Het schaakspel is begonnen

In het schaakspel dat de komende twee weken in Kopenhagen wordt gespeeld, heeft de Amerikaanse onderhandelaar Jonathan Pershing een eerste zet gedaan. Het is een standaardopening, die weinig nieuws bevat: een reductie van broeikasgassen met 17 procent in 2020, ten opzichte van 2005 (wat in vergelijking met het Europese ijkjaar 1990 niet meer is dan

Jonathan Pershing, klimaatgezant van de VS (Foto AP)Jonathan Pershing, klimaatgezant van de VS (Foto AP)

In het schaakspel dat de komende twee weken in Kopenhagen wordt gespeeld, heeft de Amerikaanse onderhandelaar Jonathan Pershing een eerste zet gedaan. Het is een standaardopening, die weinig nieuws bevat: een reductie van broeikasgassen met 17 procent in 2020, ten opzichte van 2005 (wat in vergelijking met het Europese ijkjaar 1990 niet meer is dan ruim 3 procent). Daarna oplopend naar 30 procent in 2025, 42 procent in 2030 en ruim 80 procent in 2050.

Dat laatste natuurlijk onder voorbehoud, want daarover heeft de huidige regering weinig te zeggen – maar dat zei Pershing er niet bij. Hij vond het voorstel ‘stevig’ en in lijn met wat wetenschappers zeggen dat nodig is.

Belangrijker dan de voorstellen zelf, is de context (hier vanuit Chinees perspectief) die Pershing gaf. Hij benadrukte dat de ‘emerging economic powers’ (lees: China) nu aan zet zijn. Want, zo zei Pershing, het mag dan zo zijn dat de VS verantwoordelijk zijn voor een vijfde van alle broeikasgassen, dat betekent nog steeds dat anderen viervijfde van de CO2 produceren. ‘Alleen gezamenlijk kunnen we het probleem oplossen’, zei Pershing.

Zijn hele betoog was één grote uitnodiging aan China om met een tegenzet te komen. Maar zover is het nog niet. De Chinese klimaatambassadeur Yu Qingtai (hier zoals in de VS naar hem wordt gekeken) zei bij de opening van de conferentie slechts dat hij helemaal geen zin had om – zoals veel anderen gisteren – te spreken van optimisme. Ook niet van pessimisme trouwens.

‘Laten we ons concentreren op het vele werk dat nog voor ons ligt’, zei hij. Om daarbij het woord optimisme in de mond te nemen, zou wat veel van het goede zijn, vond Yu. ‘Gelet op het feit dat de standpunten van de landen nog steeds behoorlijk ver uit elkaar liggen’.