Ook 'links' omarmt nu Olympische Spelen

Opvallend: het plan de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen vindt meer weerklank. Na de acties tegen ‘Amsterdam 92’ is nu zelfs het verzet in linkse kringen opgegeven.

Het was een kort, opvallend moment, gisteren tijdens het commissiedebat over de sportbegroting van staatssecretaris Jet Bussemaker. Midden in haar gloedvol betoog over het plan de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen werd het Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP) onderbroken door haar CDA-collega Joop Atsma. Had hij goed begrepen dat de SP zich volledig achter Olympische Spelen in Nederland opstelt? Leijten verbaasd: „Ja, waarom niet? Zolang de Spelen geen sponsorfeestje worden, maar ten goede komen aan vooral de breedtesport in Nederland.”

Een opmerkelijk standpunt van een links-activistisch Kamerlid. En een trendbreuk. Dat had Atsma goed begrepen. Want hoe was het ook al weer 25 jaar geleden, toen Amsterdam zich kandidaat stelde voor de Olympische Spelen van 1992? Destijds voerde activiste Saar Boerlage met haar N’Olympics Comité fel campagne tegen de kandidatuur. De Amsterdamse, die actief was in de pacifistisch-socialistische partij PSP, werd het symbool van olympisch verzet. Zij stuurde onder meer zakjes wiet naar de leden van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en was op de dag van de stemming in Lausanne nadrukkelijk – volgens haar tegenstanders intimiderend – aanwezig met het uitdelen van pamfletten waarin IOC-leden werden opgeroepen vooral niet op Amsterdam te stemmen.

De naam Boerlage wordt door de leden van het toenmalige kandidaatscomité, onder leiding van burgemeester Ed van Thijn, nog steeds met afschuw uitgesproken. Zij zou met haar actievoerders toewijzing van de Olympische Spelen aan Amsterdam hebben geblokkeerd. Achteraf een verkeerde conclusie, want het invloedrijke Canadese IOC-lid Dick Pound heeft vorig jaar in het televisieprogramma Andere Tijden verklaard dat Amsterdam nooit een serieuze kandidaat is geweest. De strijd ging tussen Barcelona en Parijs. En de keus viel op de Spaanse stad, woonplaats van de toenmalige IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch. De Amsterdammers dropen af met het schamele aantal van vijf stemmen.

Ondanks die afgang was in zowel sport- als overheidskringen de roep om Olympische Spelen niet verstomd. Tot onder leiding van de inmiddels ontslagen directeur Marcel Sturkenboom drie jaar geleden door sportkoepel NOC*NSF een hernieuwd initiatief werd genomen. Met als verschil ten opzichte van ‘Amsterdam 92’, dat Sturkenboom en de zijnen niet onmiddellijk hoog van de toren bliezen, maar het plan verpakten in een streven het sportklimaat in Nederland te verbeteren. Eerst Nederland op olympisch niveau brengen en in 2016 over de eventuele kandidatuur voor de Spelen van 2028 beslissen. Met andere woorden: eerst draagvlak creëren. Want dat was de les die men van Boerlage leerde.

Uit de houding van Kamerlid Leijten blijkt dat de Olympische Spelen intussen ook in linkse kringen worden omarmd. Weliswaar onder voorwaarden. Maar toch. Daarmee is een angst voor activistische tegenstand bij de voorstanders verdwenen. En dat wilde Atsma toch even vastgesteld hebben.

Tegenargumenten als ‘megalomaan’ en ‘geldverslindend’ hoor je niet meer. Tijdens de behandeling van de sportbegroting werd zelfs al hartstochtelijk over de voorkeur van een stad gediscussieerd. Leijten en Atsma drongen er bij de staatssecretaris op aan haast met die keus te maken, waarbij beiden een warm pleidooi hielden voor Amsterdam.

Bussemaker sprak wijselijk nog geen voorkeur uit. Zij weet hoe gevoelig die strijd tussen Amsterdam en Rotterdam ligt. De hoofdstad mag bekender zijn in de wereld, maar Rotterdam beschouwt zich als dé sportstad van Nederland. En daar valt wat voor te zeggen. In Rotterdam wordt al jaren een actief sportbeleid gevoerd. De stad is ook vaker het toneel van internationale kampioenschappen. Dit jaar werd er nog de WK judo gehouden en volgend jaar volgen de WK turnen. In Amsterdam doet sportwethouder Carolien Gehlers erg haar best de achterstand op Rotterdam in te lopen, mede met het oog op Spelen van 2028. Onder haar leiding is bijvoorbeeld sinds vijftien jaar weer een sportnota uitgebracht.

Bussemaker vindt het vroeg genoeg als volgend jaar een keus wordt gemaakt door de council van het Olympisch Plan 2028, het hoogste orgaan waarin alle betrokken partijen zijn vertegenwoordigd. Maar ook zij zal hebben vastgesteld dat de druk op Amsterdam toeneemt. Leijten en Atsma waren niet de eersten die zich voor Amsterdam uitspraken. Dat deed onlangs ook Rob van Gijzel, burgemeester van Eindhoven. Hij vindt het onterecht dat „zijn stad van design en technologie” niet bij het Olympisch Plan 2028 is betrokken. Maar desondanks noemde Van Gijzel Amsterdam de enige, vanzelfsprekende optie.