Het economische klimaat van 2050

Vergrijzing, het klimaat of de economische verhoudingen in de wereld: projecties in de verre toekomst zijn minder lineair dan ze lijken.

Er zijn grote beslissingen die moeten worden genomen op basis van verre, heel verre, projecties. In Kopenhagen zijn vertegenwoordigers van vrijwel alle landen ter wereld twee weken lang bijeen om maatregelen te overleggen die de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde moeten beperken tot 2 graden. Dat zijn verstrekkende, dure en ingrijpende besluiten – als ze er komen – die gefundeerd zijn op prognoses die tientallen jaren vooruit kijken.

Het is soms niet anders. In Nederland woedt nog steeds de discussie over verhoging van de AOW-leeftijd, waarbij de Raad van State vorige week het kabinet terugverwees naar het oorspronkelijke plan om de leeftijd in stappen van twee maanden per jaar te verhogen tot 67 jaar. Het compromis binnen het kabinet is juist om de verhoging in slechts twee stappen te laten plaatsvinden, te beginnen over een jaar of elf.

De leeftijdsopbouw van een samenleving is over het algemeen goed te voorspellen. De bevolkingssamenstelling is robuust, en gemiddelde sterfte- en geboortecijfers veranderen niet heel snel. Zo is het redelijk goed mogelijk om de aard en snelheid van de vergrijzing een paar decennia van tevoren al te schetsen. Maar gebeurtenissen als de hoger dan gedachte immigratie hebben demografische projecties de afgelopen decennia wel beroofd van hun bijna onaantastbare status.

Dat geldt ook voor het klimaat. Zelfs nu er in wetenschappelijke kring een consensus is over de opwarming van de aarde als gevolg van menselijk handelen, geven de modellen weinig zekerheid over de aard van de gevolgen en de snelheid waarmee ze optreden. Het klimaat is chaotisch: een kleine verandering in de beginwaarden kan onvoorspelbare eindwaarden opleveren. En toch zal er beleid moeten worden gemaakt.

Hoe de wereld er pakweg halverwege deze eeuw uitziet is ook van belang voor het buitenlands beleid, voor grote ondernemingen en tal van denktanks. In 2001 kwam de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs met een gewaagde projectie voor de economische verhoudingen in de wereld van 2050. Daarin viel de term BRIC als eerste – een benaming voor Brazilië, Rusland, India en China. Deze groep zou de traditionele industrielanden goeddeels voorbijgestreefd zijn. De bevinding die het meest in het oog sprong was dat China de Verenigde Staten in 2041 zou passeren als grootste economie van de wereld.

De berekening van Goldman Sachs heeft in de tussentijd een paar updates gehad, maar gisteren kwamen de economen van de bank met een fundamenteel nieuwe berekening. Dat was nodig ook. Economische groei is geen lineair proces, en dat heeft de kredietcrisis inmiddels onderstreept. De enorme krimp die zich met name in de westerse economieën voordoet, werpt ze jaren terug in de omvang van hun bbp. En vergeleken bij de trendmatige groeivoet, de mate waarin zij geëxpandeerd hadden moeten zijn als de kredietcrisis zich niet had voorgedaan, is er zelfs sprake van een groter verlies.

Behalve Rusland, dat veel last heeft van de crisis, hebben de drie andere BRIC’s de afgelopen twee jaar goed doorstaan. Bovendien is ook in de periode tot 2008 de groeivoet van de vier veel hoger geweest dan Goldman aanvankelijk dacht. Het meest in het oog springende resultaat van de herberekening van de projecties is dat China niet in 2041 de Verenigde Staten voorbijstreeft, maar al in 2027. Dat is een verschil van veertien jaar. Japan zou aanvankelijk in 2016 door China worden ingehaald. Dat gebeurt volgens de jongste calculaties al volgend jaar.

Het lijkt allemaal best eenvoudig: je past een hogere groeivoet toe op de BRIC’s waarna het geen verrassing is dat hun hegemonie eerder aanbreekt. Maar zo simpel is het niet. Behalve voor China is er voor de drie overige landen weinig verschil tussen de aanvankelijke projectie en de nieuwe raming. Wie de onderlinge verhoudingen in omvang wil schetsen, zal deze moeten uitdrukken in een gemeenschappelijke munt, in dit geval Amerikaanse dollars van 2007.

In dat geval wordt het van belang hoe de wisselkoersen zich in de tussentijd zullen ontwikkelen. Het is gangbaar dat een munt apprecieert naarmate het bijbehorende land stijgt op de economische ladder. Maar het tempo waarin dat gebeurt is niet alleen afhankelijk van wetmatigheden, maar ook van beleid.

Goldman gaat er nu vanuit dat die appreciatie veel langzamer zal verlopen, uitgezonderd China. En zo kan het gebeuren dat de BRIC’s harder groeien dan gedacht, maar er toch weinig verandert. Wat een geloofwaardige projectie leek, blijkt opeens boterzacht. Begrijpelijk, maar het onderstreept dat zelfs met de grootste grootheden de toekomst maar mondjesmaat in kaart te brengen is.

Zullen de economische verhoudingen zo ingrijpend veranderen zonder internationale conflicten, technologische schokken, de klimaatsverandering en andere unknown unknowns in de tussentijd? De geschiedenis verloopt niet lineair. Maar probeer dat maar eens in een model te vangen.

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice, www.mejudice.nl

Lezers kunnen reageren op de bijdragen van Maarten Schinkel op nrc.nl/schinkel

    • Maarten Schinkel