Honderdste Britse dode dit jaar in Afghanistan

In het zuiden van Afghanistan is gisteren de honderdste Britse militair van dit jaar gesneuveld. Het jaar 2009 is daarmee al ruimschoots het bloedigste jaar uit de Britse krijgsgeschiedenis sinds de Falklandoorlog van 1982. In 2008 kwamen 51 soldaten om het leven in Afghanistan.

De dood van de Brit in de provincie Helmand krijgt veel aandacht in de media. Premier Gordon Brown beloofde dat het offer van de militairen voor hun land niet zal worden vergeten. Tegelijk onderstreepte hij het belang van de missie. Die moet er volgens hem voor zorgen dat Al-Qaeda Afghanistan „niet kan gebruiken als een basis van waaruit het terroristische aanslagen tegen Groot-Brittannië kan beramen”.

In eigen land staat de missie in Afghanistan in toenemende mate ter discussie. Het oplopende dodental draagt daartoe bij. De bevelhebber van het leger, generaal David Richards, heeft de bevolking opgeroepen zich niet blind te staren op het dodental, maar ook te kijken naar de vooruitgang die de Britse troepen zouden boeken.

De stafchef van de strijdkrachten, Sir Jock Stirrup, verklaarde vorige week al dat het afkalven van de steun schadelijker voor het moreel van de troepen is dan de beruchte bermbommen, die veel militairen het leven hebben gekost.

Premier Brown heeft zich de laatste maanden krachtiger dan voorheen gecommitteerd aan de missie in Afghanistan. Vorige week besloot de regering nog vijfhonderd man extra te sturen. Daarmee stijgt het totaal aantal Britse militairen in Afghanistan tot boven de 10.000 man.