doet dan doe ik jou wat”.  „Je  moet hem helpen anders doe ik je wat”. „Als het maar goed  komt/Opschieten …  anders doe ik jullie iets”.
Wat acht het Hof bewezen? Het Hof beschouwt de man als  iemand die zich „niet onbetuigd heeft gelaten”. En zich ook niet  „heeft gedistantieerd van de geuite bedreigingen”. Het Hof  vindt dat er „nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders” was, de definitie van ‘medeplegen’.
Wat  verklaart de verdachte op het bureau?
Bij de politie zegt de man dat hij emotioneel was. De gewonde  was zijn vader. „Als personeel van de ambulance verklaren dat  ik iets tegen hen gezegd zou hebben of dat anderen die bij mijn  vader iets gezegd hebben, dan is dat de waarheid. [...] De mensen van de ambulance hebben geen reden om te liegen. [...]Ik  kan mij best voorstellen dat ik gezegd zou hebben: “Als het  maar goed komt anders doe ik jullie iets aan.” Nu ik van u alles  gehoord heb, kan ik begrijpen dat door het gedrag van mij en  van omstanders het ambulancepersoneel zich bedreigd heeft  gevoeld. Als ik nu naar mijzelf kijk, heb ik iets gedaan wat niet  kan.”
Waarom geeft het Hof een hogere straf  dan de rechtbank?
Het Hof vindt dat de man zich „buitengewoon ernstig misdragen” heeft.  Hij was bovendien dronken, net als anderen. Hij  heeft de verplegers ‘ernstig belemmerd’ terwijl die een levensgevaarlijk gewond slachtoffer hielpen. Dat het om zijn vader  ging „kan en mag geen enkele rechtvaardiging vormen”. Op de  zitting in hoger beroep heeft de man „geen inzicht heeft getoond in het uiterst laakbare karakter van zijn gedrag.” Dus  vindt het Hof drie weken onvoorwaardelijke celstraf ‘passend  en geboden’. Dat de man een vaste baan heeft legt geen gewicht  in de schaal. „Het feit is daarvoor te ernstig”.

ambulancepersoneelEen omstander bedreigt en hindert ambulancepersoneel. Het  Gerechtshof legt een hogere straf op, hoewel het OM daar niet  om vroeg. Hoe een taakstraf een celstraf kan worden. Met commentaar van NJB-redacteur en hoogleraar strafrecht Ybo Buruma.

De Zaak.
Twee ambulancemedewerkers doen aangifte wegens  bedreiging met geweld. De rechtbank legt een taakstraf op 60  uur of  30 dagen cel als de taakstraf niet wordt uitgevoerd. En  een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een  proeftijd van twee jaren plus een schadevergoeding. De verdachte gaat in hoger beroep. Hij vindt dat  niet bewezen is wat  hij precies zou hebben geroepen. Het OM eist in hoger beroep  dezelfde (taak)straf.

De feiten.
De verdachte, een man van 34 jaar, was betrokken bij  een ruzie op straat. Daarbij viel een ernstig gewonde. De ambulanceverpleegkundigen komen in een hectische situatie, die ze   als grimmig en later als bedreigend beschrijven. Er waren ongeveer tien omstanders die bedreigingen riepen. Ze besluiten de  gewonde niet op straat te helpen, maar schuiven hem in de auto  en rijden met nog geopende zijdeur ‘versneld’ weg. De omstanders schoppen en slaan tegen de ambulance. Later, in de aankomsthal van de Eerste Hulp, herkennen zij één van de omstanders die zich agressief gedroeg. Deze man wordt aangehouden.

Wat is er zoal naar de ambulancemedewerkers geroepen?
„Als je nu godverdomme niets doet dan doe ik jou wat”.  „Je  moet hem helpen anders doe ik je wat”. „Als het maar goed  komt/Opschieten …  anders doe ik jullie iets”.

Wat acht het Hof bewezen?
Het Hof beschouwt de man als  iemand die zich „niet onbetuigd heeft gelaten”. En zich ook niet  „heeft gedistantieerd van de geuite bedreigingen”. Het Hof  vindt dat er „nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders” was, de definitie van ‘medeplegen’.

Wat  verklaart de verdachte op het bureau?
Bij de politie zegt de man dat hij emotioneel was. De gewonde  was zijn vader. „Als personeel van de ambulance verklaren dat  ik iets tegen hen gezegd zou hebben of dat anderen die bij mijn  vader iets gezegd hebben, dan is dat de waarheid. [...] De mensen van de ambulance hebben geen reden om te liegen. [...]Ik  kan mij best voorstellen dat ik gezegd zou hebben: “Als het  maar goed komt anders doe ik jullie iets aan.” Nu ik van u alles  gehoord heb, kan ik begrijpen dat door het gedrag van mij en  van omstanders het ambulancepersoneel zich bedreigd heeft  gevoeld. Als ik nu naar mijzelf kijk, heb ik iets gedaan wat niet  kan.”

Waarom geeft het Hof een hogere straf  dan de rechtbank?
Het Hof vindt dat de man zich „buitengewoon ernstig misdragen” heeft.  Hij was bovendien dronken, net als anderen. Hij  heeft de verplegers ‘ernstig belemmerd’ terwijl die een levensgevaarlijk gewond slachtoffer hielpen. Dat het om zijn vader  ging „kan en mag geen enkele rechtvaardiging vormen”. Op de  zitting in hoger beroep heeft de man „geen inzicht heeft getoond in het uiterst laakbare karakter van zijn gedrag.” Dus  vindt het Hof drie weken onvoorwaardelijke celstraf ‘passend  en geboden’. Dat de man een vaste baan heeft legt geen gewicht  in de schaal. „Het feit is daarvoor te ernstig”.

Lees hier het arrest van het Gerechtshof.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

    • Folkert Jensma