Sneeuw

DSC01945Gisterenmiddag is het ineens gaan sneeuwen. Binnen twee uur lag er een dik pak en verstilde de wereld om me heen. ,,Eindelijk”, juichten mijn vrouw en ik. Ineens hoorden we de eindeloze stroom auto’s in de straat niet meer, ineens lichtte de grauwe lucht op, ineens leek de dag te lengen.

Aan het eind van de middag had ik in de buurt van het Dinamo-voetbalstadion een interview met een vrouw over werkloosheid. Ik haalde haar op aan de rand van een park. Het was een kwartier lopen vanaf de metrohalte. Ze nam me mee naar een restaurant waar we vier uur over haar leven en lot hebben zitten praten. Na afloop was het of we elkaar al heel lang kenden. Van het in Rusland lang volgehouden ‘U’ waren we inmiddels overgegaan op ‘je’.

Omdat het glad was geworden, bood ik haar op de terugweg naar de metro mijn arm aan. En zo schuifelden we als oude vrienden naar de metro, in het schemerlicht van de carbidlampen van de lantaarnpalen in het park.

Pratend over de knapperende schoonheid van die sneeuw die je somberste bui kan doen verdwijnen, over haar man en dochter die van skiën houden. Alsof er in haar gezin, dat door de crisis een behoorlijke financiële klap heeft gekregen, dankzij die sneeuw voor een kort moment  niet eens meer zoveel aan de hand was.

,,We leven gewoon door, ook al is het op alle fronten minder”, zei ze lachend. Mijn bewondering voor die typisch Russische levenshouding en veerkracht was opnieuw groot.  Maar ook concludeerde ik voor de zoveelste keer dat die eerste sneeuw en die snel op te bouwen, langdurige vriendschappen misschien wel de mooiste eigenschappen van Rusland zijn.

    • Michel Krielaars