'Koeman gaf ons vrijheid te leren'

AZ vecht morgen in Luik tegen Standard voor een plaats in de Europa League. Brett Holman vormt een positieve uitzondering in een kwakkelend elftal.

Alkmaar, 02-12-09. Brett Holman, voetballer. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Hij zegt dat het hem verboden is er nog over te praten, maar Brett Holman zal met gemengde gevoelens hebben gereageerd op het ontslag van Ronald Koeman bij AZ. De Australische aanvaller/middenvelder had veel vertrouwen gekregen van de plotseling weggestuurde oefenmeester. Al in de zomer liet Koeman weten dat hij Holman een eerlijke kans wilde geven zich in het eerste elftal te spelen. Vervolgens gaf hij de oud-speler van Excelsior en NEC ook de tijd te wennen aan een voor hem nieuwe positie; de rechterflank. Gevolg: Holman maakt net als Jeremain Lens, die hij blindelings aanvoelt omdat hij met hem ook in Nijmegen speelde, veel progressie dit seizoen. Twee witte raven in het elftal dat onder zijn normale niveau acteert.

Holman kan dan ook niet negatief zijn over de aanpak van Koeman, die door de directie van AZ na een paar maanden als te los is ervaren voor een groep die een harde hand nodig heeft. „Koeman vroeg meer eigen initiatief van een speler”, vertelt Holman. „Hij wilde dat wij elkaar leerden te coachen en te corrigeren. Hij hoopte dat we zelf naar oplossingen probeerden te zoeken in het veld. Dat vond ik persoonlijk alleen maar leuk. Hij betrok ons ook bij discussies. Moet je tegen twee spitsen met drie of vier verdedigers spelen? Dan dwong hij je erover na te denken. Zo gaf hij ons tijd dingen te leren.”

Voor Holman was de kortstondige samenwerking met Koeman een verademing vergeleken met het vorige seizoen onder Louis van Gaal. „Ik dacht een jaar geleden dat ik was gehaald als versterking”, vertelt hij. „Ik rekende erop dat ik een kans zou krijgen in het eerste elftal, maar dat is nooit gebeurd. Ik kreeg een rode kaart tegen ADO Den Haag, de wedstrijd die we met 3-0 verloren. Daarna hebben we bijna alles gewonnen en hield Van Gaal vast aan hetzelfde elftal. Ik kon niet zo goed omgaan met die situatie. Ik dacht: wat gebeurt er met mij? Ik had bij Excelsior en NEC altijd alle wedstrijden gespeeld. Ik vond niet dat ik met Van Gaal erover kon praten. Dat is toch raar, want als het goed gaat moet je als trainer juist met de bankzitters bezig zijn. Ik heb wel een paar keer aan hem gevraagd wat zijn bedoeling met mij was. Ik vroeg: wat moet ik doen om de twaalfde man te worden? Waarin kan ik me verbeteren? Op welke positie moet ik me richten? Ik kreeg slechts te horen dat hij het elftal niet wilde wijzigen zolang het bleef winnen.”

Na het kampioensseizoen had Holman contact met zijn zaakwaarnemer Karel Jansen. Hij stond net op het punt hem te vragen een andere club te zoeken, toen Van Gaal zijn vertrek naar Bayern München aankondigde. „Later had ik een goed gesprek met Koeman. Ik dacht: dit wordt mijn laatste kans bij AZ. Natuurlijk heb ik ook wel wat geleerd van Van Gaal. Als iemand bij elke verkeerde pass in je nek staat te schreeuwen, let je de volgende keer wel op. Bij Van Gaal moet je altijd honderd procent geconcentreerd zijn. Elke bal moet zuiver gespeeld worden. Maar ik word alleen maar beter en sterker als ik veel wedstrijden speel.”

Holman groeide met een broer op in Croydon Park, een buitenwijk van Sydney. Hij beoefende op jonge leeftijd talrijke sporten: tennis, rugby, Australian rules football (een mix van voetbal en rugby), cricket, voetbal en golf. Pas op zijn veertiende besloot hij zich toe te leggen op voetbal. „Ik had altijd wel een balletje getrapt, maar nooit serieus. Voetbal dat was voor Australiërs van een andere komaf: Italianen, Grieken of Kroaten. Bovendien wilde ik als kleine jongen voor mijn plezier spelen en niet zozeer gecoacht worden. Toen ik voor de keuze stond me te specialiseren ging ook cricket me goed af.”

Via Enfield kwam Holman bij de Australische club Parramatta Power terecht en speelde hij binnen twee jaar op het hoogste niveau van dat land. Tot zijn trainer Dave Mitchell zijn oude club Feyenoord tipte over de middenvelder. Holman werd na een geslaagde proefstage door technisch directeur Rob Baan gestald bij satellietclub Excelsior. Bij Feyenoord zou hij nooit terechtkomen. „Misschien heb ik in Rotterdam er niet genoeg aan gedaan me te bewijzen. Achteraf ben ik alleen maar blij dat het niet is gelukt bij Feyenoord te komen. Anders had ik nooit zo’n mooi avontuur beleefd bij NEC. Daar heb ik twee jaar een heel leuke tijd gehad. En ik heb vorig jaar dan wel niet veel gespeeld, ik ben met AZ toch kampioen geworden.”

Bij Excelsior voelde Holman zich na een paar jaar op een dood spoor terecht gekomen. „In het derde seizoen dacht ik: het komt hier niet meer goed met mij. In die voetbaljaargang werden we onder John Metgod twaalfde. Het was bij Excelsior altijd billen knijpen. Je moest daar kampioen worden of zorgen dat je niet degradeerde uit de eredivisie. In mijn laatste seizoen bij Excelsior was Mario Been mijn trainer. Met hem kon ik zowel bij de club als er buiten heel goed opschieten. Hij heeft me ook meegenomen naar NEC. Ik kan gerust stellen dat Been een beetje mijn voetballoopbaan heeft gered.”

Holman woont hier nu zeven jaar en het is ongelooflijk hoe hij vrijwel accentloos Nederlands spreekt. Dat komt niet door de talencursus bij Feyenoord die hij toen nog niet zag zitten, maar door de schoonouders van zijn ex-vriendin die niet zo goed Engels spraken.

Bij NEC ontwikkelde Holman zich tot een aanjager op het middenveld met een tomeloze inzet en een geweldig loopvermogen. Bij AZ lijkt hij vooral technisch en tactisch beter geworden. Holman probeert zijn krachten nog wat beter te verdelen zodat hij wat scherper wordt voor het doel. „Ik verspeel veel energie met het veroveren van de bal. Soms ben ik voor het doel te gehaast of uitgeput. Daar moet ik volwassener in worden.” Zijn loopvermogen heeft hij nooit speciaal getraind. Het is aangeboren. „Ik herstel snel van een hoge hartslag. Dat loopwerk vind ik eigenlijk vooral een mentale kwestie. Als je wil, kan je het gewoon.”

Mede daardoor is hij ook in het Australische elftal een bruikbare kracht. Inmiddels heeft Holman 27 interlands achter zijn naam staan. Daarvoor heeft hij de wereld vele keren moeten rondvliegen. Het Nederlands elftal maakte de trip heen en terug van zo’n 48 uur onlangs één keer en er werd veel ophef over gemaakt. „Soms word je gek van dat vliegen, soms niet. Vorig seizoen vond ik het lekker om weg te gaan. Ideaal eigenlijk. Je praat wat, of je legt een kaartje met andere spelers van de Australische selectie, van wie de meesten ook in Europa voetballen.”

Australië plaatste zich bijna gelijkertijd met Oranje voor het WK Toch is er veel kritiek op de Nederlandse bondscoach Pim Verbeek. „Hij heeft in mijn ogen heel weinig negatiefs gedaan. Verbeek is een ondergewaardeerde trainer. We hebben in de kwalificatiereeks geen goal tegen gekregen. Maar we speelden geen fantastisch mooi voetbal. Toch is het dan te makkelijk van sporters, oud-spelers en media zoveel kritiek op Verbeek te uiten. Een slechte zaak en overtrokken. Het was toch al moeilijk voor hem om de grote Guus Hiddink op te volgen. Voor het WK in Duitsland in 2006 kwalificeerden we ons na 32 jaar. Dan moet je niet meteen verwachten dat we als Brazilië voetballen.”

De beleidsbepalers in Australië gaan echter door op de Nederlandse toer met de aanstelling van trainers. Het is een juiste aanpak in de ogen van Holman om het Australische voetbal naar een hoger plan te tillen. „De jeugdopleidingen en de accommodaties moeten beter in mijn land. Men is druk bezig de structuur te verbeteren. Met Han Berger, Rob Baan, John van ’t Schip, Henk Duut en Pim Verbeek gaat het de goede kant op. Er is gekozen voor de Nederlandse invloed omdat die mentaliteit de Australiërs wel ligt. Bovendien hebben Guus Hiddink en Pim Verbeek bewezen dat wij ons ook in tactisch opzicht kunnen verbeteren door de Hollandse school.”