Inspiratie Donner uit Scandinavië

Het kabinet wil de AOW-leeftijd verhogen. Maar dan moeten ouderen ook meer kansen krijgen op de arbeidsmarkt. Vandaag presenteerde minister Donner daarvoor plannen.

Het kabinet wil volop investeren in de ‘zilveren’ generatie. Ouderen leven veel langer en kunnen langer doorwerken. Alleen gebeurt dat in Nederland weinig, zeker vergeleken met een aantal Scandinavische landen. Raakt een 55-plusser zijn baan kwijt, dan heeft hij slechts 10 procent kans ander werk te vinden. Oudere werknemers zijn gevangen in een ‘gouden kooi’ en minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken is vast van plan ze daaruit te bevrijden.

Dat blijkt uit de notitie Arbeidsparticipatie ouderen die Donner gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd als aanvulling bij het wetsvoorstel door verhoging van de AOW-leeftijd. Want het kabinet beseft dat het de AOW-leeftijd wel kan optrekken naar 67, maar oudere werknemers moeten ook in staat worden gesteld om zonder al te veel problemen door te werken.

Begin jaren zeventig werkte nog ruim 70 procent van de ouderen. Maar dat veranderde in het decennium daarna door genereuze regelingen om vervroegd uit te treden (vut) en de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die als ‘glijbaan’ naar het pensioen functioneerden. Inmiddels is de WAO hervormd, vervroegd uittreden is afgeschaft, en langer doorwerken wordt met doorwerkbonussen van het kabinet aangemoedigd.

Maar ondanks de stijging van het aantal werkende ouderen, functioneert de arbeidsmarkt voor ouderen niet goed, constateerde het Centraal Planbureau (CPB) eerder dit jaar in het rapport Rethinking Retirement waarin de oorzaken van die gebrekkig functionerende arbeidsmarkt voor 55-plussers werden geanalyseerd.

Bedrijven schrikken ervoor terug werknemers boven de 55 aan te nemen. Lonen stijgen veelal met de duur van het dienstverband, waardoor iemand op oudere leeftijd te veel kost. En als gevolg van de strenge ontslagbescherming worden oudere werknemers immobiel en blijven ze lang bij die ene werkgever in dienst.

Sterker, er is nauwelijks sprake van een ‘arbeidsmarkt’ voor ouderen, stelt het CPB vast, omdat er zo weinig mensen boven 55 jaar van baan wisselen. Nu zijn meer dan zeven op de tien 55-plussers tien jaar of langer bij hun werkgever in dienst. Vrijwillig van baan veranderen komt sporadisch voor.

In Scandinavië is de mobiliteit van ouderen veel groter. En worden ze werkloos dan komen in Denemarken en Finland vier keer zoveel 50-plussers bij een nieuwe werkgever aan de slag als hier.

Minister Donner is geïnspireerd door het Scandinavische model, want in het hoge noorden lukt het om het overgrote deel van de beroepsbevolking aan het werk te houden, zo’n 80 procent – een doel dat het kabinet zich ook heeft gesteld. Nu heeft het kabinet recent al extra maatregelen genomen om langer doorwerken te stimuleren met bijvoorbeeld een doorwerkbonus en een extra arbeidskorting. Werkgevers hebben sinds dit jaar zelfs drie jaar lang recht op een premiekorting van 6.500 euro als ze een werkloze 50-plusser in dienst nemen.

Met de nu aangekondigde maatregelen hoopt het kabinet echter een „noodzakelijke cultuurverandering” in gang te zetten. Bij- en omscholing zijn volgens de minister essentieel om werknemers „duurzaam inzetbaar” te houden – al is het niet bij de eigen werkgever, dan bij een andere. De afspraken met de sociale partners tijdens het Najaarsoverleg een jaar geleden over systematische en brede scholing van werknemers hebben er al toe geleid dat inmiddels 26 procent van de werknemers een persoonlijk opleidingsbudget had. Twee jaar geleden was dat nog 15 procent.

Kennelijk gaat het de minister te langzaam. Om meer druk op de ketel te zetten kiest Donner nu voor twee wettelijke maatregelen. Zo kunnen werknemers aanspraak maken op scholing bij hun werkgever. Van de andere kant kunnen werkgevers ook scholing van de werknemers eisen. Daarnaast wil de minister wettelijk regelen dat sociale partners zich beide verplichten tot een „duurzaam inzetbaarheidsbeleid” dat er op gericht is „dat ieder de mogelijkheid krijgt om tijdig ander werk te gaan doen”.

Ook doet minister Donner een beroep op beide cao-partners om de beloningsstructuur en de vakantie- en verlofdagen (‘ontziemaatregelen’) kritisch tegen het licht te houden. Hij verwijst hierbij naar Scandinavische landen waar de loonontwikkeling tijdens de carrière evenwichtiger en geleidelijker verloopt, zodat oudere werknemers niet als kostbaar gelden. In Nederland beginnen de lonen relatief laag en stijgen ze langer tot aan het eind van de carrière.

Alle taboes gaan van tafel, zei premier Jan Peter Balkenende recent, en doelde op de werkgroepen van ambtenaren die het kabinet aan het werk heeft gezet om te onderzoeken waar bespaard en hervormd kan worden. Met deze notitie loopt minister Donner hier al op vooruit. Willen ouderen bevrijd worden uit de ‘gouden kooi’ zullen de nodige taboes bespreekbaar moeten worden. Hij heeft de sociale partners al uitgenodigd voor een gesprek.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In de grafiek bij het artikel Donner haalt inspiratie uit Scandinavië (8 december, pagina 13) zijn de gegevens van Duitsland en Frankrijk verwisseld. De correcte grafiek staat op nrc.nl/economie.

    • Michèle de Waard