Preek van de leek

Waar: De Singelkerk in Amsterdam Aanwezig: Circa driehonderd mensen Dienst: Lekenpreek door Stephan Sanders

Achterpagina dinsdag 8 december rubriek hemel&aarde Artikel: Anil Ramdas Foto: Zondag 29 november, Singelkerk Amsterdam. Dominees dragen lang niet altijd een toga. Kunstenaars, columnisten, cabaretiers, programmamakers, schrijvers en politici zijn de dominees van deze tijd – zij ontmaskeren, roepen op tot actie, houden de boel bij elkaar, ontregelen, benoemen en bouwen. In 'De Preek van de Leek' proberen vijf dappere dominees van deze tijd het een keer mét. Op een echte kansel, in een echte kerk, met een tekst uit de bijbel. Dit is de preek van Stephan Sanders, Stephan is presentator, essayist, auteur en columnist. In de foto zie je stephan de mensen toespreken, links in beeld zie Arie Boomsma en ouderling van de dienst Henk Leegte staan. Tijdens de preek van de leek wordt er veel gezongen, door stephan zelf maar ook door manoushka Zeegelaar Breeveld. Foto:Luciana Caputo Caputo, Luciana

‘When Israel was in Egypt’s land; let my people go’ – om de een of andere reden verwacht je deze spiritual, ‘Go Down, Moses’, in achterbuurten te horen, of tussen grauwe hoogbouwflats. Niet bij het Spui in Amsterdam, in de Singelkerk, met die wonderlijke akoestiek die zo past bij een wonderlijke bariton, die we herkennen van de zaterdagavonden na elf uur: „Goedenavond, u luistert naar ‘Met het Oog op Morgen’.” Het is inderdaad radiopresentator en schrijver-journalist Stephan Sanders die in de kerk onder pianobegeleiding zingt: ‘O let us all from bondage flee, let my people go.’

Op de ‘Preek van de Leek’ die de Doopsgezinde Gemeente in Amsterdam organiseert, was eerder al kritiek, volgens Trouw van 26 oktober: het is meestal geen leek en meestal geen preek. Een leek is een overtuigd christen zonder kerkelijke ambt, en een preek is het Woord van God: „Kunnen de Amsterdamse dominees zelf de grachtengordel niet bereiken? Het heeft iets zieligs om dan maar een Bekende Nederlander in te zetten.”

Het mag dan iets zieligs hebben, de kerk is op deze zondag wel bomvol: driehonderd aanwezigen, onder wie honderd reguliere kerkgangers, schat ik.

Sanders opent met: „Door de week noem ik me agnost, maar op zondag, voor alle zekerheid, atheïst.” Dominee Henk Leegte, die Sanders uitnodigde, kijkt op noch om. Sterker nog, ook de reguliere kerkgangers niet. Ze zijn nergens meer verbaasd over, schijnt, het enige wat ze tonen is geconcentreerde aandacht.

De preek gaat over Noach, die door de Heer werd uitverkoren om een klein deel van het leven op aarde te redden. Dit uitverkoren zijn bevalt Sanders al niet: een willekeurige voorkeursbehandeling, die rechtstreeks leidt tot het ernstigste misverstand in godsgeloof: predestinatie.

En wat deed de uitverkorene bij aankomst? Hij legde een wijngaard aan en genoot gulzig van zijn oogst. Ons aller stamvader, een zuiplap, welbeschouwd.

Sanders spreekt van de troost van wijn, waar vooral de sensitieven aan bezwijken: „En dit, dames en heren, is geen verkapte zelffelicitatie.” Hij vertelt over zijn vroegere neiging tot alcoholmisbruik, wanneer troost verandert in verdoemenis, maar een algemeen oordeel over de staat van dronkenschap geeft hij niet: het blijft per slot een Godsgeschenk, zij het een merkwaardig.

Was Noach dan de oerdronkenlap? Niet volgens Sanders, want wat te denken van de oudtestamentische woede-uitbarsting van de Heer over de zondigheid, die Hem aanzette tot de zondvloed: „Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.” Sanders: „Was dat niet een beetje een overreactie, het gevolg, misschien, van een kwaaie dronk?”

De reguliere kerkgangers laten de woorden bezinken. Geen geschuifel, geen geroezemoes, geen teken van ongemak, en dominee Henk Leegte kijkt rustig voor zich uit. En Cham, vervolgt Sanders, de zoon van Noach, die zijn vader naakt in zijn tent aantreft, na wat men de eerste black out van de geschiedenis mag noemen: deze zoon lacht zijn vader uit en Noach vervloekt hem tot knechtschap. Laat Cham nu juist de stamvader zijn van de gekleurden van deze wereld. De oudste en meest bekende rechtvaardiging van slavernij, apartheid, rassendiscriminatie.

Dan daalt Sanders van de kansel af en vraagt de aanwezigen op te staan en met hem mee te zingen. Even verandert deze deftige, ingetogen kerk van doopsgezinden in een zwarte kerk waar de armen de lucht in gaan en de Heer uitbundig wordt gedankt: „Thus said the Lord, bold Moses said, let my people go; if not I’ll smite your firstborn dead, let my people go.”

Anil Ramdas bezoekt tweewekelijks een geloofsgemeenschap. Reacties en suggesties: ramdas@nrc.nl

    • Anil Ramdas