Kijk, hier spoot ik, en hier lag ik te slapen

In verschillende Nederlandse steden geven (ex-)daklozen rondleidingen.

Soms duurt het even voor je mee kunt, omdat dakloze Ed op vakantie is in Curaçao.

Kooy, Christian van der

De bedoeling was dat dit verhaal veel eerder in de krant zou staan. Maar het was wachten op Ed. Ed (50) is dakloos. Alhoewel, hij heeft sinds twee maanden een huis. Daarvoor zwierf hij vijf jaar door Amsterdam. Ed geeft stadstours en ik wilde graag mee. Volgens evenementenbureau Actief Events moest ik even geduld hebben: Ed was op vakantie op Curaçao.

Zijn 90-jarige tante op Curaçao betaalde de helft van het ticket, omdat hij haar zou helpen met verhuizen. De andere helft betaalde hij zelf. „Ik werk hard”, zegt hij. Hij heeft, net als de meeste daklozen een uitkering, maar Ed is ook een van de daklozenambassadeurs van Amsterdam, en hij leidt mensen rond langs toeristische en persoonlijke ijkpunten. Hij regelt ook tours voor andere daklozen. Daarvoor ontvangt hij een deel van de opbrengst. En af en toe past hij op de kinderen van dakloze moeders. „Het is al zwaar voor een man om dakloos te zijn, laat staan voor een vrouw, laat staan voor een vrouw met kinderen.”

Hoe hij rondkwam toen hij nog geen tours gaf? „Ik ben een hosselaar. Ik maakte van niets iets. Dan verkocht ik nepdrugs ofzo.” Ed, die een grote roodbruine leren jas draagt, een grijs stoppelbaardje heeft en het gat tussen zijn voortanden met goud heeft opgevuld, weet wel hoe hij moet overleven. Vlak voordat we aan de stadstour beginnen, vertelt hij zijn twee voorwaarden. 1: Ik mag de boodschap van zijn tocht niet verklappen, anders komt niemand meer. En 2: of ik 50 euro wil betalen, „want ik doe dit om te kunnen eten”.

Stadstours door daklozen, of ex-daklozen, worden inmiddels in meerdere steden gehouden, waaronder Haarlem, Amsterdam, Utrecht en Alkmaar. De eerste was in Amsterdam, een jaar of acht geleden. Bij het ene evenementenbureau is het in eerste instantie een attractie, bij het andere een reïntegratieproject, zoals in Utrecht. De maatschappelijke organisatie Altrecht houdt sinds september ‘underground stadswandelingen’. Het zijn vooral ex-daklozen die groepen meenemen langs plekken waar ze vroeger gebruikten of sliepen. „Sommigen zeggen dat de tocht een vorm van ramptoerisme is, maar dat vind ik niet”, vertelt Roald van Stijn van Altrecht. „We willen de daklozen in contact brengen met het ‘normale’ publiek en we willen het publiek laten zien dat daklozen ook gewone mensen zijn.” De belangstelling voor de tocht is enorm. „We hadden acht mensen per week verwacht, maar het zijn er zestig.”

De tocht met Utrechtse Leon ziet er wat anders uit dan met de Amsterdamse Ed.

Leon (40) woont inmiddels al acht jaar in hostel De Hoek, een 24-uursopvangvoorziening voor dakloze verslaafden. Daarvoor was hij acht jaar dakloos, nadat het hem als wegenbouwmachinist en licht- en geluidsman te veel was geworden en hij verslaafd raakte. Overdag bedelde hij, ’s nachts stal hij fietsen.

Leons tour is vooral historisch, want op de plekken waar vroeger nog daklozen samenschoolden, ziet het er nu keurig uit. Leon, die altijd zijn Jack Russel Loesje meeneemt, begint de tocht bij Mariaplaats. „Wij sliepen en gebruikten in dit lieflijke tuintje. Ideaal, vanwege de stenen overkapping. Het was er erg smerig, met bebloede doeken en spuiten op de grond.” Nu is het schoon en wandelen er mensen rond in hun lunchpauze.

Leon is lang en loopt een beetje gebogen. Hij heet eigenlijk geen Leon, maar noemt zichzelf zo. Zijn echte naam is vrij bijzonder en hij wil straks, mocht hij een reguliere baan willen, geen nadeel ondervinden van zijn verleden. Ook Ed heet niet echt Ed. Het is een korte versie van zijn echte voornaam. Hij wil liever niet met zijn volledige naam in de krant, omdat hij bang is dat een van zijn drie kinderen daar last mee krijgt.

Leon begeleidt de groep naar Hoog Catharijne, naar de beruchte expeditietunnel waar „honderden daklozen leefden, elkaar beroofden en dealden”. De daklozen die nog op straat leven, zijn erg hardleers, zegt Leon. Utrecht brengt daklozen sinds 2001 onder in zogenoemde hostels om iets te doen aan hun mensonwaardige situatie, en om de overlast op straat te verminderen. Ze mogen gebruiken op hun kamer, maar tegelijkertijd wordt een behandelplan voor ze opgesteld. Leon: „Ik heb een baan en een eigen douche. Ik hoor weer bij de burgermaatschappij.”

Ed, die na zijn scheiding drankverslaafd raakte en op straat kwam te staan, vertelt tijdens zijn tocht over opvangcentra, maar laat ook toeristische plekjes zien. De tour gaat onder meer langs de Wallen, de Waag en Chinatown.

Ed vindt zichzelf gezegend dat hij dakloos is geworden. „Ik was een workaholic, een materialistische freak. Ik heb andere waarden leren kennen. Nu zijn liefde, vriendschap en mensen helpen belangrijk voor me.” Verslaafd is hij niet meer. „In het weekeinde rook is soms nog een jointje, met een glaasje wijn erbij en het liefst een mooie vrouw. Wat wil je nog meer?”

    • Marleen Luijt