Müllers 'woorden tegen de doodsangst'

„Ik reageerde op de doodsangst met levenshonger. Die was woordhonger. Alleen de werveling van de woorden kon mijn toestand vatten.”

Aldus Herta Müller in haar gisteren gepubliceerde Nobelprijsrede. De Roemeens-Duitse schrijfster krijgt donderdag de Nobelprijs voor literatuur uitgereikt, en reflecteerde gisteren in een persoonlijke speech – of liever: een kort verhaal – op haar wording als schrijfster. Onder de titel ‘Elk woord weet iets van de vicieuze cirkel’ beschreef ze hoe ze in het Roemenië van Ceausescu in conflict raakte met een geheim agent omdat ze niet wilde spioneren voor de Securitate. Ontslag uit de fabriek waar ze werkte werd het begin van haar schrijfcarrière en de eerste stap op weg naar emigratie naar Duitsland.

Een terugkerende zin in de rede van Müller was: „Heb je een zakdoek” – de bezorgde vraag die ze als jong meisje altijd van haar moeder hoorde. De zakdoek was een van de dingen die als een rode draad door het leven van Müller zouden lopen. Daarnaast speelde een zakdoek een belangrijke rol in het levensverhaal van Oskar Pastior, de Roemeense dwangarbeider in een Sovjetwerkkamp die de bron was voor haar laatste roman Ademschommel. „Kun je zeggen dat juist de kleinste voorwerpen samenvoegen wat in het leven het minst bij elkaar past?” vroeg Müller zich af, en: „Om ons te verzekeren van ons eigen bestaan hebben wij de voorwerpen, de gebaren en de woorden nodig.”

In een interview met Le Monde, het enige dat ze gaf in de aanloop naar de drukke Nobelprijsweek, onderstreepte Müller dat ze letterlijk gek zou zijn geworden als ze in Roemenië was gebleven. Haar vertrek naar Berlijn in 1987 had ervoor gezorgd dat ze niet door het systeem ‘vernietigd’ was.

Lees Müllers rede, vertaald door Ria van Hengel, op www.degeus.nl. Haar enige interview op Lemonde.fr