Speciaal onderwijs wórdt niet afgeschaft

De angst dat alle leerlingen – ook leerlingen die veel extra zorg behoeven – op gewone scholen moeten, is ongegrond, stelt

Sharon Dijksma.

Het speciaal onderwijs blijft bestaan. Ik kan het niet genoeg herhalen. Hoewel mevrouw Meijs een complot vermoedt van overheid en schoolbesturen om het speciaal onderwijs af te schaffen (Opiniepagina, 2 december), verzeker ik u: het speciaal onderwijs blijft bestaan. Er is dus ook geen geheim project Passend Onderwijs Inclusief. De capaciteit in het speciaal onderwijs blijft ook gelijk aan het huidige. Dat betekent dat er net zo veel kinderen als voorheen naar het speciaal onderwijs kunnen.

Maar toch moet er iets veranderen in het reguliere onderwijs. Er zijn meer gebroken gezinnen, sociale structuren veranderen en de tolerantie voor afwijkend gedrag is afgenomen. Wie had tien jaar geleden kunnen voorspellen dat het aantal kinderen met ADHD zo zou groeien?

Plaatsing op het speciaal onderwijs is vaak een goede oplossing voor kinderen met bijvoorbeeld ADHD. Maar het helpt alleen niet altijd om het kind dat de problemen veroorzaakt, naar het speciaal onderwijs te sturen. Na het moeilijkste kind is er altijd weer een nieuw moeilijkste kind, en daarna weer één. Het aantal kinderen in het speciaal onderwijs is in vijf jaar toegenomen met bijna een kwart en ook internationaal gezien is het erg hoog. Veel kinderen stromen rechtstreeks door naar de Wajong. Die zit vol met jonge volwassenen die al jong een stempel voor het leven hebben gekregen.

Om dit op te lossen zat ik maandenlang met leraren, ouders en schoolbesturen om de tafel. Iedereen is het er over eens dat sommige kinderen het beste gedijen op een speciale school. Maar iedereen is het er ook over eens dat veel kinderen die extra zorg nodig hebben, beter af zijn op een reguliere school. Laat ze zoveel mogelijk meedoen met leeftijdsgenoten en ondersteun ze waar nodig. Die ondersteuning moeten ze niet alleen van leraren krijgen, maar ook – in de klas – van mensen die daarvoor opgeleid zijn. Zo gaat die ondersteuning niet ten koste van de andere kinderen in de klas.

Om dat voor elkaar te krijgen, moet er wel wat veranderen. Van de ruim twee miljard euro die jaarlijks voor onderwijs aan zorgleerlingen wordt uitgetrokken, komt te weinig terecht in de klas. Veel tijd en energie gaat verloren aan indicatietrajecten en bureaucratie. Ondanks inspanningen zitten jaarlijks 3.000 kinderen zonder onderwijs thuis.

Er is een ommekeer nodig, het speciaal onderwijs moet beter en er moeten meer handen in de klas komen. Hoe? Ten eerste moet de bureaucratie worden aangepakt. Geld voor bijvoorbeeld bovenschoolse voorzieningen en onnodige overhead wordt ingezet in de vorm van een onderwijsassistent of een speciale leraar. Daarom wordt onder meer de landelijke indicatiestelling afgeschaft.

Ten tweede kan het geld flexibeler besteed worden. Het bedrag per leerling ligt niet langer vast, maar wordt door de school in overleg met de ouder en de leraar aangepast aan de behoeften van het kind. Daarom gaat het rugzakgeld direct naar de scholen.

Ten derde wordt de rol van de ouders groter. Hun invloed wordt versterkt en zij weten zich verzekerd van een plek voor hun kind.

Uiteraard vraagt dit een grote inspanning van het onderwijs. Besturen, bovenschools management, begeleiders en expertisecentra moeten accepteren dat de rol van de ouder en de leraar bij het omgaan met zorgleerlingen cruciaal wordt. Dit vraagt om het loslaten van oude structuren. Uit ervaring weten we dat dit niet altijd gemakkelijk gaat. Daarom leggen we de waarborging van de positie van de leraar en de ouders vast in de wet.

Daarnaast stellen besturen, ouders en leraren gezamenlijk een landelijk Referentiekader Zorg op. Daarin wordt vastgelegd wat een basisschool aankan. Leraren kunnen dan aangegeven waar hun grenzen liggen en waaraan zij behoefte hebben. Het vraagt ook inspanning van leraren. Hun wordt gevraagd om beter na te denken over wat een kind aankan, om niet te schromen om extra ondersteuning te vragen en om de schoolbesturen aan te spreken als ze denken dat kinderen of zijzelf in de knel komen.

Sharon Dijksma is staatssecretaris van Onderwijs voor de PvdA.