Minder geld en vakantie voor oudere werknemer

Recht op scholing, een verplicht loopbaanbeleid, minder vakantie- en verlofdagen en een lager salaris. Dat zijn enkele maatregelen die het gemakkelijker moeten maken voor werkgevers om oudere werknemers tot 67 jaar te laten werken. Gisteren stuurde minister Donner (Sociale Zaken, CDA) de Notitie ‘Arbeidsparticipatie ouderen’ naar de Tweede Kamer. Die had hij beloofd in het kader van het wetsvoorstel over verhoging van de AOW-leeftijd.

Het kabinet beseft, schrijft Donner, dat oudere werknemers na 2020, wanneer de AOW-leeftijd omhoog gaat, in staat moeten zijn om zonder te veel problemen door te werken.

Zodra ouderen werkloos geworden zijn, hebben ze grote moeite terug te komen op de arbeidsmarkt. De werkloosheidsduur van ouderen is in Nederland een van de langste van de Oeso-landen. In Denemarken en Finland gaan vier keer zoveel 50-plussers bij een nieuwe werkgever aan de slag als in Nederland.

Daarom wil de minister dat werknemers van hun werkgever scholing moeten kunnen volgen. De werkgever kan ook zijn werknemers verplichten tot extra studie zodat ze gemakkelijker naar een andere baan kunnen overstappen.

Ook wil de minister sociale partners verplichten een loopbaanbeleid te ontwikkelen. Dit moet erop gericht zijn dat „ieder de mogelijkheid krijgt om tijdig ander werk” te gaan doen. Werknemers die dertig jaar „zware werkzaamheden” vervullen, moeten van hun werkgever een aanbod krijgen om minder belastend werk te doen. Krijgen ze dat niet, dan moet de werkgever financieel bijspringen zodat de werknemer met 65 jaar kan stoppen. Hoe dit precies moet worden geregeld bekijkt het kabinet nog, schrijft Donner.

Ook dringt hij er bij werkgevers en vakbonden op aan een CAO-beleid te voeren dat tot minder dure verlofdagen voor ouderen leidt en tot „een evenwichtiger” salarisopbouw. In Nederland beginnen lonen relatief laag en stijgen langer tot aan het eind van de carrière.