Geld voor slachtoffers 'Kunduz'

Duitsland zal de nabestaanden van burgerslachtoffers van een luchtaanval in Noord-Afghanistan onder Duits commando een schadevergoeding betalen. Dat heeft de woordvoerder van bondskanselier Angela Merkel gisteren bekendgemaakt.

Bij de aanval in Kunduz drie maanden geleden vielen volgens Duitse schatting 142 doden en gewonden, onder wie veel burgers. De gebeurtenis leidde tot grote beroering. Franz-Josef Jung, destijds minister van Defensie en daarna minister van Werkgelegenheid, moest aftreden en ook de hoogste ambtenaar op het departement en de hoogste Duitse militair moesten opstappen wegens het onjuist informeren van het parlement. Jung beweerde dagenlang dat er geen burgerslachtoffers waren gevallen, terwijl duidelijk was dat die er wel waren.

De aanval op de Talibaanstrijders en hun aanhang werd door Amerikaanse jachtvliegers uitgevoerd op bevel van een Duitse officier. De huidige minister van Defensie, Karl-Theodor Zu Guttenberg, noemde de aanval vorige week „militair ongepast”.

De regering onderhandelt momenteel over een schadevergoeding met de advocaat van de gewonden en nabestaanden. Karim Popal, een Afghaanse jurist die al jaren in Bremen woont, gaat uit van 179 burgerslachtoffers: 137 doden, 20 gewonden en 22 vermisten. Volgens zijn tellingen zijn 91 Afghaanse vrouwen weduwe geworden en 163 kinderen wees.

Popal zegt te streven naar een „schadevergoeding voor de lange termijn”. Dat zou bijvoorbeeld een fonds kunnen zijn. „Hier en daar mensen duizend of tweeduizend euro in de hand drukken, is niet afdoende”, meent de advocaat.

Het is nog onduidelijk hoeveel geld Duitsland er voor uittrekt. De Hannoversche Allgemeine Zeitung meldde vanmorgen dat het in totaal om drie miljoen euro gaat.